zondag 19 juli 2020

Dit is Heusden-Zolder => Sint-Valentinuskerk te Berkenbos


De Sint Valentinuskerk is gelegen in de Pater Amideuslaan 20, 3550 Heusden-Zolder.
Gelegen op de hoek met de Minderbroederstraat

Stichtingsgeschiedenis van de Sint-Valentinusparochie te Heusden-Berkenbos
Het opstarten van de steenkolenmijnen veranderde het karakter van Heusden en de omliggende streek essentieel. Van overal kwamen mannen, met en zonder gezin, naar Heusden om te gaan werken op de mijn. Zij waren afkomstig uit Vlaanderen, Wallonië, uit Polen en Italië. Er werden voor hen huizen gebouwd en er ontstonden geheel nieuwe woonwijken. Vanzelf ­sprekend was de pastoor van de Heusdense Sint-Willibrordusparochie bezorgd over deze invasie.. Toenmalig pastoor Franken overwoog dan ook om een hulpparochie op te richten. Maar ten gevolge van het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914 en zijn overlijden in 1915 bleef het bij plannen. Zijn opvolger, pastoor Paquay, vatte echter de plannen weer op.
In de vergadering van de kerkfabriek van Heusden, gehouden op 7 oktober 1917, nam men het volgende besluit: `Gezien de wijk Berkenbosch thans ruim 300 inwoners telt en een afzonderlijke hulp- en voeding communiteit uitmaakt; dat de bevolking der werkmanswoningen nog vermeerderd is door het aan komen van 80 uitwijkelingen uit West-Vlaanderen aldaar gehuisvest; gezien het verlangen herhaaldelijk door de inwoners geuit er ene hulpkapel tot stand te zien brengen voorlopig bediend door de geestelijkheid der parochie Heusden, besluit de bevoegde overheid te verzoeken wel te willen overeenkomen met het bestuur der kolenmijnen Helchteren-Zolder: Ten eerste om de gunstigste plaats te bepalen tot het opbouwen der kerk waarvan het koor voorlopig als hulpkapel zou dienen; Ten tweede om vast te stellen in welke mate het bestuur der kool­mijnen genegen zou zijn het plan dier werken op te maken, uit te voeren of te helpen uitvoeren.'.

Met vooruitziende blik hamsterde pastoor Paquay intussen alle percelen die nodig waren voor de aanbouw van een kerk, scholen en andere parochiële voorzieningen. Hij kreeg grond op de Halheide van welstellende families. Ook kocht hij in
1917 en 1918 een aantal percelen. Van gravin de Theux ontving hij een verkoopbelofte voor het aankopen van 2 ha 29 a 90 ca grond op de Halheide, gelegen op de scheiding van de gemeente Heusden en Zolder. Dit terrein kocht hij in 1922 voor 9.373 frank. Met vreugde vernam hij dat de gravin bovendien 2 ha 62 a 80 ca aan de kerkfabriek schonk om daarop een kerk te bouwen. Zij gaf bovendien aan de bisschop van Luik een verkoopbelofte voor 5 ha 90 a 20 ca grond ten behoeve van de oprichting van katholieke scholen en instellingen. Op naam van pastoor Paquay stonden ook nog als kerkelijk goed op de Halheide 3 ha 55 a 80 ca gere­gistreerd. Tenslotte kocht hij van de familie de Theux 1 ha 97 a dennenbos voor 7.588 frank. Hij betaalde voorlopig alles uit eigen zak. In 1923 gingen al deze terreinen in eigendom over aan de Vereniging der parochiële werken van het dekenaat Beringen.

