De SPREEKSTOEL met Linda

02 april 2020
In de spreekstoel met Heinz Bohnefeld.
Het is een nare periode. Het was dan ook een heel gedoe om voor mijn interviews voor de spreekstoel mijn interview methode om te gooien en via Messenger of videochat mensen te laten getuigen over hun leven. Iemand die daar direct enthousiast voor was is oud mijnwerker Heinz Bohnefeld. Ik was blij om de goedlachse Heinz te kunnen spreken over zijn leven als mijnwerker in de put van Zolder. Heinz is ondertussen verhuisd naar Hasselt, maar zijn hart blijft in de mijn van Zolder.
Jij bent geboren en getogen in Heusden-Zolder. Je hebt gewerkt in de mijn van Zolder, maar toch ben je nu verhuisd naar Hasselt. Waarom?

Zolder is niet meer wat het geweest is. Vroeger was er steeds iets te doen, zoals bijvoorbeeld de wijkfeesten, maar nu ervaar ik Zolder als “dood”. Ik ben naar Hasselt verhuisd en heb daar nog geen moment spijt van. Ik ben een heel sociaal iemand en heb sociale contacten nodig om mij gelukkig te voelen. Hier in Hasselt is er altijd wel iets te doen. Ik ga met mijn vrouw vaak een koffietje drinken in de Century, we maken er dan een gezellige namiddag van en daar geniet ik van. Ik woon vlakbij de Japanse tuin. Het is hier heel mooi om te wandelen. Toen ik hier al een paar maal gewandeld had ontdekte ik op een gegeven moment een petanquebaan die er erbarmelijk bijlag. Iedere keer als ik er passeerde trok ik wat onkruid uit. Na verloop van tijd was de petanquebaan weer bespeelbaar. Ik heb toen wat mensen uit de buurt geronseld met briefjes om samen te gaan petanquen. In het begin deden we dit elke dag, maar nu nog enkel op dinsdag en vrijdag en daar komt goed wat volk op af. Ik heb het dus echt nodig om omringd te zijn door mensen en samen iets te doen. In deze periode hebben we alles wel moeten afblazen, maar ik kijk ernaar uit om daarna weer samen te komen.

Is deze coronaperiode dan een zware periode voor jou?

Ik leg me daar heel goed bij neer. Ik kan ook wel alleen zijn. Mijn vrouw heeft het op dit moment het moeilijkst omdat ze de kleinkinderen niet kan zien. We moeten ze nu van op afstand zien. Voor mijn vrouw gaat dat niet, dat snijdt haar door het hart. Ik ben sinds 1974 samen met mijn vrouw en ik zie haar nog even graag als toen. We hebben samen 3 kinderen, 2 zonen en een dochter en we hebben 3 kleinkinderen.

Je bent Duitser van origine maar geboren in Heusden-Zolder. Hoe kwamen jouw ouders in Heusden-Zolder terecht?
Mijn vader was na de oorlog krijgsgevangen genomen. De mijnen waren vrij ongeschonden uit de oorlog gekomen , maar om ze economisch weder op te bouwen was er een nijpend tekort aan mijnwerkers. Daarom moesten de krijgsgevangenen gaan werken in de mijn. In mei 1945 waren er in totaal 16.000 Duitse krijgsgevangenen tewerkgesteld in de Limburgse steenkoolmijnen. Mijn vader was één van hen. Zij moesten 2 jaar werken in de mijnen. Daarna kwamen de gastarbeiders van Polen en Italië. Mijn vader is hier gebleven. Mijn moeder woonde nog in Duitsland met mijn oudste zus zaliger, maar zij is achteraf ook naar Heusden-Zolder gekomen. Ze heeft haar trouwring onderweg moeten verkopen om hier te geraken. In zolder kwamen er in het gezin Bohnefeld nog 2 kinderen bij waaronder ikzelf en mijn zus.

Jouw vader vond zijn draai in de mijn en toen kwam jij op het gedacht om ook in de mijn te gaan werken. Hoe werd dit idee thuis onthaald? Mijn vader vond dat wel goed. Hij was ondertussen invalide. Ik weet niet of dat door zijn werk in de mijn kwam, maar hij had 2 hernia’s waar hij aan geopereerd was en heeft zijn verdere leven doorgebracht in een rolstoel. Als mijn zoon zou thuis gekomen zijn met de melding dat hij in de mijn wilde werken dan had ik dat ook gestimuleerd. Ik zou hem eens laten voelen hebben wat hard werken is. Er is veel kameraadschap in de mijn , maar het is ook hard labeur.
Vertel eens hoe het jou vergaan is in de put?
Ik was 16 jaar toen ik in de mijn wilde gaan werken. We kregen 2 dagen opleiding bovengronds en de derde dag gingen we naar beneden met de monitor. Als je dan beneden komt gaat er een hele andere wereld voor je open. Eerst heb ik even als Assistent aan de machines gestaan, maar dat was niet mijn ding. Toen mocht ik transport montage doen en daarin voelde ik me goed.

Was je bang als jongere van 16 om de eerste keer naar beneden te gaan?

ik heb daar nooit bij stil gestaan. Als je de eerste keer naar beneden gaat dan voel je wel de kriebels in je buik. Maar dat went snel. De lift haalt je naar beneden met een enorme snelheid van 12 meter per seconde. Dus stel je dat maar eens voor, dat gaat enorm snel. Op anderhalve minuut waren we beneden. Daarna moesten we in wagentjes getransporteerd worden naar de pijler. De weg naar de pijler was lang en nam vaak een uur in beslag. Er werd dan al wel eens een dutje gedaan in de wagon.

Ben je in de mijn ooit penibele situaties tegen gekomen?

Nee eigenlijk niet. Ik ben wel collega’s verloren in de periode dat ik in de mijn werkte, maar dat was nooit dichtbij mijn werkplaats. We zaten daar wel erg over in. Er was dan veel solidariteit. Zoals bij de overleden brandweermannen in de zomer. Daar heb ik ook heel erg meegezeten en dan komt dat groepsgevoel weer naar boven. Dat is de solidariteit die je ook voelde in de kolenmijn.

Mis je dat dan heel erg?
Ja, moest men tegen mij zeggen dat de mijnen terug open gaan, dan zou ik er direct terug gaan werken. De mijn is verslavend. Ik kan dat niet omschrijven. Daar bestaan geen woorden voor. Het is een aparte wereld, een aparte geur en de kameraadschap is bijzonder. Er werden weddenschappen georganiseerd, er werd flauwe kul verteld en er werd geplaagd. Wij moesten ons behoefte doen waar we konden. Er waren geen toiletten onder in de mijn. Oh mijn god, daar werd toch mee gespeeld! Op een keer had ik bloedpens mee naar beneden genomen om op te eten tijdens de schaft. Ik had dat in een stuk zilverpapier gedaan. Toen ik dit begon op te eten had ik iedereen wijs gemaakt dat het mijne eigen ‘ge weet wel wat’ was. Niemand kreeg zijn eten nog op. Ik heb me toch vaak kapot gelachen. Ook de ‘groentjes’ moesten eraan geloven. We hadden altijd wel een grap klaar voor hen te plagen. Door hun onervarenheid waren we steeds zeker dat ze erin zouden trappen. Op vrijdag werd er gespeeld met water. Er kwam geen kompel droog naar boven. Onze kleding moest dan toch in de was.

Kom je nu nog veel samen met collega’s uit de mijn?

Wij komen nog samen met KS Vriendenkring. In het begin waren we met een paar leden, maar tegenwoordig zijn we met 1000. KS vriendenkring is een vzw met als opdracht de belangen te behartigen van alle voormalige KS-werknemers. Dit om hen te informeren en op de hoogte te houden van de ontwikkelingen rond het mijnwerkersstatuut en de pensioenen. We nemen ook initiatieven om verbondenheden te bewaren en vriendschapsbanden te verstevigen. Ik moet toegeven dat ik collega’s tegen kom die mij nog kennen en dat ik ze niet dadelijk herken. We worden een jaartje ouder en bij sommigen tekent dat beter aan dan bij anderen. Met sommigen heb ik nog nauw contact, maar je kent dat, contacten verwateren. Op facebook heb ik wel veel contacten kunnen recupereren.

Heb je nog een boodschap voor de mensen in Heusden-Zolder?

Blijf gezond! Blijf nu vooral in uw kot. Binnenkort is er weer tijd voor sociaal contact, want ook voor mij hangt daar mijn geluk vanaf. Maar nu denken we even aan onze gezondheid.


25 maart 2020
In de spreekstoel met Tony Sempels.

De National Association for Stock Car auto Racing of kortweg NASCAR is een overkoepelende organisatie in de Verenigde Staten die een aantal nationale en regionale kampioenschappen organiseert in het stockcar racen. Tony Sempels een Heusden-Zolderaar die al vanaf jonge leeftijd begeesterd was door de sport en de adrenaline die deze gevaarlijke racesport met zich meebrengt, rijdt nu zelf met zijn eigenste LMV 8 late model VIT voor de 2de maal mee in de Paasraces van Raceway Venray. Een jongensdroom die werkelijkheid werd. De weg was echter hobbelig dit vertelt me Tony Sempels in een interview voor de spreekstoel.

Hoe is jouw interesse gekomen om met dit soort wagens te rijden?

Ik heb altijd de snelheid getrotseerd. 20 jaar geleden reed ik motor speedway. Ik heb dat 3 jaar gedaan en heb daar 1 titel behaald en toen was het geld op. Als je beter wordt moet je overal hogere kwalificaties gaan rijden. Als je 20 bent krijg je moeilijker sponsorgeld bij elkaar dan als je 50 bent. Op 50 heb je een leven achter de rug en heb je een netwerk opgebouwd van mensen waar jezelf al eens een plezier voor hebt gedaan. Dan is het ook veel makkelijker om daar een plezier voor terug te vragen. Ik heb nooit iets gevraagd voor het perswerk dat ik deed. Ik was eerder een gevend persoon. In de hoop natuurlijk dat ik daar achteraf iets voor terug kon vragen en dat is nu allemaal aan het gebeuren.

