Soms kan één
enkele foto een heel leven terug openmaken. Zo stond ik onlangs op Cité te
kijken naar een prachtig gerestaureerde Cadillac V8: blinkend chroom,
diepe donkere lak en een motor die eerder gromt dan draait. Wanneer de
eigenaar de sleutel omdraaide, voelde je het in je borstkas — een zware, warme
dreun zoals alleen oude Amerikaanse motoren die kunnen voortbrengen. Ik mocht
zelfs binnenin foto’s nemen: het brede stuur, de zachte sofa-zetels, het dashboard
dat nog uit echte metalen knoppen bestond.
En terwijl ik daar stond, schoot ik zó terug naar 1969.
Ik zie
mezelf nog als kleine jongen langs de weg staan, soms in het stof, wachtend tot
het volgende “beest” zou verschijnen. Want zo voelde het: Amerikaanse bakken
die door Heusden, Zolder en de Cités reden, waren geen gewone auto’s. Ze kwamen
aanrollen als logge, maar elegante reuzen uit een andere wereld. Je hoorde
hen al ver voor je ze zag — dat diepe V8-geronk dat in de verte begon als een
zachte donder en dan dichterbij steeg tot een machtige brom.
En dan dat
moment wanneer ze passeerden…
Die auto’s leken wel te glijden. De achterlichten hadden vleugels, het chroom
blonk, en binnenin zat men in stoelen waar je haast in verdween. Voor ons
kinderen was het alsof er telkens een stukje Amerika door het dorp reed.
De Turken en hun trots op vier wielen
Dit is met heel
veel respect en warme herinnering geschreven, want zo bedoelden we het toen
ook:
de eerste Turkse gezinnen die naar hier kwamen om in de mijnen te
werken, hadden een uitgesproken liefde voor grote, krachtige auto’s. En gelijk
hadden ze — na zo’n harde week ondergronds werken in de kolenmijnen mocht er
best wat trots zijn bovengronds.
Het waren
vaak die Turkse mijnwerkers die als eersten Cadillacs, Buicks, Dodges,
Chevrolets en Pontiacs in onze straten brachten. Wij keken met open mond.
Dat waren geen auto’s meer… dat was status, dat was stijl, dat
was pure kracht op wielen.
En als het
geen Amerikaan was, dan was het wel een Volkswagenbusje — vaak wit, soms
blauw, soms in twee kleuren geschilderd. Op de tweede plaats kwamen de Hanomag-Henschel
camionetten, robuust en onverwoestbaar.
Elk jaar
tijdens het groot verlof werd dat VW-busje omgetoverd in een
mini-vrachtwagen voor de lange trip naar Turkije.
Een groot bagagerek op het dak — de porpogage — volgestapeld met
koffers, matrassen, pakken, dozen en dekens, alles netjes toegedekt met een
stevig zeil dat met touwen werd vastgesjord. Hele families zwaaiden hen uit, en
wij kinderen stonden te kijken tot de camionette enkel nog een stip was op de
horizon.
Het was een
bijzondere tijd. Een tijd waar alles trager ging, waar men trots was op zijn
auto, waar het leven misschien eenvoudiger leek — maar warm en vol kleur was.
ANNO 2026 – De cirkel draait opnieuw
En zie nu…
Wat weg was, komt terug.
In 2026
horen we opnieuw die diepe V8-klank in de straten. De oude Cadillacs,
Chevrolets en Buicks zijn weer in de mode, volledig gerestaureerd,
blinkend, gekoesterd. Niet meer als dagelijkse auto, maar als monument van een
tijd toen alles nog tastbaar en echt was.
Ook de VW-busjes
— ooit de onmisbare reisgenoot voor Turkse gezinnen op weg naar hun thuisland —
zijn nu gezochte parels. Jongeren kopen ze, restaureren ze, maken er
kampeerbusjes van. Elk verweerd plekje vertelt een verhaal.
Het voelt
een beetje alsof de geschiedenis zichzelf zachtjes herhaalt.
Alsof de klanken, kleuren en geuren van vroeger opnieuw leven krijgen.
En wanneer
ik op een zomerdag een Cadillac hoor ronken, of een VW busje met open
schuifraam traag door het dorp zie rijden, dan glimlach ik. Want plots word ik
weer dat kleine jongetje langs de weg, kijkend naar het glijden van een
Amerikaanse bak die alle zorgen en tijd even doet verdwijnen.







