









Toen Zolder nog rook naar zomer, bier en pas
gemetselde dromen
Anno 2026 lijken die jaren soms verder weg dan ooit.
De oude feesttent is verdwenen, de brommers zijn stilgevallen en vele gezichten
van toen dragen ondertussen grijze haren. Maar zodra de naam “Vuurfeesten” valt
bij oudere Zoldernaren, gebeurt er iets bijzonders. Dan verschijnt er plots een
glimlach. Ogen beginnen te fonkelen. En voor heel even keert iedereen terug
naar die tijd waarin een dorp nog écht samen leefde.
Een tijd zonder smartphones.
Zonder digitale agenda’s of sociale media.
Maar mét volle pleinen, vuile werkhanden, rokende frietketels, pintjes op
houten tafels en nachten die eindeloos leken te duren.
Het begon allemaal met een drama dat diepe indruk maakte op heel Zolder.
Op 28 januari 1972 gingen de jeugdlokalen van Chiro en KAJ volledig in
vlammen op. De ochtend nadien hing er nog een brandgeur boven het dorp.
Jongeren stonden sprakeloos te kijken naar wat ooit hun ontmoetingsplek was
geweest. Zwartgeblakerde muren, nat hout, verbrande balken en hopen steenpuin
bleven achter. Voor velen voelde het alsof een stuk van hun jeugd letterlijk in
rook was opgegaan.
Maar dat was het mooie aan die generatie.
Men bleef niet bij de pakken zitten.
Er werd niet geklaagd. Er werd gewerkt.
Onder impuls van Jeugdzorg, met voorzitter Leo Dusoleil, en met de steun van
de Kerkfabriek die grond ter beschikking stelde, groeide langzaam het idee om
opnieuw te bouwen. Op de plek waar later Jogem zou verrijzen, begonnen
vrijwilligers steen per steen aan een nieuw hoofdstuk.
Avonden lang stonden mannen in stofjassen, oude werkbroeken en versleten
bottines stenen proper te maken van de afgebrande lokalen. Hun handen zwart van
roet en cement. Jongeren hielpen mee met kruiwagens, emmers en houten planken.
Tussen het werken door werd gelachen, gerookt en pinten gedronken uit kleine
glazen flesjes. De geur van natte cement, koffie en sigaretten hing overal in
de lucht.
Iedereen kende iedereen in die tijd.
En iedereen hielp mee.
Want Jogem moest terugkomen. Koste wat kost.
Maar bouwen kostte geld. Véél geld.
En dus ontstond een idee dat later legendarisch zou worden: de Vuurfeesten.
In augustus 1975 veranderde Zolder Centrum plots in één groot feestdorp. Het
centrum werd verdeeld in vijf gekleurde wijken: geel, groen, rood, oranje en
blauw. Weken op voorhand leefden de mensen toe naar dat ene weekend. Op
pleintjes, in garages en achter cafés werd tot twee keer per week geoefend voor
het fameuze “Spel Zonder Grenzen”.
Het dorp leefde ervan.
Kinderen liepen nieuwsgierig mee kijken terwijl vaders constructies
timmerden en moeders supportersspandoeken schilderden aan de keukentafel. Elke
wijk wilde winnen. Niet voor een prijs, maar voor de eer.
De Gele Wijk won uiteindelijk de eerste editie met hun legendarische
mascotte: een geit.
Alleen dat beeld al…
Een stoet vol lachende mensen, fanfares, toeters, vlaggen en een geit voorop
door de straten van Zolder. Vandaag klinkt het bijna onwerkelijk, maar toen
voelde dat als het mooiste feest ter wereld.
Van aan het gemeentehuis trok de massa richting Jogem. Jongeren reden luid
claxonnerend mee op hun Flandria’s, Zündapp’s, Kreidlers en Garelli’s. Sommigen
hadden kleurrijke linten aan hun brommer gehangen of hun uitlaat opgeboord om
extra lawaai te maken. Oudere gasten verschenen trots met hun zware Triumphs,
Harley-Davidsons, BMW-boxers of indrukwekkende Ducati’s die diep grommend over
het plein reden. Dat geluid alleen al deed harten sneller slaan.
En overal zag je mode van toen.