Wat heb je in de 25 jaren tussen speedway en NETCAR racen gedaan om verbonden te blijven met snelheid?
Pers en fotografie hebben mij altijd geïnteresseerd. Via Philip Verhellen, een paar maal Belgisch kampioen in speedway, kwam ik terecht bij autokrant waar ik voor mocht gaan werken. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. Ik wilde zelf nog blijven rijden. Zo ben ik in de karting wereld terecht gekomen waar ik het gebracht heb tot testpiloot. Daarna heb ik nog een paar jaar rally crossen gereden, maar ik heb altijd vastgehouden aan het reportagewerk. Ik ben daar nooit voor betaald geworden, ik deed dit enkel uit passie.

Toen je van school ging, ben je toen ook al iets met auto’s gaan doen of kwam de kriebel pas later?

Ik heb inderdaad van alles gedaan, maar het was steeds iets met auto’s. Ik ben taxichauffeur geweest. Ik heb mijn eigen koerierszaak gehad, ik heb op het OCMW gewerkt als chauffeur en nu werk ik bij Febelco. Ik lever voor hen medicatie aan apothekers. Dus ik zit inderdaad voor mijn werk in de auto.

Bij al die jobs kom je heel wat mensen tegen. Maar wie is de mens achter Tony Sempels?
Mijn verhaal is een triest verhaal, weliswaar met een happy end, kan ik nu wel zeggen. Ik ben zeven jaar getrouwd geweest en we hebben brute pech gehad toen er thuis iemand ons huis binnen reed. Voor de veroorzaakte schade moest ik uiteindelijk zelf opdraaien. Plots keert de wereld zich om. Het huwelijk gaat stuk, je gaat failliet en je draait op voor 40.000 euro waar je zelf geen schuld aan hebt. Dan zit je aan de grond. Zet maar eens uw trots aan de kant als je altijd zelfstandig bent geweest. Ik kan je verzekeren dat is niet gemakkelijk. Ik heb alle kanten gezien. Maar oké … daar is heel veel tijd overheen gegaan en nu sta ik hier.

Hoe is dat dan zo ineens gekomen dat je nu op deze plek klaar staat met een LMV 8 om daar mee te gaan racen?

Daar is heel wat aan te pas gekomen. Ik ben altijd al gek geweest van Nascar. Op een gegeven moment las ik een artikel en zag ik dat Nascar reed in Venray. Ik had niet veel geld. Ik kreeg de motor van mijn broer om naar Venray te rijden en had net centen op zak om mijn inkom te betalen en een frietje te eten. Maar ik wilde dit absoluut gezien hebben. Naar Amerika vliegen om een Nascar race te gaan bekijken zag ik helemaal niet zitten. Toen ik in Venray aan kwam en de race kon overschouwen was dat de hemel voor mij. Ik vond daar, wat ik altijd al gezocht had. Ik heb dan foto’s gemaakt en er tekstjes bij gezet op facebook, die men in Nederland heeft opgepikt. Toen ik de 2de maal terug ging kwam de grote baas van het circuit in Venray naar me toe en hij sprak me aan over mijn verslagen op facebook: ” Zou u dit voor mij altijd willen doen? En zeg maar wat dat kost”. Toen ik zei dat ik er niets voor wilde, kreeg ik een vip kaart voor alle wedstrijden. Ik was daar heel erg blij mee. Twee jaar later kocht ik mijn eigen LMV 8 wagen.

Hoe heb je die auto dan gevonden?

Je weet wat er rijdt en je leert die families kennen. Deze auto was van mijnheer Maesen, de baas van het circuit in Venray. Ik had ondertussen ook een sponsor gevonden. Een dame die ik had leren kennen op de NASCAR events. Ze deed me een aanbod om te sponsoren. Ik heb dan zelf een duitje bijgelegd en nog een aantal sponsors aangesproken en zo heb ik het beestje kunnen kopen. Er waren ook huurformules, maar ik ben blij dat ik daar niet op in gegaan ben. De auto is nu van mij.

Je hebt de auto dan gekocht, was er daarna nog veel werk aan?
Helemaal! Al de schroeven zaten los. De auto stond te lang stil. Ik laat onmiddellijk weten op facebook dat ik de auto gekocht had en er bieden zich dadelijk een aantal mensen aan die zich kandidaat stelden om de wagen onder handen te nemen. Daar heb ik ook in bijgeleerd. Want niet alles is wat het lijkt. Goede bedoelingen keren zich vaak om in bijbedoelingen. Het ging mis met de mecaniciens en ik moest de samenwerking stoppen. Toen zat ik zonder service. Zelf kon ik dat ook niet dus ik kon eigenlijk niet meer rijden. Tot op de donderdag voor de wedstrijd mij iemand van Severance Racing belde en me vroeg wat ik in het weekend zou doen. Ik vertel hem dat ik Nascar Racing zou gaan kijken. Hij vroeg me of ik zelf wilde rijden en toen ik daar bevestigend op
antwoordde zei hij dat hij onmiddellijk mijn auto zou komen halen om hem in orde te zetten voor de race. Vanaf dat weekend was ik weer vertrokken. Ik ben zo dankbaar dat deze mensen op mijn pad zijn gekomen. Vanaf toen is het alsmaar beter gegaan. Severance is ondertussen mijn teamchef. Zij hebben me financieel en logistiek gesteund. Ik heb sinds dat zij erbij gekomen zijn geen stress meer en dat heeft tot betere resultaten op de racebaan geleid. Ik durfde eerst geen risico’s nemen, omdat als je iets kapot maakt de rekening voor jezelf is. Als er nu iets kapot is wordt het gemaakt door de sponsor en dat geeft een veilig gevoel. De familie Severance hebben ook heel jonge kinderen en het hele racen is een familiaal gebeuren geworden en dat maakt het schoon, daar doe ik het voor.

Hoe zit het met jouw eigen familiale leven?

Ik heb ondertussen contact met mijn dochter. Ze is heel fier op haar papa, want ze pronkt in de klas met krantenartikelen over mij. Ik heb een leuke vriendin waar ik leuke weekends mee beleef en die ook graag naar het NASCAR gebeuren gaat. En ik heb toffe broers en zuster die me door dik en dun gesteund hebben. Wanneer is jouw volgende wedstrijd?

Op 12 april, Paasmaandag in Venray. Ik kijk daar zo naar uit! Ik kijk uit naar de waardering die ik ginds krijg en naar de familiedag die we dan beleven met mijn topteam.

Wat wil je nog kwijt aan de mensen van Heusden-Zolder?

Heusden-Zolder is een speciale gemeente. Ik moest het niet gaan zoeken in zolder. Mijn doel lag in Nederland op Raceway Venray. In Zolder was ik een fantast die hier en daar wat artikels schreef en foto’s plaatste. En zelfs dat hebben ze amper gelezen. Ik moest weer gaan racen om iedereen te overtuigen. Ik heb wel kleine fans. Kinderen van in de buurt die een monster van een racewagen zien die bestuurd wordt door iemand die in hen buurt woont. Daar trek ik me aan op. Daarom wil ik de kleine fans allemaal verwennen op het foodtruck festival op 20 en 21 juni.

Velen begrijpen natuurlijk niet wat LMV8 of V8 Oval series is, maar het blijft de gevaarlijkste sport ter wereld. Toch ferm dat iemand in Heusden-Zolder dit rijdt of niet soms?




18 Maart 2020
In de spreekstoel met Roller Schäfer

Via een vriendin leer ik Roller Schäfer kennen.
Ik hoor dat hij behoort tot één van de creatieve zielen in Heusden-Zolder. Ik was heel erg benieuwd, want zonder te weten wat Roller bezighoudt spreek ik met hem af in de kunstenaarswijk in Zolder.

Kan je eens vertellen waar je mee bezig bent?
Eigenlijk vooral met tekenen. Ik doe aan air brush, graffiti, oude technieken van vroeger zoals glas vergouding of werken met bladzilver. Ik probeer alles op alle ondergronden te maken. Dat kan leder zijn, maar ook metaal of hout en nog veel meer. Ik vis dan even uit hoe het moet en ga op onderzoek uit. Als ik weet hoe het moet en ik heb alle benodigdheden in huis dan pas begin ik aan mijn project.

Teken je zelf of neem je beelden over?
Ik creëer ook dingen zelf. Maar dingen die in de smaak vallen zijn meestal de bekende afbeeldingen zoals een Johny Walker of een Harley Davidson. Ik combineer verschillende methodes zoals graffiti met airbrush.

Als je graffiti zegt dan stel ik me daar wandschilderijen bij voor?
Ja dat is graffiti, maar dat kan ook gecombineerd worden met airbrush. Ik meng de technieken zoals ik ze nodig heb en tot ik het resultaat heb bereikt wat ik wil. Een bijkomende factor is dat het duurzaam moet zijn voor mij.

Wat bedoel je met duurzaamheid?
Het is belangrijk dat ik kwaliteit kan leveren. Mijn verf is van goede kwaliteit en ik weet ook hoe ik mijn verf moet voorbereiden op verschillende ondergronden. Welke verf ik voor welke ondergrond kan gebruiken en dat in combinatie met de verschillende verftechnieken zorgt ervoor dat ik een duurzaam product kan afleveren. Duurzaamheid is ook dat ik het buiten kan laten staan en dat het na drie jaar nog als nieuw is.

Kan je zo eens een voorbeeld geven van dingen die heel erg in de smaak vallen bij de mensen?
De metalen deksels worden erg geapprecieerd. Het gaat hier om metalen deksels van grote ijzeren tonnen. Die worden dan voor behandeld zodat ze schilderbaar worden. Ik zet er dan een tekst en een tekening op. Alles wordt op voorhand ingetekend en daarna pas ik een airbrush techniek toe. Soms voeg ik dan materialen aan toe zoals een oude houtschaaf of een muizenval bijvoorbeeld.
Ik beschilder ook volledige muren. Dat wordt zo afgeplakt dat je enkel de muur moet vrijmaken die beschilderd moet worden. Ik bouw er een volledige tunnel rond zodat niets beschadigd kan worden door de verf en ik moet me dan zelf ook beschermen met een masker.
We hebben ook ooit items gemaakt voor een Halloweentocht. Daar heb ik nog een verhaal over, waar ik nu nog niet van weet of ik er mee moet lachen of niet. Ik werd dus gevraagd om een aantal Halloween items te maken. Ik maak voor de optocht grafzerken, doodskoppen en nog zoveel meer. Maar ik had ook drie tonnen blauw geverfd en er een radioactief teken op geschilderd. Toen de Halloweentocht voorbij was zijn we al veel gaan opruimen. De tonnen hadden we aan het spoor laten staan om de dag erna gaan op te pikken. Toen we die ochtend erna aankwamen om de tonnen op te ruimen was de politie opgeroepen omdat er chemisch afval gedumpt was. Ondanks alle aanvragen die we gedaan hadden, was de politie er toch bij gekomen. Na een goede uitleg, mochten we vrijuit gaan. De tonnen moesten wel opgehaald worden bij de brandweer want die hadden ze al opgehaald.

