vrijdag 19 februari 2021

Wet = Wet bij de mijnwerkers



Vandaag heeft in Zolder de Luchtfabriek een persconferentie plaats gevonden over het Geen Fiscaliteit op Retrofiscaliteit “Wet=Wet voor de ondergrondse mijnwerkers van de voormalige Limburgse steenkoolmijnen.
De grondwet van 17/02/ 1994 schrijft voor een Gecoördineerde Grondwet en daaruit artikel 170.
§1: Geen belasting te behoeve van de Staat kan worden ingevoerd dan door een duidelijke wet.
§2: Geen belasting te behoeve van de gemeenschap of het gewest kan worden ingevoerd dan door een decreet of een in artikel 134 bedoelde regel
§3: Geen last of belasting kan door de provincie (of het bovengemeentelijk bestuur) worden ingevoerd dan door een beslissing van haar raad. De wet bepaalt te aanzien van de in het eerste lid bedoelde belastingen, de uitzonderingen, waarvan de noodzakelijkheid blijkt. De wet kan de in het eerste lid bedoelde belasting geheel of gedeeltelijk afschaffen. §4: Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad. De wet bepaalt te aanzien van de in het eerste lid bedoelde belasting, de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt
In artikel 171 wordt beschreven en we citeren, over de belastingen ten behoeve van de Staat, de gemeenschap en het gewest wordt jaarlijks gestemd. De regelen die ze invoeren, zijn slechts voor één jaar van kracht indien zij niet worden vernieuwd.

Chantal Hendrickx advocaat van beroep die de belangen van de mijnwerkers opvolgt kwam tot deze conclusie.
Fiscaal regime éénmalige uitkering retro-actief toegekend pensioensupplement van de ondergrondse mijnwerkers.

In de commissie voor financiën en begroting van 10 februari 2021 heeft de minister van Financiën zijn standpunt uiteengezet inzake het fiscaal regime van de éénmalige uitkering van het retro- actief toegekend pensioensupplement van de ondergrondse mijnwerkers. In dit memo wordt kort gerepliceerd op het antwoord van de minister van Financiën.

Mevrouw Hendrickx kwam te de conclusie dat het antwoord van de minister van Financiën onnauwkeurig en juridisch niet correct is.
Zo wordt in het antwoord systematisch verwezen naar artikel 34 §1 WIB 1992, terwijl artikel 34, § 1 WIB 1992 drie onderverdelingen bevat, het geen toch wel van belang is in dit blad.
Artikel 34, § 1, 1° WIB 1992 beoogt de belastbaarheid van de wettelijke pensioenen (eerste pensioenpijler). In artikel 34, § 1, 2 WIB 1992 wordt de belastbaarheid van de aanvullende pensioenen (tweede pensioenpijler) geregeld en artikel 34, §1, 3° WIB 1992 viseert het pensioensparen (de derde pensioenpijler). Hierover bestaat géén betwisting.

Het is eveneens voor iedereen duidelijk dat noch artikel 34, §1, 2° WIB 1992 noch artikel 34,§1, 3° WIB 1992 van toepassing kunnen zijn. De vraag die voorligt, is of de éénmalige uitkering van het retro-actief toegekend pensioensupplement onder de toepassing van artikel 34, §1, 1° WIB 1992 kan ressorteren. Lees het hele artikel in bijgevoegd PDF bestand.

/Het Juridisch is verslag is al verzonden naar de bevoegde minister, de minister krijgt tijd tot eind juni om een antwoord te geven op het verslag. Indien er geen antwoordt komt voor deze datum zal er een bijeenkomst gepland worden om over te gaan naar acties. Wet=Wet en wetten zijn gemaakt om ze na te leven al is dat voor sommige ministers niet van belang. Wordt zeker vervolgd..
Met zeer veel dank aan Joseph Bams voor deze info, en foto's...