
Er was een tijd, niet eens zo lang geleden, waarin de winters écht koud waren. De jaren ’60 en ’70 brachten nachten waarin de vorst tot in de kamer kroop. Je werd wakker en zag bloemen op het raam, ijskristallen die in stilte waren gegroeid terwijl jij sliep. Geen dubbele beglazing, geen centrale verwarming. Alleen de adem in wolkjes, koude linoleumvloeren, en de geruststellende zwaarte van dikke dekens.
Toen was warmte geen vanzelfsprekendheid. Het zat in de details: in een wollen deken die rook naar zeep en tijd, in de warme kruik die moeder elke avond vulde met kokend water. Je hoorde het borrelen in de keuken, en je wist: straks glijdt die warmte voorzichtig onder mijn deken. Er werd niet veel gezegd, maar dat hoefde ook niet. Liefde zat in daden, niet in woorden.
Fast forward naar 2025.
Huizen zijn warm, vaak zelfs té warm. Met één klik is de temperatuur geregeld. Er zijn elektrische dekens met timers, kruiken zijn vervangen door USB-handwarmers, en ramen beslaan zelden nog. De bloemen van de vorst zijn verdwenen, samen met de stilte van langzame ochtenden. Alles is efficiënter, sneller, comfortabeler.
En toch — ergens in een kast, in een doos die ruikt naar verleden, ligt misschien nog zo'n oude deken. Een beetje stug, een beetje muf. Of een rubberen kruik met verkleurde randen. Je pakt hem op, draait hem om in je handen, en ineens ben je weer kind. Terug in dat kleine kamertje, met de ijsbloemen op het raam, de voeten tegen de kruik, en de geruststellende zwaarte van zorg die niet hoefde te worden uitgelegd.Anno 2025 zijn we omringd door gemak, maar verlangen we stiekem terug naar het trage. Naar het zintuiglijke, het tastbare, het echte. We missen het gewicht van een wollen deken — niet alleen op het lichaam, maar op de ziel. We missen de kou die nodig was om warmte te waarderen.
Misschien is het tijd om die rituelen weer toe te laten. Om op een winteravond de verwarming een graad lager te zetten, een kruik te vullen, en een oude deken om ons heen te slaan. Niet omdat het moet, maar omdat het mag. Omdat het goed doet. Omdat het herinnert aan een tijd waarin warmte iets was dat je deelde, niet alleen maar instelde.