Als je al die items zoals muizenvallen en houtschaven toevoegt aan jouw creaties, dan hou je waarschijnlijk ook van rommelmarkten?

Oh ja, dat is echt mijn ding. Ik bezoek de rommelmarkten samen met mijn vriendin Heidi en wij leven daar echt voor. Als ik iets van de rommelmarkt krijg als kerstcadeau dan ben ik de gelukkigste man van Heusden-Zolder. Een vriend heeft me ooit een groot zaagblad meegebracht, zo een ijzeren, verroest oud ding. Ik heb een kleiner exemplaar blank geschuurd. Ik heb dat voorzien van een tekst en achteraf kunstmatig laten roesten. Wat ik met het grote zaagblad ga doen, dat weet ik nog niet, maar dat komt nog wel. Ik doe aan upcycling van dingen. Ik maak oude dingen tot iets decoratiefs en bruikbaars. Op het werk krijg ik containermateriaal mee zoals oude lampen, Chrome lampenscherven, deksels van tonnen, enzovoort. Men vraagt mij dan weleens voor wat ik dat nodig heb. Ik heb dat lang verzwegen, maar daarna heb ik hen toch getoond wat ik ermee doe. Nu krijg ik alles mee wat in principe weggegooid wordt.

Wanneer ben je met deze kunstvorm begonnen?

Dat was toen ik nog in Duitsland woonde. Ik heb nooit kunstacademie of zo gedaan. Ik ben metselaar, spoorwerker en carrossier. Daar heb ik wel diploma’s in behaald. Het airbrushen heb ik geleerd tezamen met vrienden die motor reden en die daar erg veel interesse voor toonden. Ik was twaalf jaar toen ik thuis in de kelder een atelier had. Op de muur heb ik met een penseel een eenhoorn geschilderd. Het airbrushen kwam later, toen was ik al 20. Ik heb toen het airbrush materiaal gekocht en gewoon ermee begonnen. Het eerste werk wat ik gemaakt heb was een Ariëlle op de muur voor een kinderdagverblijf. Het airbrush materiaal is nogal duur. De spuitpistolen kunnen oplopen tot 130 euro. De verf is ook duur, net omdat het fijne verf moet zijn en hij moet duurzaam zijn. Ik heb nu wel mijn kunstenaarsstatuur aangevraagd. Je kan hier niet van leven, maar het zou natuurlijk mooi zijn, mocht ik mijn hobby betaalbaar maken. Er zijn natuurlijk kunstenaars die er wel van leven. Maar dat is mijn ambitie niet.

Waar heb je jouw atelier?
 Ik heb het tuinhuis gekregen en ingericht als mijn atelier. Daar voel ik me echt gelukkig en op mijn gemak. Het is daar warm want ik heb dat volledig geïsoleerd.

Wat is jouw doelstelling als je je kunstenaarsstatuut krijgt?
Ik geef nu alles weg. Ik hoop binnenkort echt eens iets officieel te kunnen maken en mijn hobby betaalbaar te maken. Ik heb geen grote ambities, maar zie wat er op mij af komt. Ik wil wat erkenning krijgen voor wat ik doe. Ik wil in mijn tuinhuis kunnen schilderen en gelukkig zijn.

Wat wil je nog eens graag doen?
Ik wil graag naar Engeland gaan. Om inspiratie op te doen. Om rond te kijken en om naar het winkeltje te gaan waar ik mijn verf bestel. Schotland trekt me ook wel aan. Ik denk dat ik heel wat inspiratie kan opdoen daar. Want zelfs toen we voor de communie van onze dochter naar Disneyland Parijs zijn geweest heb ik daar ook mijn ogen de kost gegeven om nieuwe dingen te ontdekken.

Wat zou een mooie boodschap zijn voor de mensen van Heusden-Zolder?
Doe wat je graag doet, geniet daarvan en wees gelukkig. Iedereen kan gelukkig worden op zijn eigen manier. In het weekend bak ik gebak en brood. Daar kan ik ook van genieten. Mijn Duits brood mis ik, daarom bak ik zelf. Voor mijn vriendin maak ik lekkere taarten. Iedereen gelukkig en tevreden, daar ga ik voor.



11 maart 2020
In de spreekstoel met Marcel Veltjen.

De Putheks heeft me altijd vastgehouden. Ik vroeg me af hoe er een heks in een mijn terecht komt. Marcel Veltjen is al 30 jaar de bezieler van de reus Leyn Wecks. Ik ben ervan overtuigd dat hij me meer kan vertellen. Op een zondag spreken we af in de Luchtfabriek en ik kom alles over Leyn te weten. Geniet mee van dit prachtige verhaal.

Wat is het verhaal van Leyn Wecks?

In de jaren 1986 – 87 waren de plaatselijke jongeren van Berkenbos bezig met de organisatie van de parochiefeesten. Ze wilden de parochiefeesten een opsmuk geven en ze wilden vernieuwing brengen. Plotseling hadden ze een thema, dat kwam een beetje uit de lucht gevallen, maar het thema werd de Putheks. Op een gegeven moment zat tussen de organisatoren een zekere Eddy Put die geschiedenis studeerde in Leuven en daar ook gedoctoreerd heeft. Hij kende een verhaal uit de lessen over een proces verbaal dat zich voor heeft gedaan in 1725 in Eksel. Daar was een vrouw Anna Cuypers, een ongetrouwde moeder, van een dochter Leyn Cuypers. Leyn en haar moeder leefde in bittere armoede omdat ze verstoten werden door de kerkelijke gemeenschap. De mensen in het dorp vonden dat wat ze gedaan had (een kind krijgen zonder man) verwerpelijk was. Gaandeweg werden moeder en kind armer. Ze woonden in een plaggenhut, een hol in de grond met daar wat takken over. Ze zijn van bedelarij in leven gebleven.

Als Leyn een flinke juffrouw wordt, leert ze Jan kennen. Jan is een zoon van de boerderij Vandingen. Leyn wordt smoorverliefd op Jan. Jan maakt daar misbruik van en Leyn geraakt zwanger van Jan. Leyn gaat naar de boerderij Vandingen en vraagt of Jan met haar kan trouwen omdat ze een kind van hem draagt. In die tijd was het heel gebruikelijk dat er eerst kinderen waren en dat er daarna getrouwd werd. De boer gaat aan Jan vragen hoe het zit en als hij terug komt zegt hij tegen Leyn dat Jan er niets meet te maken heeft en dat Jan haar nooit meer wil zien. Leyn ziet haar wereld in mekaar storten. Ze wil niet dat haar kind het leven zal hebben zoals zij gehad heeft en ze gaat naar een nicht in Lommel die haar bepaalde kruiden toedient.

Vermoedelijk was dat moederkoren. Moederkoorn is een parasiet die groeit op korenaren, het zijn zwarte bolletjes die uiterst giftig zijn en die een vroeggeboorte kunnen opwekken. Als Leyn ziek van de pijn terug naar huis gaat is haar woede op Jan nog niet gekoeld. Op een nacht gaat ze met een brandende toorts naar de boerderij Vandingen en ze steekt het rieten dak van de boerderij in brand. Van de boerderij is niets overgebleven, er waren ook geen slachtoffers en de daad was door niemand gezien. Eerst dacht men dat men onvoorzichtig was geweest. Maar toen dit geverifieerd werd en ook daar geen oorzaken van de brand konden gevonden worden was het makkelijk om Leyn hiervan te beschuldigen. Ze zijn Leyn gaan zoeken en hebben haar toen gedurende 2 maanden opgesloten in een schuurtje. Onder foltering heeft ze bekend dat ze haar kind geaborteerd had. Dat ze het begraven had op niet gewijde grond en dat ze de boerderij in brand gestoken had. Ze heeft altijd ontkent, dat ze een boek zou gehad hebben van haar grootvader. Ze wordt na de bekentenissen berecht door het Hof van Vliermaal (uit Kuringen) door een rechter die na 6 weken van onderzoek geen besluit wilde nemen. Het was toen 28 jaar geleden dat er nog een heks veroordeeld was geweest en de rechter geloofde niet meer in het feit dat er vrouwen bestonden die verbonden hadden met de duivel of op een bezemsteel konden vliegen. Hij nam dus geen vonnis maar stuurde zijn bevindingen op naar het hof van Vliermaal en daar heeft men een besluit genomen. De strafmaat was : Het afhakken van de rechterhand, het wurgen aan een paal en het lijk verbranden op de Heksenberg in Ham.
Vanuit Eksel zou Leyn op 17 juli zijn overgebracht zijn naar de Heksenberg in Ham. Normaal gezien zou er onder aan het vonnis een papier moeten gehangen worden met de melding : “Het vonnis is voltrokken”, maar dat papier is er niet. Dus onze jeugd van Berkenbos heeft daarom aan het verhaal toegevoegd dat ze haar hebben laten ontsnappen in het midden van het traject van Eksel naar Ham omdat ze vonden dat ze een oneerlijk proces gehad had. Ze loopt weg, helemaal naar het zuiden en kwam in Koersel terecht. Ze heeft zich daarna gevestigd in Berkenbos en men is ook blijven vertellen dat er in Berkenbos een heks heeft gewoond.

Of Leyn is kunnen ontsnappen of is terecht gesteld, dat staat volledig open. Maar Er gaat ook een verhaal in Ham dat er op de Heksenberg een heks zou terecht gesteld worden, maar die is kunnen ontsnappen. Dus het verhaal zou kunnen kloppen.

