woensdag 17 maart 2021

""Om terug te zien uit H|Z"" uit het oude boerenleven

Waar is tijd
‘Waar is de tijd’ is een geschreven nostalgie van enkele dingen die toen zo gewoon waren, dingen van elke dag die nu niet meer bestaan of zeldzaam zijn geworden. Ook handelingen die in de tijd van toen bestonden en soms een noodzaak waren door omstandigheden, zoals oorlog, levenswijze, welstand, geloof en bijgeloof enz. De tijd van een druppelke jenever, hoepels, tollen, schieters van "klotsberenhout" waarmee men de rode vruchtjes wegschoot. De tijd van de zelfgemaakte katapulten. De tijd waarin meisjes touwtje sprongen en men ze zag hinkelen op het schoolplein of men ze zag jongleren met handballen. Kinderen speelden ook met "doppen" of "kokkerellen" met een koordje of liepen achter een "reep", een wiel zonder spaken dat je aandreef met een stok in de velg. Het was de tijd van op houten klompen lopen, een kwartier te voet naar school. ...

De tijd van zakken vol "scheuten" of "marbollen" (knikkers) die soms in de klas over de vloer kaatsten, waarna de meester ze in beslag nam. Ik herinner me nog uit mijn tijd dat als je in de klas knikkers liet vallen je ze moest afgeven en ze uitgedeeld werden op de laatste dag van schooljaar. ...Die witte inktpotjes in de schoolbanken waar je papierpropjes in doopte om, op je schoolmaat voor je te mikken. ...

De tijd dat leraren zelf de inkt moesten maken voor de klas, in de herfst voor een heel schooljaar. Deze werd gemaakt uit de galappels die op eiken groeiden. ...
De tijd dat het bord schoonvegen en de krijtborstels uitkloppen een weektaak was waar geen leerling (in alfabetische volgorde) aan ontsnapte. ...
Al het hout in de hagen en aan de sunken*, werd om de zes a acht jaren afgekapt en tot mutters of mutstaards gebonden. Elke jaar gebruikte een gemiddelde boerderij zo’n 300 mutters voor oven en stoof. Men bewaarde de mutters in een houtmijt, waar ze lang genoeg (2 jaar) konden drogen.Met veel dank aan De Heemkundige Kring uit het boek het oude boerenleven