Toen vrijheid nog rook naar vinyl, tweetakt
en sigaretten
Er zijn van die tijden die je nooit echt loslaten. Tijden die blijven hangen in de geur van versleten leren jassen, in het geluid van een brommer die van ver de straat ingereden komt, of in een liedje dat plots opnieuw door een box weerklinkt. Voor velen was KABAS niet zomaar een jeugdhuis. Het was een stukje jeugd. Een plek waar dromen begonnen, waar vriendschappen ontstonden voor het leven en waar jongeren eindelijk het gevoel hadden dat de wereld even van hen was.
Eind jaren zeventig was Zolder nog een dorp waar iedereen iedereen kende. Op zomeravonden hing er leven rond het centrum. Jongens sleutelden urenlang aan hun Honda’s, Suzuki’s en Yamaha’s om nóg sneller over de straten te kunnen scheuren. Het geluid van een opgefokte uitlaat galmde door de avond terwijl vrienden lachend op een muurtje zaten toe te kijken. Wie iets ouder was, droomde luidop van een stoere Norton, een blinkende BSA of een zware Moto Guzzi. Dat waren geen gewone motoren, dat waren machines met karakter. Wanneer zo’n motor het plein opdraaide, draaiden de hoofden automatisch mee.
Ook de mode van toen had iets magisch. Een Lois-jeans was geen gewone broek.
Wie een echte Lois droeg, hoorde erbij. Dat was het toppunt van cool zijn.
Jongens liepen rond met wijde pijpen, jeansvesten vol badges en lange haren die
nét iets te ver over de schouders vielen. Sommigen droegen versleten
legerjassen of oude leren boots alsof ze rechtstreeks uit een rockband kwamen
gestapt. De meisjes verschenen in kleurrijke truien, fluwelen rokjes,
plateauzolen en zelfgemaakte accessoires. Iedereen wilde anders zijn, maar
tegelijk hoorde iedereen bij dezelfde generatie die snakte naar vrijheid.
Want vrijheid… dat was precies waar het allemaal om draaide.
In de katholieke jeugdclub “De Jogem” voelden veel jongeren zich gevangen tussen regels en controle. Alles moest netjes verlopen, ouders hielden toezicht en zelfs een eenvoudig kusje kon al op afkeurende blikken rekenen. Jongeren hadden nauwelijks inspraak. Hun muziek was te luid, hun ideeën te wild en hun dromen te groot. Maar net daardoor begon het bij enkele jongeren te kriebelen. Ze wilden een plek waar ze zichzelf konden zijn. Een plek zonder opgeheven vingertje. Een plek waar muziek mocht leven.
En zo begon het verhaal van KABAS.
In september 1977 stapten enkele jongeren letterlijk “met klikken en klakken” weg uit de parochiale jeugdvereniging. Ze begonnen klein, onder de naam “Jeugdkern”, maar met grootse plannen. Er werd gepraat, gediscussieerd en gedroomd tot diep in de nacht. Een half jaar later werd hun droom werkelijkheid. Op 9 februari 1978 verschenen de statuten van “Jeugdhuis vzw KABAS” officieel in het Belgisch Staatsblad.
Plots was daar een plek die helemaal van hen was.
Een oude boerderij in Zolder Centrum werd met veel liefde, zweet en vrijwilligerswerk omgetoverd tot een jeugdhuis vol karakter. De muren waren verre van perfect, de stoelen bij elkaar gezocht en de verwarming liet het soms afweten, maar niemand die daar om gaf. Zodra je de deur openduwde, stapte je een andere wereld binnen.
Binnen hing die typische geur van vroeger: sigarettenrook die in je kleren
kroop, gemengd met bier, cola en het warme stof van versterkers die urenlang
stonden te spelen. De vloer plakte soms van het gemorste bier, maar dat hoorde
erbij. Aan de toog werd gelachen, geflirt en gediscussieerd over muziek,
politiek of gewoon over het leven.

En dan was er de muziek.
Geen smartphones. Geen streaming. Geen digitale playlists. Muziek kwam toen uit bakken vol LP’s en 45-toeren singeltjes die met zorg werden uitgekozen. Achter de draaitafel stonden DJ’s die nog écht voelden welke plaat het juiste moment nodig had. Het zachte gekraak van de naald op vinyl was het begin van alweer een onvergetelijke nacht.
De spots draaiden langzaam door de zaal terwijl rookmachines de ruimte vulden met een mysterieuze waas. Blauwe, rode en paarse lichtbundels sneden door de rook terwijl de muziek uit de boxen dreunde tot diep in de nacht. Jongeren stonden dicht opeengepakt op de dansvloer, pintje in de hand, sigaret tussen de vingers, alsof de nacht nooit mocht eindigen.
De plaatselijke DJ's wisten perfect welke nummers de sfeer deden ontploffen in JH Kabas. Namen zoals Luna Twist roepen vandaag nog steeds herinneringen op aan zweterige avonden, eerste liefdes en eindeloze gesprekken op de parking voor het jeugdhuis. Vooral “Decent Life” werd een anthem van een generatie. Zodra die eerste tonen door de boxen klonken, leek het alsof iedereen even alles vergat.
KABAS was echter meer dan alleen muziek en uitgaan. Het was ook rebellie. Durven opkomen voor je eigen plaats in de wereld.
Dat bleek op die legendarische kermiszondag waarop drie Kabassers het dak
van het gemeentehuis van Zolder beklommen. De politie stond al van ’s morgens
vroeg paraat om hen tegen te houden. Maar jongeren van toen waren koppig. Met
behulp van een fietsenrek slaagden ze erin het dak te bereiken. Daarboven
ontrolden ze een groot spandoek met hun eis voor een eigen jeugdlokaal.
Maar diep vanbinnen voelden ze zich waarschijnlijk onoverwinnelijk.In amper vijf jaar tijd groeide KABAS uit tot een begrip. Meer dan driehonderd betalende leden vonden hun weg naar het jeugdhuis, zelfs van buiten Zolder, uit plaatsen zoals Lummen. Iedereen kende wel iemand “van den Kabas”. Het was een plek waar jongeren zichzelf mochten zijn. Waar niemand vroeg van welke familie je was of naar welke mis je ging.
En hoewel de officiële werking jaren later stopte, bleef KABAS bestaan in herinneringen. In vergeelde foto’s. In oude affiches op zolders. In platenhoezen die nog altijd ergens in een kast liggen. In het geluid van een brommer op een warme zomeravond.
Daarom voelde de reünie van 4 juni 2022 in het Muzecafé niet als zomaar een bijeenkomst. Het voelde als thuiskomen.
Mensen die elkaar tientallen jaren niet hadden gezien, herkenden elkaar meteen opnieuw. Misschien met wat grijzer haar, een leesbril of wat stramere knieën… maar nog altijd met dezelfde blik van vroeger. Zodra de muziek begon te spelen, leek het alsof de tijd heel even had stilgestaan.
Anno 2026 leeft die geest nog altijd voort.
Want sommige plekken verdwijnen nooit echt. Ze blijven verder bestaan in
verhalen, in muziek en in herinneringen die warmer worden met de jaren. En
ergens, diep vanbinnen, staan de Kabassers van toen nog altijd samen in dat
oude jeugdhuis… tussen de rookmachines, de gekleurde spots, het gekraak van
vinyl en de geur van vrijheid.





.jpg)



.jpg)
.jpg)
.jpg)