Hoe is dan de connectie met de mijnen gekomen? Leyn werd op een gegeven moment de Putheks?
Hier is men beginnen vertellen dat er een heks was. En als men vroeg waar zit die heks? Dan zei de pastoor die zit op minder dan 10 meter diep in de grond bij de Alvermannen. Alvermannen zijn plaatselijke kabouters. Deze zouden vertrokken zijn rond 1700 omdat ze niet tevreden waren over het gedrag van de mensen en waarschijnlijk is Leyn vertrokken tegelijk met de Alvermannen de mist van de geschiedenis in. Dat verhaal valt dan stil. In 1912 begint men hier naar kolen te graven. Dat was geen eenvoudige opdracht. Men nam dan wel eens in de mond : “het is hier behekst.” Men heeft dan het vroegere verhaal gelinkt en alles wat mis liep in de mijn was Leyn Wecks geweest. Er bestaan zelfs documenten van arbeidsongevallen , waar men geen verklaring kon geven van het gebeurde en dan schreef men onder het besluit : Putheks. Als de nieuwelingen instructies kregen over de veiligheid, dan was één van de Items : “pas op als je een vrouw ziet in de mijn. Wijs dan niet naar haar want dan rukt ze jouw vinger af.” De mijnwerkers vroegen zich af hoe ze dit konden bezweren en daar was natuurlijk een oplossing voor. Als je een groot stuk chocolade van BIG NUTS van Victoria chocolade in je zak stak kon je zien of Leyn Wecks in de buurt was geweest. Als de chocolade weg was en alle vingers waren er nog dan was Leyn Wecks in de buurt geweest. Met de mijnsluiting in hun achterhoofd, hebben de jongeren van Berkenbos het verhaal nieuw leven ingeblazen. Enkele jaren erna hebben ze de reus gemaakt en dat was een geniale vondst, want hadden ze dat niet gedaan dan was het verhaal van Leyn Wecks al lang terug in de vergetelheid gekomen.

Hoe leer jij de reus Leyn Wecks kennen?

Ik deed volkskunde en de jeugd van Berkenbos kwam bij mij aankloppen. Ze vertelden me dat ze allemaal gingen studeren en ze konden met die reus niets meer aanvangen. Ik had leegstaande stallen en men vroeg mij of ik de reus daarin kon bewaren. Ik vond het een beetje zonde om de reus gewoon te stallen en niet meer te gebruiken. Samen met een goede kameraad Marcel Dumont van de reus van Bolderberg zijn we iets gaan doen met de reus Leyn Wecks. Voor erfgoed was dat heel plezant want we hebben in Heusden-Zolder heel wat reuzen gehad. Reuzen dragen een stuk van onze geschiedenis mee en kwamen in vele vormen voor. Dat konden ook draken of olifanten of dolfijnen zijn. Maar het blijft een spel, meer moeten we er niet achter zoeken. Maar omdat ik zo geïnteresseerd ben in erfgoed heb ik samen met Leyn Wecks deel uitgemaakt van een aantal reuzen-activiteiten. Zo maken we deel uit van de Limburgse Reuzen. We proberen de scholen te betrekken in de reuzencultuur. In Bolderberg doet men dat al met de reus ‘De Kluisenaar’. Met Leyn Wecks zit dat in de pijplijn maar we zijn zover nog niet.

Wat kan je met Leyn Wecks gaan vertellen in de scholen?

Leyn Wecks zal zeker een draagfunctie hebben voor ons mijnwerkersverleden. Ze draagt een mijnwerkershelm en een put hemd. Op haar helm staan 24 landsvlaggen van in het jaar 1957, toen werkte hier 24 nationaliteiten in de mijn. De migratiegeschiedenis kan daardoor verklaard worden. Je zou door het verhaal te vertellen van Leyn Wecks het kunnen hebben over pestgedrag. En men leert wat erfgoed is. Erfgoed zit in onze genen, meer dan wat wij denken.

Als je naar een reuzen-activiteit gaat, hoe neem je Leyn dan mee?
Een reus mag niet alleen buiten gaan. Een reus moet gezelschap bij zich hebben zoals bijvoorbeeld een fanfare. Onder onze reus staan wieltjes omdat hij zo groot geworden is. We kunnen Leyn helemaal demonteren. Ze wordt vervoerd op een aanhangwagen en we monteren haar terug ter plaatse. Dat is inderdaad een hele onderneming en het is secuur, want vaak moeten we na het vervoer een restauratie uitvoeren.

Maak jij zelf ook reuzen?

Ik ben al aan mijn vierde reus bezig. Ook Leyn Wecks heb ik helemaal gerestaureerd. Haar oude hoofd zit hier ergens verborgen in de luchtfabriek. Ik heb voor haar een nieuw hoofd gemaakt van papier Marché. De neus heb ik er wel 4 maal vanaf genomen en opnieuw gemaakt.

Als je het hoofd van vroeger vergelijkt met dat van nu dan ziet ze er nu wel veel mooier uit. Waarom heb je er zo een mooi meisje van gemaakt?

Leyn was geen heks, Leyn was een jong meisje, dus die moet ook een mooi gezichtje krijgen. Ik heb Leyn ook een halssnoer gegeven van vingers. De afgerukte vingers van mijnwerkers die naar haar hebben gewezen. Als we met Leyn in een stoet lopen is dit ook wat men het eerste ziet en men wijst er dan naar. Dus we lokken het wijzen een beetje uit met onze reus.

Heb jij nog dromen tezamen de reuzen?

Ik zou willen dat er reuzen gemaakt worden van alle diversiteiten in onze gemeenschap. Zoals bijvoorbeeld een Italiaans reus in Italiaanse klederdracht of een Poolse reus die een stuk kleiner is en zo kunnen we stilletjes een vereniging van reuzen maken die de verschillende gemeenschappen rond de mijn bij elkaar brengt. Want we zijn wel allemaal Heusden-Zolderraren, maar vele gemeenschappen zijn nog kern gebonden. Dit zou de kernen dichter bij elkaar brengen.

Wat vindt uw vrouw van uw relatie met Leyn Wecks?
Leyn Wecks was er voor dat mijn vrouw in mijn leven kwam. Ik ben dit jaar 30 jaar getrouwd en ik had Leyn Wecks daar al voor. Mijn vrouw heeft daar mee leren leven en ik mag haar van mijn vrouw houden. Maar het is inderdaad heel gevaarlijk, als je met reuzen begint, dan wordt je gebeten. Het kruipt onder je vel. Het is maar een poppeke. Maar het is iets unieks en dat is mijn drijfveer.

Dan wil ik graag nog weten hoe Suske en Wiske aan de haal zijn gegaan met Leyn Wecks?
Het verhaal van Suske en Wiske 226, dat heet ‘De Mysterieuze Mijn. In dat verhaal loopt Leyn wecks rond. Dit is voor mij een beetje een pijnlijke situatie. Wij stonden met Leyn op de mijndagen in Beringen. Wij worden aangesproken door Studio Vandersteen en we vertellen het verhaal van Leyn Wecks. Op een gegeven moment krijg ik een telefoon van iemand die een artikel gelezen had in de krant over een nieuw album van Suske en Wiske en Leyn Wecks. Zonder ons te kennen had Studio Vandersteen ons verhaal gestolen en er zodanige veranderingen in aangebracht dat het verhaal van de Putheks niet meer strookt met het echte verhaal. Dat vind ik bijzonder jammer. De tekeningen van de mijn zijn wel bijzonder goed gemaakt en de verschillende culturen komen heel erg tot hun recht, maar het verhaal klopt niet helemaal. Ik heb dan een brief geschreven naar de Studio Vandersteen. Ik wilde weten waarom ze het verhaal van Leyn Wecks hebben verteld zonder ons te kennen, goed wetende dat we bestaan. Daarbij heeft het verhaal een draai gekregen die in het kader van ons erfgoed niet oké was. Ik heb daar nooit geen antwoord op gekregen. Later werden we in Venlo gevraagd om met Leyn Wecks naar een tentoonstelling van Suske en Wiske te komen en haar daar op te stellen. Gezien wij op onze brief nog geen antwoord hadden gehad stonden wij daar niet voor open. Wij wilden geen auteursrechten op het verhaal, wij vroegen alleen een antwoord. Daarna heeft Studio Vandersteen wel geantwoord via de conservator van het museum dat ze gehandeld hebben met dichterlijke vrijheid en daarom het verhaal mogen veranderen. Graag hadden we wat inspraak gehad in het verhaal want volgens ons wordt Leyn Wecks te negatief afgebeeld in het verhaal.




04 maart 2020
In de spreekstoel met Fernand Claes
Fernand Claes, zaakvoeder van wijlen Frituur ‘Het Brugske’ in Heusden Centrum, zet zich vele uren per week in als vrijwilliger voor de overkoepelende middenstandsraad van Heusden-Zolder en voor enkele verschillende middenstandsverenigingen. In de week van de vrijwilliger vond ik dat ik een toegewijde vrijwilliger in mijn spreekstoel moest laten zitten. Een vrijwilliger met heel veel ervaring. Zijn frieten kan ik niet meer eten, maar zijn ervaring is van onschatbare waarde.

Wanneer zijn jullie gestopt met jullie frituur ‘Het brugske’?
In augustus verleden jaar hebben we de frituur gesloten. We waren al een paar jaar aan het afbouwen. Op het laats waren we nog enkel in de weekenden open. Ik was al op het pensioen van het jaar ervoor. Maar door het te faseren was de stap niet zo groot.

Is afscheid nemen van een zaak waar je jaren aangebouwd hebt niet te erg?

We hebben 33 jaar frituur gehad. We hebben klanten die generatie overschrijdend frieten komen halen en die vragen dan waar ze hunne friet moeten gaan halen. Dat afscheid is niet niks, maar het moet ooit gebeuren. Ik heb de frituur overgenomen van een neef van mijn vrouw, Karin. Zij wilden ermee stoppen en ik was er meteen voor te vinden om dit een aantal jaar uit te proberen. Die aantal jaar zijn dan uiteindelijk 33 jaar geworden. Op 1 april 1986 zijn we begonnen met de zaak, in september zijn we getrouwd. Mijn vrouw had een kapsalon in Beringen. Zij is al van haar 18de zelfstandig. De frituur kwam er als geroepen, want Karin was allergisch geworden voor de haarverf en moest noodgedwongen stoppen met als kapster.

