zondag 1 maart 2026
Kopse Kapel heeft vandaag opnieuw de deuren geopend voor publiek en hoe.
Wat ooit een stille, nauwelijks gebruikte plek was, kreeg dankzij ART27 een verrassend nieuw leven.
Gerlinde Gilissen vertelt hoe ART27 erom bekendstaat samen met aangesloten kunstenaars op zoek te gaan naar leegstaande of onderbenutte gebouwen om ze tijdelijk in te vullen met kunst en verbeelding.
Zo kreeg de organisatie de kans om de Kopse Kapel in bruikleen te nemen van Kerkfabriek Berkenbos.
De enige voorwaarde?
In mei moest er een project rond Maria worden georganiseerd.
Voor ART27 bleek dit een buitenkans een inspirerende plek met een duidelijke opdracht.
Enkele kunstenaars gingen enthousiast aan de slag met een volledig nieuwe inkleding van de kapel. De koepel werd diepblauw geschilderd, als een verstilde hemel die de ruimte optilt. In die blauwe koepel werd een schildering aangebracht die doet denken aan een jas met kap een beeld dat bescherming, geborgenheid en misschien zelfs moederlijke omhulling suggereert. De vloer transformeerde in een spiegelvloer, waardoor bezoekers letterlijk en figuurlijk deel worden van het kunstwerk. De muren kregen een afwerking met gouden paste, wat het licht vangt en de kapel een warme, bijna sacrale gloed geeft.
Voor de opening werd bovendien de ijzeren biechtstoel van Stefan Elsen in de kapel geplaatst. Het kunstwerk – dat in deze setting volledig tot zijn recht komt – zorgt voor een bijzondere synergie met de ruimte. Het lijkt haast alsof de kapel opnieuw ontworpen werd rond deze biechtstoel. De dialoog tussen oud en nieuw, tussen traditie en hedendaagse kunst, is voelbaar in elke hoek.
De Kopse Kapel is daarmee niet alleen een tentoonstellingsruimte geworden, maar een plek van ontmoeting en experiment. Het is de bedoeling dat de ruimte voortaan kan dienen voor uiteenlopende projecten en kunstenaarsinitiatieven.
ArRT27 – en wij allemaal – kijken vol verwachting uit naar de tentoonstellingen en projecten die hier zullen groeien. De Kopse Kapel is klaar voor een nieuw hoofdstuk.
M veel dank aan Linda Graulus voor verslag en foto's