Als neef van het heilig paterke van Hasselt deed pastoor Paquay een beroep op de provinciale overste van de minderbroeders, pater Albert Lismont, om een kerk en klooster te Hal-Berkenbos op te richten. Hij wilde de zielzorg van de mijnwerkers-bevolking toevertrouwen aan de Franciscanen. In overleg met de provinciale overste, zonden de pastoors van Heusden, Houthalen en Zolder een brief aan de bisschop van Luik, Mgr. Rutten, waarbij zij hun volledige instemming betuigden met de stichting van kerk en klooster te Hal-Berkenbos. Van het bisdom werd daartoe op 14 juni 1922 de toestemming verkregen. Het hoofdbestuur van de paters minderbroeders vergaderde te Leuven en keurde op 5 december 1922, op aandringen van pastoor Paquay, het gehele bouwplan goed. Pastoor Paquay regelde het vervolgens dusdanig, dat de paters Franciscanen ongeveer 6 ha grond in volle eigendom zouden bezitten. Een deel daarvan was reeds vroeger door gravin de Theux geschonken, een ander deel verkocht zij aan de paters voor 3.600 frank per ha. Toen pastoor Paquay vernam dat de Franciscanen met de opbrengst van kaprijpe  dennenbomen hun schuld aan de gravin konden betalen en zelfs nog 242 frank overhielden, schreef hij overgelukkig in het `Liber memorielis': Deo gratias.

Pastoor Paquay en pater Lismont zagen hun dromen werkelijkheid worden. Nadat de definitieve akte van verkoop door notaris Boesmans uit Beringen was opgemaakt, schreef pastoor Paquay als besluit van al deze transactie 
de nieuwe stichting (Berkenbosch) zal de naam dragen van Sint-Valentinus te Heusden-Zolder, ter eere van de eerbiedwaardige dienaar Gods Valentinus Paquay, mijnen vereerden en teeder beminden oom.
Pater Albert Lismont werd de eerste rector van Berkenbos en vestigde zich op 19 april samen met enkele konfraters op het Rond-Punt in een werkmanswoning  om van nu af de geestelijke belangen van de bevolking te verzorgen en het toezicht uit te oefenen over de komende bouwwerkzaamheden. Hij droeg op 21 april de H. Mis op. De boven- en benedenkamers, zelfs de trappen in het huis waren bezet met gelovigen die deze eerste Mis in hun woonwijk wilden bijwonen.
Ondertussen was pater Lismont als provinciaal der minderbroeders opgevolgd door pater Emmanuel van Berlo die zich in voortdurende samenwerking met pastoor Paquay inzette om de bouw van kerk en klooster tot een goed einde te brengen. Het bouwen begon op22 mei 1923. Mgr. Rutten, bisschop van Luik, kwam op 8 juli de eerste steen leggen. Ter herinnering hieraan werd een gedenkplaat aangebracht waarachter een akte, op perkament geschreven, werd ingemetseld. 
Dit goede begin werd overschaduwd door het onverwachte overlijden, op 48 jarige leeftijd, van pater Albert Lismont te Hasselt op 2 augustus 1923. Pastoor Paquay was door dit overlijden zeer geschokt. Hiervan getuigt de ontroerende bijdrage die hij neerschreef in de Liber memorielis.

Pater Vigilies De Bock, oud legeraalmoezenier, volgde hem op. Onder zijn leiding heeft men de bouw van kerk en klooster voltooid. Mgr. Benjamin Christiaens, een Franciscaanse missiebisschop, wijdde de kerk op 9 juni 1924. Een week later (15 juni) zegende de provinciale overste, pater Emmanuel van Berlo, de nieuwe klok, een geschenk van baron Léon de Villenfagne, met de naam Helena. Tevens werd op die dag het klooster ingezegend en verhuisden de paters uit de woning aan het Rond-Punt naar hun nieuwe verblijf.

Met instemming van pastoor Paquay werd de zielzorg over dit deel van Heusden voortaan toevertrouwd aan de paters minderbroeders. Van het begin af werden de paters, die de verantwoordelijkheid droegen over de nieuwe gemeenschap, door de bevolking pater pastoor en pater kapelaan genoemd. In werkelijkheid was de pastoor tot
1936 rektor, omdat de wijken Hal en Berkenbos tot dat jaar bleven behoren bij de Sint-Willibrordusparochie te Heusden.
In de eerste dagen van het jaar 1936 besloot de kerkraad van de Sint-Willi­brordusparochie, op wens van de bisschop, toestemming te verlenen om in de tuinwijk en Hal een afzonderlijke parochie op te richten.
De recente geschiedschrijving maakt geen gewag van de rol van de jonge steenkoolmijn bij deze werken. Toch is het zeer waarschijnlijk dat de mijn medewerking verleende voor levering van bouwmaterialen, én werklui. Met veel dank aan Pitjoe Geybels voor deze info over de parochie Berkenbos. Foto's Rudi Coomans