Je hebt dan in Augustus jouw frituur gesloten en toen?
Omdat ik wilde betrokken blijven bij het middenstandsgebeuren in Heusden-Zolder zijn we samen met Jos van Stebo gaan bekijken hoe dit zou kunnen. Eerst speelde het idee om het onthaal van Stebo te bemannen gedurende een halve dag per week. Maar uiteindelijk bleek dat dat een halftijdse betrekking zou worden en daar ben ik niet op in gegaan omdat dit heel wat van mijn tijd zou vergen. Dan kwam het idee dat men bij de middenstandsraad en bij de middenstandsverenigingen in Heusden-Zolder wel iemand kon gebruiken die de praktische zaken van hen over kon nemen. Ik deed al veel zoals het ontwerpen van de affiches en het onderhouden van de websites. Maar nu mogen alle middenstandvereniging beroep doen op mij om bij te springen.

Wat zijn zoal dingen waar je bijspringt?

Ik krijg op dit ogenblik vooral vragen van de middenstandsraad zelf. Zo heb ik van de penningmeester een aantal taken overgenomen. Je moet weten dat de bestuursleden binnen de middenstandsverenigingen allemaal zelf een drukke zaak hebben. Ze kunnen de lopende zaken binnen een vereniging daar met tijden minder goed bijnemen en dan spring ik bij om dit op te vangen. Ik doe nu een stuk van de boekhouding, ik hou de facturen bij. In de geschenkkaarten kruipt veel tijd in om het op te volgen. Ik dit doe dit nu in samenwerking met de ambtenaar. Ik werk daar niet elke dag aan maar wel een aantal uurtjes per week. Kortelings zal ik ook ingeschakeld worden bij de Cité. In eerste instantie om de website te vernieuwen en in tweede instantie bij de praktische organisatie van de braderie.

Door hoeveel verenigingen ben je dan nu al aangesproken om bij te springen?

Voorlopig door 2, de middenstandsraad van Heusden-Zolder, die is overkoepelend aan alle middenstandsverenigingen en door de middenstandsvereniging van de Cité. Ik blijf ook actief binnen de middenstandsvereniging van Heusden Centrum.

Werken jullie ook samen met Unizo?
De samenwerking met Unizo situeert zich meestal binnen de opleidingen. We proberen dit ook te ontdubbelen. Opleidingen die binnen Unizo gegeven worden, daar gaan we op in, maar die hoeven we dan zelf niet meer te geven.

Hoe kom je als zelfstandige te weten wat er allemaal gebeurt binnen de middenstandsraad bijvoorbeeld?

Wij geven een nieuwsbrief uit en daar staat alles in. Voor deze nieuwsbrief moet je je wel registreren als ondernemer op de website van de gemeente op de ondernemerslijst en dan wordt je in principe op alles uitgenodigd.

Doen alle zelfstandige zaken mee aan een braderie in Heusden Cité?
Sinds kort is iedere zelfstandigen (ook de grote ketens) een handelskernbijdrage te betalen. Het kan niet zijn dat er zelfstandigen zijn die zeggen dat ze niet mee doen, meeprofiteren van de inspanningen die een handelsvereniging doet om cliënteel aan te trekken. Maar het is niet zo dat iedereen fysieke hulp biedt. Dus er zijn overal nog handen te kort.

Hoe pakt een jonge zelfstandige het beste zijn voornemen aan om een zaak te beginnen?
Een jonge zelfstandige zou in de eerste plaats goed moeten nadenken over wat hij wil doen. Dat wat je gaat doen moet je in de eerste plaats met passie doen. Zo maar even snel aan iets beginnen omdat je toevallig de plaats hebt is niet de juiste motivatie. Dus je moet eerst nadenken over wat je graag wil doen en dan nadenken over de locatie waar je je beroep kan uitoefenen. Een locatie is zeer belangrijk.

Hoe ga je dan opzoek naar de juiste plek voor je zaak?

Het ligt er natuurlijk aan wat je wil gaan doen. Maar ik denk dat het niet onbelangrijk is om in een kern te starten met je nieuwe zaak. Ook moet je de structuurplannen nauwgezet in de gaten houden. Niet dat je een pand op de kop tikt waar geen handel mag uitgevoerd worden. Als je je vestigt in een kern heb je het voordeel dat door de kernversterking het cliënteel naar je toe komt. Mensen winkelen graag daar waar een aantal winkels zich verzameld hebben.

Kleine winkels zijn er niet meer, de zelfstandige heeft het niet makkelijk door de opkomende trend van online verkoop?
Is de zelfstandige van tegenwoordige nog dezelfde als de zelfstandige van vroeger?
Nee dat klopt! De online verkoop van allerhande gaat in stijgende lijn ten koste van de kleine zelfstandige. Nochtans beseffen de mensen niet wat ze missen aan service door online te kopen. Jammer genoeg is het al zover dat sommigen in de winkels van de kleine zelfstandigen gaan passen om daarna de kleding of de schoenen online aan goedkopere prijzen te kopen. De zelfstandige steekt zijn tijd in de klant en de klant koopt online. Dat klopt toch niet meer. En dat voor een paar euro uit te sparen. Als men zo door gaat dan zijn er binnenkort geen winkels meer.

Hoe zit het met het financiële als een jonge zelfstandige een zaak wil beginnen?
Tegenwoordig moet je geld hebben om een zaak te beginnen. In de Retail is het misschien nog mogelijk om via de bank geld te krijgen. Maar horecazaken krijgen geen geld meer van de bank. Er gaan te veel horecazaken failliet. Het probleem hierbij is dat veel mensen denken dat wat er is de kassa ligt, dat dat van hen is. Maar daar moeten eigenlijk eerst nog alle kosten vanaf. Huur of leningen moeten betaald. Elektriciteit, water, verwarming. Als alles betaald is dan is het laatste stukje over voor jezelf. Dadelijk met een dikke bak rondrijden, dat kost heel veel geld en is geen goed idee. Wat moet een beginnend zelfstandige dan best doen om een goede begeleiding te krijgen?

Vroeger moest je een cursus gaan volgen om zelfstandige te worden, dat is afgeschaft. Maar je kan wel langs gaan bij Jos van Stebo. Hij kan je coachen in het zoeken van een locatie (wat mag en wat mag niet op een bepaalde plek). Hij kan advies geven rond brandveiligheid en andere reglementen die je over het hoofd ziet. Er zijn andere reglementen voor horeca dan voor een snoepwinkel.

Is het dan geen goed idee om een businessplan te maken voor je start met een nieuwe zaak?

Ja, dat wordt tegenwoordig zelfs gevraagd. Als je een lening wilt moet je sowieso een businessplan voorleggen. De gemeente vraagt dit niet maar het is voor jezelf wel een tool. In een businessplan kijk je wat je doelstellingen zijn en je onderzoekt de haalbaarheid. Op die manier weet je al waar je voor staat en kan je jezelf de vraag stellen of je doelstelling realistisch is, bijvoorbeeld: “kan ik op die locatie die omzet realiseren?” Haalbaarheid en prognose is heel erg belangrijk. Weet wat je doet met je geld. Heel veel zelfstandigen leven tegenwoordig aan een minimumloon.

Heb jij nog een goede raad voor beginnende zelfstandigen?
Als je echt wil beginnen als zelfstandige spring dan even binnen op het gemeentehuis of bij Jos op Stebo. Informeer je. Vraag hoe je kan geholpen worden om je zaak op te starten. Volg de startersinformatieavond van Unizo en de middenstandsraad. Daar wordt uitgelegd waar je zeker rekening mee moet houden bij de opstart van een zaak. 1 keer per jaar gaat zo een informatieavond door.
Moeten jongeren bang zijn om zelfstandig te beginnen?
Nee, dat denk ik niet. Je moet wel een beetje ambitie hebben maar zeker niet bang zijn. Er zijn nooit zoveel zelfstandigen geweest dan nu. Je moet alleen goed in uw achterhoofd houden dat zelfstandig zijn geen rozengeur en maneschijn is maar als je het verstandig aanpakt dan kan het mooi zijn.



26 februari 2020
In de spreekstoel met Ronny Dehondt.


Heel wat mensen in Heusden-Zolder zetten zich in voor het goede doel. Ronny Dehondt is een hobby muzikant. Hij is in dit wereldje gekend onder zijn artiestennaam Ron Beatly en maakte een Cd’tje Mixed Emotions waarvan de opbrengst integraal naar de afdeling oncologie van het Sint-Franciscus Ziekenhuis in Heusden-Zolder gaat. Ik vond dit alvast een goede reden om naar Bolderberg te gaan en Ronny te overstelpen met mijn nieuwsgierige vragen.

Je hebt een cd gemaakt voor het goede doel. Wanneer ben je daar mee begonnen?

Ik ben daar mee begonnen in 2014 maar dat heeft toch wel een jaar of drie, vier nodig gehad om deze af te maken.

De nummers die op de cd staan, wat moet ik me daar bij voorstellen?

Dat zijn eigen nummers. Dat zijn biografieën, dingen die ik heb meegemaakt. Er is bijvoorbeeld een lied bij dat ik gemaakt heb voor mijn vader toen hij gestorven is. Ook voor een neef die veel te vroeg is moeten gaan heb ik een nummer geschreven. En dan ook wat fictie, maar toch meer dan de helft gaat over persoonlijke dingen.

Zo’n lied schrijven, hoe gaat dat in zijn werk?

Tja, als je denkt: “nu ga ik een nummer maken.”, dan lukt dat niet. Ik ken te weinig van muziek om dit zomaar te doen. De ideeën voor een nummer komen gewoon in mij op. Soms ’s nachts, word ik wakker. Ik heb een tekst in mijn hoofd en schrijf dit op en ga daarmee aan de slag. Ik ben ooit gaan fietsen met veel wind in de zeilen en er kwam een tekst in mij op. Dan ben ik erop blijven door bomen. Toen ik thuiskwam was het nummer af. Ik weet niet hoe dit komt, want ik moet erbij zeggen dat ik 45 was toen ik een gitaar kocht. Daarvoor heb ik nooit iets met muziek gedaan. Ik had wel altijd spijt dat ik dit nooit geleerd had. Ik ben nu pas notenleer aan het volgen. Op een gegeven moment vond ik dat dat nodig was om me verder te ontwikkelen in de muziek.

Als je nummers schrijft wat komt eerst, de tekst of de muziek?

Daar is geen vaste lijn in. Soms is dat de tekst en komt de muziek vanzelf. Soms is dat de muziek en dan komt de tekst erbij. Ik schrijf mijn liedjes in het Engels en denk ook in het Engels. Ik moet daar achteraf wel het een en het ander aan veranderen, want dat moet rijmen. En misschien klopt niet alles taalvaardig, maar men zegt mij dat in de muziek veel mag, dat is dichterlijke vrijheid.

