zondag 19 juli 2026

NOSTALGIE moment => Onder het vaandel van herinnering ANCRI Lindeman, een tijdloos verhaal



Er zijn verhalen die zacht fluisteren door de tijd. Verhalen die niet vervagen, maar zich nestelen in het hart van een gemeenschap. Het verhaal van ANCRI Lindeman is zo’n verhaal doordrenkt van heimwee, trots en een stille kracht die generaties met elkaar verbindt.
Overlijdensprentje van stichter Antonio Pellegrini hieronder

Het begint in 1951. In de mijncité van Lindeman, waar het leven zich afspeelde tussen bakstenen huizen, kolenstof en het ritme van de mijn, vonden 185 Italiaanse oud-strijders elkaar. Mannen met ruwe handen en ogen waarin zowel vermoeidheid als hoop te lezen stond. Ze hadden hun land verlaten, hun familie, hun taal  maar niet hun herinneringen.

Nog vóór ANCRI echt vorm kreeg, was er een plek die alles samenbracht. Een eenvoudige houten kantine: La Baracca.
Die barak had al een leven achter zich. Ooit stond ze in het Baltische kamp, waar de eerste mijnwerkers zich vlak vóór de oorlogsjaren hadden gevestigd. Een sobere constructie, gebouwd uit noodzaak, gedragen door wind, regen en de harde realiteit van die tijd. Toen het kamp verdween, werd ook de barak afgebroken  plank voor plank, balk voor balk.

Maar wat oud leek, kreeg een nieuw leven.

Dezelfde houten barak werd opnieuw opgebouwd in Lindeman. Niet zomaar als gebouw, maar als een plek van samenkomst. Daar, tussen de geur van hout en steenkool, kwamen de Italianen samen. La Baracca werd hun toevlucht, hun stukje thuis in een vreemd land.

Men kan zich het bijna nog voorstellen…

De deur die piepend opengaat.
De warmte die je tegemoet komt op een koude avond.
Het geroezemoes van stemmen in het Italiaans luid, levendig, vol leven.
De geur van koffie, van wijn, van eenvoudige gerechten die deden denken aan thuis.

Daar zaten ze. Schouder aan schouder. Soms lachend, soms stil.
Ze spraken over hun dorpen, over moeders die ze misten, over kinderen die ze te weinig zagen opgroeien. Over oorlog, over werk, over dromen die ze nog niet hadden opgegeven.

In La Baracca werd niet alleen gepraat  er werd geleefd.
Daar ontstonden vriendschappen voor het leven. Daar werden herinneringen gedeeld en nieuwe gemaakt. Daar groeide iets dat sterker was dan afstand: verbondenheid.

Het was in die houten muren, doordrenkt van verhalen, dat ANCRI zijn ziel vond.

De jaren gingen voorbij, maar sommige beelden blijven. Zoals de Palmzondagviering. De olijftakken uit Italië, zorgvuldig meegebracht, worden nog steeds uitgedeeld. Handen nemen ze aan met dezelfde eerbied als toen. Alsof elke tak een brug is naar het verleden, naar het land dat nooit echt verlaten werd.

De band met Erbè groeide uit tot een levende traditie. Al meer dan vijftig jaar reizen mensen heen en weer, niet uit plicht, maar uit verbondenheid. Alsof elke ontmoeting een echo is van die eerste samenkomsten in La Baracca.

Doorheen de tijd veranderde veel. De houten barak verdween. De eerste generatie is er niet meer. Hun stemmen zijn stilgevallen.

Maar soms… lijkt het alsof ze er nog zijn.

In een lach die plots vertrouwd klinkt.
In een handdruk die iets ouds meedraagt.
In het vaandel dat nog steeds wordt gedragen met dezelfde trots.

Mensen zoals Lorenzo Balzano (zie Lorenzo op de foto links naast burgemeester Mario Borremans) houden die symboliek levend. Met zijn witte handschoenen geeft hij een extra waardigheid aan het moment. Alsof hij begrijpt dat hij niet zomaar een vlag draagt, maar een geschiedenis die begon lang vóór hem  misschien zelfs daar, in die houten barak.

Ook de pijn blijft deel van dat verhaal. De mijnramp van Marcinelle in 1956, waarbij 262 mijnwerkers omkwamen, onder wie 136 Italianen. Namen die nooit vergeten worden. Verdriet dat stil aanwezig blijft, generatie na generatie.

Toch is ANCRI blijven groeien. In 1995 kreeg het een nieuwe vorm als vzw. Niet langer enkel een vereniging van oud-strijders, maar een levende gemeenschap. Een plek waar cultuur wordt gedeeld, waar integratie en identiteit hand in hand gaan.

En nu, anno 2026…

Bestaat ANCRI nog steeds.

Misschien niet meer in een houten barak.
Misschien niet meer met dezelfde gezichten.
Maar wel met dezelfde ziel.

Want diep vanbinnen leeft La Baracca nog altijd voort.
In elke bijeenkomst.
In elke herinnering.
In elk verhaal dat opnieuw wordt verteld.

Wat ooit begon in een eenvoudige houten kantine, opgebouwd uit hergebruikte planken en gedragen door hoop, is uitgegroeid tot een blijvende brug tussen verleden en toekomst.

En zolang er iemand is die zich herinnert hoe het daar was
in die warme, eenvoudige barak waar Italië even dichterbij kwam
zal ANCRI nooit verdwijnen.