“Ge moest
daar maar eens op zondag gaan kijken. Heel de cité leeg, iedereen naar Helzold.”
Zo begint
het verhaal bij velen die het nog hebben meegemaakt.
Van Victoria tot FC Helzold
Op 6 juli
1929 richtte de mijndirectie FC Helzold op — Helzold, als afkorting
van Helchteren-Zolder, de mijnconcessie die het leven hier bepaalde.
Sport hoorde bij het sociaal beleid van de mijn. Werken onder de grond was
zwaar, en ontspanning was geen luxe maar noodzaak.
In de
beginjaren speelde de club onder de naam Victoria. Het eerste
voetbalveld lag aan de Minderbroederstraat, op het stuk tussen de
Gasthuisstraat en het huidige Sint-Franciscuscollege. Straatnamen waren er
amper; iedereen wist gewoon waar “het plein” lag.
Het veld
grensde aan het houten barakkenkamp, het beruchte Baltisch Kamp.
“Als de wind
goed stond, rook ge de kool en hoorde ge tegelijk het geroep van de
supporters.”
— oud-speler, jaren ’40
Er was één
terrein, een kleine kantine en kleedkamers die vandaag primitief zouden lijken,
maar toen waren ze meer dan voldoende. Hier werden de eerste overwinningen
gevierd, pinten gedronken en vriendschappen gesloten.
De grote verhuis – begin jaren 1950
Begin jaren
1950 verhuisde Victoria naar een nieuwe, grotere site: Helzold.
Vanaf dan sprak iedereen van FC Helzold. In 1952 werd een
sportcomplex geopend dat voor die tijd ronduit indrukwekkend was.
Drie
voetbalvelden, tribunes, deftige kleedkamers, stortbaden, een atletiekpiste en
een ruime kantine — luxe, zeker in een arbeidersgemeente.
“Die douches
alleen al… thuis hadden we dat niet. Dat was vooruitgang.”
Helzold werd
een vaste waarde in het provinciale voetbal. Oud-spelers en supporters
herinneren zich:
- kampioenenvieringen
- promoties
- beslissingswedstrijden voor
volle tribunes
- derby’s die weken op voorhand
leefden
“We zijn
kampioen gespeeld, ja. Dat weet ik nog goed. De fanfare stond hier.”
“Heel Zolder was op de been.”
Exacte
reekstitels doen er vandaag minder toe. Wat blijft, is het gevoel: Helzold
deed mee, en soms deed het mee om te winnen.
Meer dan voetbal alleen
Het
Helzoldstadion was nooit alleen van het voetbal. De site groeide uit tot een sportieve
ontmoetingsplek voor iedereen.
Er kwamen:
- drie tennisvelden, met eigen kleedkamers en
kantine
- infrastructuur voor wipschieten
- oefenterreinen voor de opleiding
van politiehonden
Later vonden
ook andere verenigingen er onderdak. Speedway, duivenmaatschappijen,
hondenclubs — en modelvliegers iedereen kende Helzold.
“Ge kwam
hier zelfs als ge geen match had. Gewoon om volk te zien.”
Anno 2026 – Sport leeft verder
Vandaag, in 2026,
is het Helzoldstadion geen mijnsportcomplex meer, maar de geest van sport en
samenkomen leeft verder.
De site en
haar omgeving blijven actief dankzij:
- speedway
- hondenverenigingen
- duivenlokalen
Daarnaast
heeft Berkenbos zich ontwikkeld tot een moderne sportzone, waar:
- tennisvelden opnieuw volop gebruikt worden
- padelterreinen jong en oud samenbrengen
- sport opnieuw een sociale
motor is, net zoals vroeger
De context
is veranderd, de mijn is verdwenen, maar het idee blijft hetzelfde:
sport als bindmiddel.
Een plek vol verhalen
Het
Helzoldstadion is geen monument van steen alleen. Het is een plek van
herinneringen:
- natte truitjes in de kleedkamer
- modderige schoenen
- gejuich bij een doelpunt
- stilte na een nederlaag
- en altijd: samenhorigheid
“Helzold,
dat zit in uw bloed. Of ge nu speelde of keek.”
En zo blijft
Helzold, ook vandaag nog, een naam die klinkt —
niet meer door het lawaai van de mijn,
maar door voetstappen, stemmen en spel.