Hoe kwam je erbij de opbrengst van jouw cd te schenken aan de afdeling oncologie van het Sint-Franciscusziekenhuis?

Ik ben zelf ziek geweest, maar daar wil ik niet over uitweiden. Deze periode in mijn leven wil ik liefst zo snel mogelijk vergeten. Maar het eerste nummer op de cd gaat daar wel over. Ik ken Diane Mombers, zij is persverantwoordelijke in het Sint-Franciscusziekenhuis, en heb haar gevraagd mijn initiatief te ondersteunen in het ziekenhuis. Een cd verkopen van mezelf is ook niet makkelijk. Ik ben onbekend en verkoop dan maar eens een cd met eigen nummer. Daarom kwam ik op het idee mijn cd te verkopen voor het goede doel. Mensen kopen de cd, luisteren naar mijn muziek en het brengt centen op voor een goed doel. Dat is een win, win voor beide partijen. Op deze manier wordt mij muziek beluisterd. Dit is eigenlijk mijn 2de cd die ik maak op deze manier. Mijn vorige cd, daarvan is de opbrengst naar een gehandicapt kind gegaan.

Hoeveel heb je tot nu toe bijeengehaald voor Oncologie?

Ik heb tot nu toe 1000 euro. Ik had gehoopt dat het meer had kunnen worden. Maar het was niet gemakkelijk. Ik heb een aantal optredens gedaan en daar mijn cd aangeboden. Ik heb echter nog 200 cd’s over en ik ben vragende partij om gratis optredens te mogen doen om alzo mijn cd aan de man te brengen. Hoe mooi zou het zijn als ik na de verkoop van al de 200 resterende cd’s, 3000 euro mag overhandigen aan de dienst oncologie. Iedere pizzeria die hun klanten uitnodigt voor een pizza en life muziek, kan bijvoorbeeld 20 euro vragen per persoon. De klanten krijgen er dan een cd bij van de muziek die ik daar op dat moment life breng. Een super idee, maar tot nog toe vond ik niemand om mee op de kar te springen. Ik heb al via facebook een paar oproepen gelanceerd waarin ik voorstel om gratis komen op te treden als ik mijn cd mag presenteren voor het goede doel. Daar is echter geen reactie op gekomen. De optredens die ik heb gedaan heb ik zelf georganiseerd. Ik ben wel een beetje teleurgesteld dat het niet zo vlot gelopen is, maar ja, het is wat het is. Wie weet brengt dit interview daar nog verandering in.

Ben je veel met die teleurstelling bezig?

Nee, helemaal niet, ik blijf niet bij de pakken zitten. Ik ben ondertussen aan het leren om piano te spelen en daar ben ik toch wel 2 uur per dag mee bezig. Dus ik ga gewoon door met te doen wat ik het liefste doe. Ik ga ook graag biljarten.

Op 45 jaar ben je begonnen met muziek. Was dat niet moeilijk om dit nog te leren op deze leeftijd?

Ja, alles is moeilijk als je ouder wordt. Je begint aan gitaar spelen maar dat duurt 5 jaar eer je een beetje fatsoenlijk kan spelen. En dan wil je daarbij leren zingen. Dat is ook geen sinecure geweest, want die coördinatie tussen zingen en spelen moet er zijn én geoefend worden. Ik zal nooit in mijn leven kunnen spelen zoals iemand die dat doet van jongs af aan. Jong geleerd, is altijd beter. Maar ik doe mijn best en oefen veel. 20 minuutjes les hebben op de piano per week is niet genoeg, je moet daar thuis nog echt op door oefenen.

En dan ineens maak je toch 2 cd’s?

Dat klopt, maar de tweede cd is beter dan de eerste. Je krijgt ervaring. Leert mensen kennen met een studio die van wanten weten. Er worden wat instrumenten bijgezet en dan komt dat helemaal goed. Ik ben wel blij met het resultaat van mijn 2de cd.

Op de cd staan 10 nummers. Het eerste nummer is Evil Thing en dat gaat over kanker. Here To Stay is een ode aan mijn vrouw. Ik wil graag dat we samenblijven en dat gaat daarover. In The City is fictie. My Father Left Me, gaat over de dood van mijn vader. My first Love is een echte biografie over mijn eerste lief. My Own Island gaat over het feit dat ik genoeg heb met alles wat er rond mij gebeurt. Should i Go or Should i Stay is fantasie. Too Soon gaat over mijn neef Rudie, die veel te vroeg is moeten gaan. De tekst heb ik gebaseerd op wat de dochters in de kerk verteld hebben. When i Was Young is een verhaal van waarheid en fantasie. You Can’t get Away is een nummer dat er zomaar gekomen is zonder enige aanleiding.

Jij speelt steeds single. Doe je dat het liefst of heb je de kans nog niet gehad om in een groep te spelen?

Jawel, ik heb een tijdje meet 2 andere muzikanten gespeeld. Maar ik moest daarvoor naar Bocholt rijden en dat is niet bij de deur. In 2014 heb ik ook geoefend met 2 man in Hasselt. Het is plezanter als je met 1 of 2 man kan spelen.

Wat zou je op muzikaal vlak nog graag doen?

Als ik mocht kiezen zou ik 2 a 3 keren per week gaan optreden. Optreden geeft me een kick. Spelen en zingen voor wat volk, dat doet me iets. Een grote droom zou zijn om kunnen mee te spelen met een grote groep. Optreden voor 10.000 man bijvoorbeeld, dat zou een grote droom zijn die in vervulling gaat. Om nog even terug te komen op de cd die je verkoopt voor het goede doel. Wat gaat de afdeling oncologie daarmee doen? Ik weet het niet. Dat houdt me ook niet bezig. Ik zou het geld graag geven aan de kinderafdeling en ik ben overtuigd dat ze dit goed zullen besteden. Ik zou er wel graag nog iets bij willen doen. Maar we zien wel.
Om een optreden te boeken bij Ronny Dehondt kan je telefoneren op volgend nummer: 0495/182730 dehondt.ronny@gmail.com




19 februari 2020
De spreekstoel met Peter Bilterest.
Peter Bilterest de man die al sinds zijn negende de gitaar vast heeft. Gestimuleerd door zijn tante Rita, waar hij muziekles van moest volgen leert hij gitaar spelen. Peter kan verliefd worden op een gitaar. Als hij moet kiezen tussen een vrouw en een gitaar, dan kiest hij een gitaar. Zijn vriendin Brigitte, kan er gelukkig mee lachen. Want ook zij houdt veel van muziek en vooral van Peter zijn muziek. Hier volgt het verhaal van Peter Bilterest, een geweldige muzikant en zanger die niet zonder zijn gitaar kan.

Vertel eens waar je op muzikaal vlak op dit moment mee bezig bent?

Op dit moment ben ik bezig met 2 muzikale projecten. Eén project is een akoestisch duo (trio). Het akoestische project is wel mijn ding. We zijn nu een aantal optredens aan het binnenhalen, maar de aanloop naar dit project heeft wel heel wat voorbereiding met zich mee gebracht. We zijn nu wel echt klaar om met Acoustic Bastards op te treden. Momenteel lobbyen we om optredens binnen te krijgen en dat lukt vrij goed. De mensen kennen mij ook en ze weten dat wat ik breng goed is. Mijn tweede band waar ik al jaren mee optreed is Starfish Nipple.

Jullie speciaal gekozen namen vallen wel heel hard op.
Hoe kom je aan die gekke namen voor jullie groepen?

Tja, we hebben er een traditie van gemaakt om absurde namen te kiezen. We hebben zo eens een heel lijstje gemaakt met rare en idiote namen. Ik weet niet meer precies hoe we aan de naam Starfish Nipple zijn gekomen. We hebben wat namen door elkaar gegooid en daar kwam starfish nipple uit. Maar ja zie … het klinkt mooi. En hoe meer je het hoort, klinkt het beter en vertrouwder. De naam Acoustic Bastards, dat past wel echt bij mij en is niet zo doordacht gekozen het is eerder een naam die op mijn lijf geschreven staat.

Als je zegt dat jullie akoestische muziek brengen, wat moet ik me daar dan bij voorstellen?

Het is niet akoestisch zonder instrumenten. We hebben instrumenten die we bespelen maar die zijn puur. Het nadeel of misschien wel het voordeel is dat je bij een akoestisch optreden je geen fouten kan permitteren want dat hoort men direct. Als je akoestisch speelt dan ga je in je blootje. Je kan je niet verbergen achter elektrische snufjes. Alle fouten die je muzikaal maakt worden afgestraft. Het leuke aan dit project is dat ik iemand gevonden heb waarmee ik op dezelfde golflengte zit qua muziekkeuze. Het klikt op dat vlak erg goed en dat is fijn.

Ben je een perfectionist op muzikaal gebied?

Ja, ik denk dat wel. Ik leg de lat hoog voor mezelf en ben ook kritisch voor anderen. Ik ben gene gemakkelijke om mee samen te spelen.

Toch speel je vaak met jouw dochter Fran. Zij vindt het niet moeilijk om met papa op te treden?


Fran heeft een hele mooie stem en als ze tijd heeft dan zingt ze weleens voor Starfish Nipple. Ik vind dat een meerwaarde als ze een nummer zingt. Voor mij moet het goed zijn en Fran zingt goed.

Je hebt bij Acoustic Bastards gekozen voor het pure omdat je daarin de perfectionist kan zijn?
Ik heb er misschien wel voor gekozen omdat ik dan mijn kwaliteiten kan tonen, maar ook omdat ik ervan hou. Ik ben als klein kind begonnen met muziek en heb daarbij een klassieke opleiding gekregen. Ik voel me veel beter thuis op een akoestische gitaar dan op een elektrische. Ik voel dat beter aan. Dat heeft iets, dat leeft, dat is echt hout, dat werkt.

Lukt het goed om dit te brengen in een grote zaal of buiten?

Dat zou eventueel wel kunnen, dan wordt de installatie gewoon groter. Ik ben voorzien op kleiner. Dat moet in eerste instantie ook de bedoeling zijn. Maar als er iemand een vraag heeft voor een grotere locatie of een buitenbestemming, dan kunnen wij dit aanpassen. Maar dat is in eerst instantie mijn ambitie niet.

Waar droom je dan wel van?

