't Was maandag, en dat wist iedereen in 't dorp. Ge rookt het aan de geur van groene zeep en vochtig linnen die uit de open achterdeur kwam. In elke keuken stond een zinken teil klaar, dampend van het warme water dat vers uit de ketel kwam. En daar begon het: "de was doen."
Onze moeders — vaak nog met een schort voor en de haren in een knoet — begonnen vroeg. De mouwen opgestroopt, de handen al rimpelig voor de klok negen uur sloeg. Met de wasplank stevig in de teil schuurden ze lakens, onderbroeken, zakdoeken… stuk voor stuk, met de kracht van gewoonte. "Géén wonder da ze van die stevige onderarmen hadden, hé," zei tante Miet altijd.
't Was een werk van uren. Spoelen gebeurde in regenwater als dat er was — dat werd opgevangen in tonnen langs het huis. En wringen… oei, wringen! Met een houten wringer of met de hand, tot ge dacht dat ge de spieren in uw schouder zou verliezen.
En dan: alles naar buiten. In de tuin of op het koer. Lange lijnen tussen de fruitbomen of van de schuur tot aan het huis. De was wapperde in de wind — wit, fris, en vooral: zichtbaar. Ge kon zo zien bij wie er veel kinderen waren, of wie er zondag een feestje had gehad. De lakens, hemden en zelfs de onderbroeken hingen daar als stille getuigen van het gezinsleven.
En dan maar hopen dat het niet ineens begon te regenen — dan vloog iedereen rap naar buiten om de was van de lijn te trekken. "Rap, rap! 't Giet!"
Kinderen speelden onder de waslijn, met lakens als tent of gordijn. Ge hoorde het knijpers vallen, het kloppen van de was tegen de lijn in de wind. En altijd die geur… zuiver, huiselijk. Ge rook letterlijk dat het maandag was.
En kijk nu… anno 2025.
Alles gaat vanzelf.
De wasmachine doet zijn werk geruisloos, de droogkast zorgt voor droge kleren, zelfs al regent het een week aan een stuk. Geen natte voeten meer van de koer, geen gesjouw met wasmanden naar buiten. We steken gewoon een podje in het bakje, drukken op start en hup – gedaan.
Gemakkelijk? Zeker. Maar soms, als de zon schijnt en er hangt een fris briesje, dan halen we toch nog eens die oude wasdraad boven. Gewoon voor het gevoel. Want er is niks dat ruikt zoals lakens die buiten hebben gehangen. En ergens… zit daar een beetje van ons verleden in verweven.
Foto met dank aan de Geschied & Heemkundige Kring Heusden