






Weet ge nog,
Berkenbos in de jaren veertig?
De mijn draaide, de kerk gaf het ritme aan en iedereen kende iedereen. ’t Was
een paters- en broedersdorp, waar de geestelijkheid veel te zeggen had, zelfs
meer dan de mijnzetel. Midden in die wereld, midden in de heide, werd De
Heidegalm geboren.
Met vijf
mannen begon het allemaal: Jef van Pieter Claes, Jef Vanherck, Warke Royers
en de gebroeders Jef en Berke Leenders. De naam klonk schoon en poëtisch: Heidegalm
— de klank van een volk dat weerklonk uit de heide zelf.
De eerste
dirigent was Jef Vanherck, een muzikaal talent uit Engsbergen. Hij was
streng, rechtvaardig en bezield. Wat hij vroeg, dat deed ge. Jarenlang was hij
de ruggengraat van de vereniging. Instrumenten waren schaars en geld was er
nauwelijks. Er werd gezocht, gerecupereerd en gekocht op den pof. Sommige
instrumenten kwamen uit Helchteren, achtergelaten na de oorlog. Maar eens er
instrumenten waren, werd er gespeeld. En hoe.
Al in 1945
trok de fanfare voor het eerst door de straten van Berkenbos. Heel het dorp
liep mee.
In 1946 volgde het legendarische Negerfeest. In de Halstraat werd
een volledig dorp van stro opgebouwd. Muzikanten zwart geschminkt met
schoenblink, bezoekers van overal. Ge moest betalen om binnen te mogen. Het was
een enorm succes. De schulden waren in één klap verdwenen. Berkenbos had zijn
eigen pretpark, lang voor iemand van Disneyland had gehoord.
In 1947
kreeg de Heidegalm haar eerste vaandel. Paars, afgeboord met de
Belgische kleuren, met een harp en de schilden van het graafschap Loon. Warke
Royers was peter, zoals zo vaak. Als er iets te doen was in Berkenbos, dan
stond Warke daar.
Na Jef
Vanherck nam Albert Lust het dirigeerstokje over. Jef werd voorzitter en
bleef zo over zijn Heidegalm waken. Met Albert brak een nieuwe periode aan. Het
trommelkorps werd opgericht. Jong volk, meer spektakel, meer schwung.
Optochten werden strakker en indrukwekkender.
De
jaarlijkse uitstappen groeiden uit tot ware volksverhuizingen.
In 1947 ging het voor het eerst naar Oostende, toen nog met den
autobus. Voor velen was dat de eerste keer zee zien. In 1959 werd het
nog straffer: voor het eerst met de trein. Niet minder dan 900
sympathisanten en ereleden gingen mee. De zondagsmis werd vervroegd naar
4u30. Voor de mijnwerkers was dat het hoogtepunt van het jaar. Met hun
mijnwerkerscoupons konden ze mee. Vakantie bestond nauwelijks, maar die ene dag
aan zee… die vergat niemand. De trein was langer dan het perron, bierkisten
gingen mee, en iedereen zat die dag in Blankenberge.
In 1973
nam Julien Celis het over van Albert Lust. Onder hem verhuisde de
Heidegalm van lokaal naar lokaal: parochiezaal, Select, chirolokaal, sporthal.
Waar plaats was, daar werd gerepeteerd.
Vanaf 1978
kwam Felix Ceunen. Dat was een keerpunt. Meer professionaliteit, meer
ambitie. Hij introduceerde het Winterconcert, dat uitgroeide tot een
vaste waarde en een muzikaal hoogtepunt.
Niet alles
liep altijd even vlot. Het trommelkorps en de fanfare groeiden uit elkaar. Dat
deed pijn, maar beide groepen overleefden en gingen elk hun eigen weg, met
respect voor wat geweest was.
In het
lokaal volgden de dirigenten elkaar op: Felix Ceunen, Hubert Kerkhofs
(1984–1989), Lieven Henckens, Armand Steyfkens, en vandaag Kristof
Aerts. Stilletjesaan kwam er verjonging. De muziekacademie bloeide en
steeds meer jongeren kozen voor houtinstrumenten. Na lang aarzelen werd eind
jaren tachtig een belangrijke beslissing genomen: het hoofdstuk fanfare werd
afgesloten. De Heidegalm werd een harmonie. Jonge houtblazertjes waren
welkom. Met Lieven Henckens, zelf klarinettist, werd die overgang in
goede banen geleid.
Anno 2026
is Koninklijke Harmonie De Heidegalm Berkenbos springlevend. Het lokaal
in de Schansstraat 147 is een echte thuis, opgebouwd met eigen handen,
gelach en pinten.
Sinds 2017 is er een jeugdorkest, waar jonge muzikanten hun
eerste noten leren spelen en de fakkel wordt doorgegeven.
Onder
leiding van dirigent Kristof Aerts klinkt de harmonie fris, sterk en
ambitieus, met respect voor het verleden.
In 2026 viert De Heidegalm haar 80-jarig bestaan, met als
hoogtepunt het jaarconcert “I Shall Love But Thee”, een eerbetoon aan Jan
Van der Roost, die zelf aanwezig zal zijn en mee dirigeert.
Vroeger
speelden we met wat we hadden.
Nu spelen we met wat we kregen.
Maar de goesting, de vriendschap en de liefde voor muziek…
die zijn nooit verdwenen.
Weet ge nog?
En kijk eens nu.
Ja… dit kan nog altijd.