Het is vooral mijn bedoeling om zo veel mogelijk te spelen. Wij willen vooral mensen amuseren en dat ze achteraf zeggen: “het was goed”. Dat doet mij het grootste plezier.

Hoeveel maal repeteren jullie?
Wij komen wekelijks samen. Nu is dat ook nodig om elkaar aan te voelen. We hebben nu wel nog wat tijd, want ons eerste optreden is in april. Maar voor hetzelfde geld kan dat ook volgende week zijn. Maar we zijn er klaar voor. We blijven enkel oefenen om op elkaar ingespeeld te geraken.
Zelf repeteer ik iedere dag. Iedere dag pak ik mijn gitaar vast, zonder kan ik niet. Ik denk toch dat ik anderhalf uur per dag minimum oefen.

Op de Night of the Locals heb je opgetreden. Wat heb jij met de Night of The Locals?

Ik ben zelf een local. The Night of The Locals is iets waar ikzelf de geboorte van heb gekend. Ik was ervan in den beginne bij. We hebben ook alles samengedaan, van de eerste keer in ‘t Kuipke tot toen we de grote tent moesten zetten op het kerkplein. Ik zing ook in de Locals band. The Night of the Locals dat is echt pionierswerk en daar was ik bij.

De nummers die je met Acoustic Bastards zal brengen, zijn die speciaal gekozen?
Ja, eerst en vooral zullen het nummers zijn die ik zelf graag hoor. Daarna heb ik gekeken naar nummers die mensen graag horen. De liedjes moeten zeker toegankelijk zijn voor het publiek. Het is nog altijd de bedoeling dat we een feestje bouwen voor de mensen. Dat het herkenbaar is en dat het haalbaar is, zowel technisch als vocaal. Ik kies nummers die me liggen want een zanger kan niet altijd alles gezongen krijgen.

Heb je zo een voorbeeld van welke nummers dat kunnen zijn?

Dat kan Nederlandstalig zijn zoals bijvoorbeeld Gorki of De Kreuners tot het Engelstalige Metallica. En alles wat daar tussenin zit. Dat is een heel repertoire. Dikwijls moeilijk om te kiezen. We hebben daarom een vaste Play list, die ter plaatse kan worden aangepast al naargelang de vraag van het publiek. Soms is het improviseren. Aanvoelen wat de mensen amuseert en dat is niet iedereen gegeven.

Wanneer is het eerste optreden met Acoustic Bastards?

In april hebben we voorlopig ons eerste optreden. Dat kan ook nog veranderen. Als er morgen iemand belt voor het volgende weekend, dan staan we er. We zijn er klaar voor.

Hoe komt het dat je na een minder actieve periode je nu terug bent gaan focussen op muziek spelen?

Door mijn werk in de veiligheidssector was het vaak niet meer mogelijk om de muziek te combineren met het werk. Ons werk situeerde zich meestal in het weekend. Omdat de optredens ook meestal in het weekend doorgaan was de combinatie niet te doen. Sinds een aantal jaar werk ik voor de overheid en heb ik meer vrije tijd. Dus muziek maken kan weer. Ook heeft het te maken met mijn leeftijd. Ik ben op een moment in mijn leven gekomen dat ik alleen nog wil doen wat ik graag doe. Ik wil ondanks de optredens die er staan aan te komen nog quality time hebben met mijn gezin. Niks moet. Voor het geld doe ik het niet, want als je de materialen, installaties en de instrumenten telt die ik heb gekocht dan weet je dat er met muziek spelen niets te verdienen valt. Het moet gewoon allemaal leuk blijven.

Hoe lang kan een muzikant muziek blijven maken? Wordt een stem oud? Wordt een artiest te oud om te zingen?

Absoluut! Dit jaar gingen we naar Bon Jovi en dat was absoluut niet meer de Bon Jovi van vroeger. Soms geraken artiesten uit de toon. Dat kan liggen aan het gehoor. Maar Tom Jones bijvoorbeeld, die is ook al over de 80, daar hoor je het niet aan, want die heeft nog een stem als een klok. Sommige artiesten gaan ook een akkoord lager zingen, maar dat moet kunnen, dat is geen minwaarde. Maar ik moet wel zeggen van het moment dat ik dat voel, dan stop ik ermee. Voor mij moet het goed zijn. Voor minder doe ik het niet.


Wat zijn de muzikale hoogtepunten geweest in jouw carrière als muzikant?

Eén van de hoogtepunten was met Starfish Nipple op de Vostert feesten. We stonden daar samen op de affiche met The Scabs, Fisher Z en Kim Wild. Wij traden op achter Kim Wild. De tent was gevuld met 2000 man. We hebben die dag de tent plat naar huis gespeeld, iedereen was gewoon aan het meezingen en dat was fantastisch. Dat was een moment in mijn leven dat ik nooit zal vergeten. Het is ook uniek aan de groep dat het steeds feest is als we samen komen. Wij triggeren elkaar, wij amuseren ons en het publiek amuseert zich ook.

Ik heb jou nog ooit weten spelen in een kidsband?

Ja, das waar. Dat was ook leuk. Dat waren soms kippenvel momenten. Ik herinner me nog dat ik op het podium stond met een knaloranje short met een blinkend zwart hemd, bretellen en sneakers. En dan zong ik: “Bob de Bouwer!” en dan riepen de kinderen: “Kunnen wij het maken!” Dat is heel tof. Kinderen zijn eerlijk. De kids stonden steeds vol adoratie naar ons te kijken. Kinderen is een dankbaar publiek. We hebben ooit gespeeld met Starfish Nipple op “Buitenbeen Pop”. Dat is een publiek van mensen met een handicap. Ongelofelijk! Ze stonden daar op ons te wachten. Iedereen dacht trouwens dat ik Sergio was. Tijdens het optreden hadden we publiek meteen mee. Geweldig! Mensen met een handicap zijn zo ongedwongen. Na het optreden moesten wij handtekeningen uitdelen. We voelden ons als wereldsterren. Ik ben thuisgekomen en heb gejankt als een klein kind. Zo had me dit geëmotioneerd. Qua emoties was deze ervaring ook wel top en dit mag ook als hoogtepunt in mijn carrière beschouwd worden.

Voel je je als Local gesteund door Heusden-Zolder? Waar had je het graag anders gezien?
Als Local had ik me toch graag gewaardeerd gevoeld in mijn eigen gemeente. Nu kent iedereen me en men zegt dat Peter Bilterest een goede zanger is. Maar dat heeft zijn tijd nodig gehad. Vroeger werd ik nooit gevraagd. Nu is dat een beetje veranderd. Deuren gaan iets makkelijker open. Maar het kon beter. Ik heb weinig zelfvertrouwen gehad. Nu weet ik wat ik kan en daardoor is mijn zelfvertrouwen gegroeid.

Wat is je favoriete nummer?
Het nummer dat ik enorm graag zing is “To love Somebody” van The Bee Gees. Dat nummer lag me vanaf het begin. Neal Diamond nummers liggen mij goed. U2 en Metallica zing ik ook graag

Heb je nog een droom?

Ik wil zo goed mogelijk en zo veel mogelijk kunnen spelen en mensen kunnen raken met mijn muziek. Ik vind het een eer als iemand tegen me zegt dat hij een kippenvelmoment heeft gehad, dan weet ik waarom ik het doe. Dat stimuleert me om door te doen.

Om Acoustic Bastards te boeken kan je bellen op dit nummer : 0478/555873



12 februari'20
In de spreekstoel met Gulcan Yildirim.
Op zoek naar wie zich in onze gemeente bezig houdt met vrouwen en hun beleving kom ik iemand bijzonder tegen. Gulcan Yildirim. Ze is de bezielster van de Turkse vrouwengroep verbonden aan de Diyanet Moskee. Gulcan is een heel sterke en inspirerende vrouw die anderen weet te motiveren om dingen te doen voor het goede doel. Ik luister naar haar verhaal :

Kan je wat meer over jezelf vertellen?

Ik ben Gulcan Yildirim in ben een mama van 42 jaar. Ik heb een zoon en een dochter. Ik woon 22 jaar in België. Ik ben samen met mijn zussen opgegroeid in Duitsland. Ik ben in België komen wonen na mijn huwelijk met mijn man. Ik werk fulltime als logistieke in woonzorgcentrum Ter Heide. Ik doe mijn werk heel graag. Het geeft me de kans om bezig te zijn met mensen. Ik voel dat ik goed werk doe en ik blijf de Nederlandse taal oefenen. Het geloof is voor mij heel belangrijk. Het geloof is hoe ik mij gedraag, hoe ik mij kleed en wat ik eet maar ook dat ik goede dingen doe voor anderen. Er zijn dus dingen die ik voor mezelf moet doen, maar ook dingen die ik voor de buitenwereld moet doen.

Jij bent in Duitsland naar school geweest en je bent daar ook opgegroeid, dus ik neem aan dat je goed Duits kent. Was dat dan ook makkelijker om Nederlands te leren als je in België kwam wonen?

Eigenlijk niet. Ik verstond het Vlaams ondanks mijn Duitse talenkennis niet. Ik vond dat in het begin ook heel erg moeilijk dat ik de taal niet kende. Ik wilde kost wat kost Nederlands leren. Ik ben dan modules Nederlands gaan volgen eerst in Heusden bij ‘De Koepel’ en daarna in Hasselt. Mijn man spreekt perfect Nederlands. Dus sprak ik Nederlands met hem om te oefenen. Hier staat ook heel vaak Nederlandstalige tv op. Ik ben fier op het feit dat mijn kinderen perfect Nederlands spreken. Ik heb hen ook mijn moedertaal geleerd, want ik vind het natuurlijk ook belangrijk dat ze Turks kunnen spreken met hun familie. Ikzelf sprak perfect het Duits in mijn kindertijd. Ik dacht zelfs in het Duits en als ik kwaad was, was dat in het Duits. Ik heb de Duitse taal graag gesproken. Ik sprak Duits met mijn vriendinnen en met mijn zussen. Het was destijds logisch dat wij Duits spraken en er werd op school geen Turks gesproken. Dat bestond niet.

Jij hebt samen met anderen een Turkse vrouwenvereniging opgericht. Kan je me even zeggen hoe dit in zijn werk ging?

