zaterdag 25 juli 2026

Nostalgie moment => De Zwaan van Berkenbos


Waar je leerde rijden… maar eerst leerde zorgen

Op 25 augustus 2009 werd het stil in de Kleuterweg in Berkenbos.
Geen hoefgetrappel meer in de vroege ochtend. Geen kinderen die met laarzen in de hand over het erf liepen. Geen zadel dat tegen een staldeur tikte.

Na veertig jaar sloot manege De Zwaan haar poorten.

Maar wie er ooit kwam, weet: De Zwaan was nooit zomaar een manege. Het was een plek waar je niet alleen leerde rijden. Je leerde er zorgen.

Het verhaal begon eind jaren zestig. In 1968 zat Mathilde Biesmans in Kiewit in het zadel als één van de eerste amazones van haar generatie. Jumpingwedstrijden, trainingen, doorzettingsvermogen. Maar haar echte kracht lag niet alleen in het rijden. Ze had een gave om haar liefde voor paarden door te geven.

In de Schansstraat gaf ze haar eerste lessen. Later, in de jaren ’70, kwam de echte manege. De naam was een knipoog naar het verleden: De Zwaan, genoemd naar het oude café dat er ooit stond, waar mijnwerkers met paard en kar halt hielden. De plek had al een band met paarden vóór er een piste lag.

Samen met haar familie bouwde Mathilde De Zwaan uit tot een warme ontmoetingsplek. Geen groot commercieel bedrijf. Geen glitter. Gewoon een erf, een piste, stallen met stro en paarden die hun eigen karakter hadden.

En vooral: kinderen.

Zomers aan De Zwaan waren onvergetelijk. Sportkampen waar het leven zich buiten afspeelde. Maar wie denkt dat die dagen alleen bestonden uit rijden, vergist zich.

Rijden was het beloningsmoment.
Daarvóór kwam het werk.

Kinderen leerden eerst borstelen. Manen kammen. Hoeven uitkrabben. Zadel correct opleggen. Een hoofdstel aandoen zonder zenuwachtig te zijn. Ze leerden dat een paard geen machine is. Dat het leeft. Dat het verzorging nodig heeft, geduld, respect.

Soms stonden ze in de stal, een beetje ongeduldig. “Wanneer mogen we rijden?”
En dan kwam Mathilde met haar rustige stem:
“Eerst zorgen. Dan rijden.”

Er werd geleerd om mest uit te mesten zonder morren. Om wateremmers te vullen. Om te begrijpen waarom een paard soms geen zin had. Om te voelen wanneer het dier moe was. Dat waren lessen die verder gingen dan sport. Dat waren levenslessen.

BLOSO werkte jarenlang nauw samen met De Zwaan. Generaties kinderen kwamen via sportkampen voor het eerst in contact met paarden. Luc Verjans noemde de sluiting in 2009 een zwaar verlies voor BLOSO. En dat was het ook. Want De Zwaan bood meer dan sport. Het bood vorming.

Er waren blauwe plekken. Er waren tranen. Soms viel er iemand. Maar er was altijd een hand die hielp rechtstaan. En vaak ook een paard dat geduldig bleef wachten.

De geur van stro. Het warme ademhalen van een paard in de winter. Het stof dat opwaaide in de piste op een zomerse namiddag. Ouders die langs de kant stonden te kijken hoe hun kind voor het eerst zelfstandig een rondje reed.

Hoeveel kinderen hebben daar hun angst overwonnen?
Hoeveel hebben daar geleerd dat zorg voorafgaat aan prestatie?
Hoeveel dragen vandaag nog altijd die liefde voor paarden met zich mee?

Toen Mathilde in 2009 in de bloemetjes werd gezet voor veertig jaar inzet, was dat meer dan een symbolisch moment. Het was erkenning voor duizenden kleine momenten. Voor elke vroege ochtend. Voor elke bezorgde blik naar een ziek paard. Voor elk kind dat ze vertrouwen gaf.

En toen de poorten sloten… bleef het erf nog even nazinderen.

Anno 2026

Vandaag, in 2026, is de piste van De Zwaan stil.
Misschien zijn de stallen verdwenen. Misschien staat er iets anders. De hoeven drukken geen nieuwe sporen meer in het zand.

Maar in het geheugen van Berkenbos leeft De Zwaan verder.

In volwassenen die zeggen:
“Daar heb ik leren rijden.”
Maar vooral:
“Daar heb ik leren zorgen.”

Want De Zwaan was geen plek waar je gewoon op een paard werd gezet. Het was een plek waar je verantwoordelijkheid kreeg. Waar je leerde dat kracht zacht kan zijn. Dat vertrouwen groeit. Dat respect verdiend wordt.

Sommige maneges verdwijnen uit het straatbeeld.
Maar wat ze kinderen hebben bijgebracht…
dat blijft een leven lang.

En ergens, als de wind door Berkenbos waait,
lijkt het soms nog even
alsof je hoefgetrappel hoort.