Jongens met lange haren, leren jassen en Lois-broeken die trots over hun
schoenen vielen. Wie een echte Lois droeg, was iemand. Dat was geen gewone
jeans — dat was een statement. Sommigen droegen ook Wrangler of Lee, compleet
met brede riemen en versleten boots. Meisjes verschenen in kleurrijke truien,
flared broeken, plateauzolen en met parfumgeuren die nog uren bleven hangen in
de zomeravond.
En dan… die feesttent.
Gigantisch leek ze toen.
Wanneer je binnenkwam, voelde je meteen de warmte van honderden mensen
samen. De geur van bier, sigarettenrook en frituur hing zwaar onder het
tentzeil. Lange houten tafels stonden vol pinten en glazen cola. Mensen
praatten luid door elkaar terwijl op het podium bekende artiesten optraden.
De muziek schalde door de luidsprekers terwijl koppeltjes dicht tegen elkaar
dansten onder de gekleurde spots. Soms draaide er een rookmachine en hing er
een mysterieuze waas door de tent. Buiten hoorde je brommers vertrekken in de
nacht terwijl binnen de pinten bleven vloeien tot de zon bijna opkwam.
Niemand dacht eraan om naar huis te gaan.
Zondagmorgen begon alles opnieuw.
Terwijl sommigen nog half sliepen op een stoel achter de tent, waren
vrijwilligers al vroeg in de weer met de kookmodules van het Chirobivak. Grote
dampende ketels soep en stoofvlees werden voorbereid voor honderden bezoekers.
De geur van warme koffie en gebakken vlees mengde zich met het natte gras van
de ochtenddauw.
Vanaf het tweede jaar kwam daar nog de beroemde KWB-cross bij.
Lopers uit heel Limburg zakten af naar Zolder. Supporters stonden rijen dik
langs het parcours te roepen en te applaudisseren. Kinderen holden ondertussen
tussen de kermiskraampjes, waar molens draaiden, schiettenten lokten en wafels
vers gebakken werden.
Het hele weekend voelde alsof het dorp even stilstond om gewoon gelukkig te
zijn.
En toen kwam nog dat andere geniale idee.
Omdat de feesttent nog een week bleef staan, organiseerden KWB, KAV, KVLV en
Chiro samen een gigantische vlooienmarkt. Op zaterdag trokken vrijwilligers met
camionettes en aanhangwagens door de straten van Zolder om oude spullen op te
halen. Mensen gaven lampen, stoelen, serviezen, speelgoed en oude radio’s mee
alsof heel hun verleden werd uitgestald op dat plein.
Op zondag liep de tent opnieuw vol.
Een speaker verkocht de mooiste stukken per opbod terwijl nieuwsgierigen
tussen de kraampjes slenterden. Oude klokken tikten zacht tussen dozen vol
vergeten herinneringen. Voor velen was het niet zomaar een markt, maar een
ontmoetingsplaats waar verhalen belangrijker waren dan de spullen zelf.
En dan was er nog dat onvergetelijke jaar waarin kapelaan Marcel Jans een
feest organiseerde voor iedereen die Jans, Jansen of een aanverwante naam
droeg.
Wat een grap leek, werd een gigantisch volksfeest.
De tent werd zo groot dat ze bijna het hele voetbalveld innam. Tijdens de
KWB-cross moesten de lopers zelfs dwars door de tent lopen tussen feestende
mensen en pinten door. Het publiek schaterde het uit terwijl de sfeer alleen
maar groter werd.
Dat waren de jaren waarin plezier nog simpel was.
Een pint.
Een plaat op vinyl.
Een brommer die startte op het plein.
Een meisje dat naar je glimlachte onder de spots.
Een zomeravond die nooit leek te eindigen.
Anno 2026 beseffen velen pas hoeveel warmte er toen in een dorp zat.
Vandaag leven de Vuurfeesten verder in oude dia’s, vergeelde affiches en
verhalen die telkens opnieuw verteld worden op familiefeesten of caféavonden.
Namen zoals Leo Dusoleil, Marcel Jans en Roger Schillebeeks dragen nog altijd
een stukje van die geschiedenis met zich mee.
Maar misschien leeft het mooiste deel nog altijd voort in de herinneringen
van de mensen zelf.
Want wie erbij was, vergeet het nooit meer.
Die warme zomeravonden.
Die volle feesttent.
Die geur van bier en stof.
Het geluid van brommers op het plein.
En vooral… het gevoel dat heel Zolder één grote familie was.
Met veel dank aan Roger Schillebeeks voor de info en Roger Bijnens voor de oude foto's