Sinds drie jaar hebben wij een vrouwengroep in Heusden-Zolder. Onze vrouwengroep is verbonden aan de Turkse Moskee Diyanet. Zoals je ook vrouwenverenigingen hebt die verbonden zijn aan de kerk zijn wij verbonden aan deze erkende moskee. De moskee in Heusden-Zolder was immers de eerste erkende Diyanet moskee in België en bestaat al van in de jaren ’60. De Diyanet vrouwen, maar ook de moskee willen een brug slaan tussen de twee culturen door ook Belgische mensen te betrekken in onze werking, zoals bijvoorbeeld tijdens de vredeswake. We hebben ook een Iftar bijeenkomst georganiseerd en Belgische mensen uitgenodigd. Wij moeten kunnen samenleven. Al hebben we over sommige dingen een andere mening.

Hoe heb je de Turkse vrouwenvereniging opgericht?

Ik ben jaren geleden actief geweest in de Turkse vrouwenvereniging, maar dat was niet zo groots. Ik ben er dan ook even mee gestopt, maar het wel vanop afstand blijven volgen en blijven steunen. Op een gegeven moment werd ik aangesproken door een aantal Turkse vrouwen om de Turkse vrouwenvereniging terug leven in te blazen. Men vond dat ik ervaring had om dit te doen. Ik wist dat er me een moeilijke taak op mijn schouders werd gelegd. Maar ik voelde genoeg steun om te starten. We zijn nu met 12 vrouwen.

Van welke leeftijd zijn de vrouwen binnen jullie vrouwengroep?

Ik ben de oudste, de andere vrouwen zijn allemaal jonger dan mij. Maar wij krijgen veel hulp van ‘de ouderen’. We hebben vrouwen die al jaren helpen en nooit nee zeggen. Zoals de eetdagen bijvoorbeeld, daar worden we dan door de oudere vrouwen geholpen.

Welke activiteiten doen jullie als vrouwengroep?

Wij werken vooral voor het goede doel. Wij houden eetdagen, ontbijten, speeldagen. Door deze activiteiten te organiseren zamelen we geld in en dat wordt dan gebruikt om te besteden aan een goed doel. God heeft ons veel gegeven en wij moeten ons hiervan bewust zijn. We moeten niet nog meer willen hebben. Het is goed om wat we hebben te delen. We moeten kunnen geven en dat doen we ook, zelfs als er weinig is. Zo hebben we waterputten geplaatst in Zimbabwe. We hebben voedselpakketten samengesteld voor minderbedeelden in de omgeving, maar ook voor mensen in Afrika. We hebben ook al geld gegeven aan Sint-Vincentius.

Hoe kiezen jullie een goed doel?

Dat komt toevallig naar ons toe. Zo was mijn man een aantal jaar geleden naar een offerfeest in Zimbabwe. Hij was daar als vrijwilliger om te helpen met vlees uit te delen. Hij heeft op dat moment gezien dat de mensen daar niets hebben en toch gelukkig zijn. Toen hij terugkwam uit Zimbabwe vertelde hij me dat mensen geen water hebben. Men doet er één dag over doen om water te gaan halen. De hele dag zijn ze met water bezig. Zo zijn we op het idee gekomen om een waterput te laten boren in dat dorp en dat is gelukt.
Hoe hebben jullie dat dan aangepakt? Want ik vermoed dat dat niet eenvoudig is.

Mijn man heeft sinds zijn bezoek in Zimbabwe wat mensen leren kennen waarmee hij contact heeft gehouden. We sturen het geld via de rekening door naar deze persoon en hij regelt ginder alles. Elke stap die er gezet wordt om de waterput te boren wordt vastgelegd op foto’s. Dus we kunnen alles goed opvolgen van hieruit.
We hebben ook ooit voedselpakketten bezorgd aan de mensen van het dorp. Daar hebben we ook foto’s van. We hebben de pakketten daar laten maken. Dat was een dure onderneming. Het transport bijvoorbeeld is erg duur. Wij hebben voor dat project 10.000 euro betaald. We hebben een aantal eetdagen georganiseerd en zo het geld bijeengekregen. Een put laten boren kost 4500 euro. We willen er dan ook zeker van zijn dat er met goede materialen wordt gewerkt zodat de put er voor lange tijd staat. We kunnen ook al een put laten zetten voor 1000 euro, maar wij willen zeker zijn van de kwaliteit en leggen daarom graag wat meer geld uit. Het heeft geen zin als een put na 3, 4 jaar geen water meer geeft. Water heb je nodig en voor altijd.

Hoe vaak komen jullie samen met de Diyanet vrouwen?

Wij komen spontaan bijeen. Je moet weten dit is vrijwillig werk en alle vrouwen van de groep gaan werken. Wij spreken alles af met whats app berichtjes. Er wordt gebrainstormd, we spreken af welke activiteit we gaan doen en de taken worden verdeeld. Er maakt iemand de affiche. Iemand bespreekt de zaal enzoverder. Het gebeurt weleens dat wij samen komen om de laatste dingen te bespreken.
Laatst hadden wij nog een vrouwenfeest en de zaal was afgeladen vol. We hebben een tombola gedaan. We hebben inkom gevraagd en iets voor het eten en de drank. Daarenboven was het een fijne avond onder vrouwen en dat is ook belangrijk. Want samenkomen met vrouwen is therapie. Je maakt verbinding. Je maakt plezier. Je praat wat met elkaar en je vergeet de alledaagse beslommeringen. Dat is gewoon leuk. Je wil van die momenten genieten en dat lukt ook. Je krijgt daar energie van.

Weet je al welk jullie volgende sponsorproject zal zijn?

Op nieuwjaarsavond was ik het nieuws aan het kijken en opeens zag ik een nieuwsbericht over hongersnood in Zimbabwe. Net op die avond worden hier duizenden euro’s aan vuurwerk uitgegeven. Dat raakt me dan! Ik heb dan meteen mijn gsm genomen en naar de vrouwen een bericht gedaan: “Kijk eens dames wat ik nu zie, het is weer tijd voor voedselpakketten in Afrika”.
Iedereen doet altijd enthousiast mee. Onze dames in de Diyanet vrouwengroep zijn 1 voor 1 sterke persoonlijkheden. Iedereen heeft een bijzondere kwaliteit.

Is er een structuur in de Diyanet vrouwengroep?

Iedereen heeft zo een beetje zijn taak. Ik kan niet alles zelf doen. Ik ben de Voorzitter en hou ook het geld bij. Ik ben dus ook de penningmeester. Dan is er nog iemand die de administratie doet, iemand die de affiches maakt, een fundraiser en zo heeft iedereen een beetje zijn taak. Het is niet zo dat ik alles beslis. Ik gooi dingen in de groep en we proberen tot een compromis te komen. Vaak stemmen we dingen en de meerderheid wint. Alles wat we beslissen moet gedragen zijn door de groep. Het mooie aan de groep is ook dat we heel open zijn naar mekaar. We kunnen veel tegen mekaar zeggen en er is vertrouwen. Dat werkt heel goed. Openheid en eerlijkheid is belangrijk. Wij zijn zusters en we proberen elkaar te helpen.

Wat wil je nog voor jezelf bereiken?

Ik wil graag nog studeren en bijleren. Ik wil werken gaan. Deel uitmaken van de gemeenschap. Ik ben heel empathisch, ik heb het omgaan met mensen in mij. Mocht ik nog de kans krijgen om een opleiding in die richting te doen, dan zou ik dat met beide handen aannemen.



05 februari'20
In de spreekstoel met Brigitte Thijs

Het Zebrahuis, het witte huisje in de Waterleidingstraat. De zebra, het wilde paard dat afkomstig is uit midden en het zuiden van Afrika en hier staat als symbool voor diversiteit, vind ik een super gekozen dier. Een dier dat naast zijn diversiteit kracht en verbinding uitstraalt. Ik ben weleens benieuwd wat er allemaal gebeurt in dat Zebrahuis. Zo komt het dat ik oog in oog zit met Brigitte Thijs. Ze weet alles over het Zebrahuis, want ze was er van in het begin bij (1990).

Wat beweegt er hier op het moment allemaal onder het dak van het Zebrahuis?

In het Zebrahuis komen heel wat groepen wekelijks samen. Zo hebben we op maandag de creagroep. De vrouwen van de Cité (vooral van Onder de Poort en Mommeplas) komen hier dan samen om te handwerken. Er wordt dan ook thee geschonken en lekkers erbij gegeten. Dit is een open groep en iedereen is welkom. Op dinsdag hebben we de groep Vriend en Taal. Tijdens de ‘Vriend en Taal’ bijeenkomsten kunnen anderstaligen samen met Nederlandstalige vrijwilligers hun Nederlands oefenen. Er zijn vier vrijwilligers die dit draaiende houden.

Op woensdagnamiddag is er taalstimulering voor kinderen van 5 tot 8 jaar. We zijn dan op een speelse manier bezig met de Nederlandse taal.

Op maandag om 17 uur ga ik naar het CVO en daar maken we de kinderkrant ‘Crocodils’. Dit is voor kinderen vanaf 9 jaar en het krantje is voor alle kinderen van de lagere school.

Het kinderkrantje Crocodils is iets wat iedereen kent in Heusden-Zolder. Hoe gaat dit in zijn werk?

Zoals ik al zei ga ik op maandagavond naar het CVO in Zolder. Daar heb ik een groep van 15 kinderen. We leren de kinderen hoe ze rond hun artikel moeten werken en er komt van alles bij kijken zoals het blind typen. Er wordt geïnterviewd en nog zoveel meer. Belangrijk hierbij is dat kinderen met taal bezig zijn. De kinderen mogen zelf hun artikel kiezen. Ze moeten bij interviews zelf hun vragen uittypen, het interview afnemen, de antwoorden opschrijven en dat in een goed artikel gieten. Dit is iets van henzelf, waar ze fier op mogen zijn en wat hun zelfvertrouwen geeft. Alle vaardigheden die nodig zijn om de Nederlandse taal goed te beheersen komen hierbij aan bod. Dinsdag hebben we een groep Crocodils in het Zebrahuis en op woensdag in Halhei. Elke groep bestaat uit maximum 15 kinderen en elke groep maakt 4 kranten per jaar. Vanuit de kinderkrant nemen we ook deel aan activiteiten van Natuur en Wetenschap. Dit zijn uiteraard activiteiten rond de natuur en rond wetenschap.

De jongeren kunnen terecht bij vzw Arktos. In de wijken Cité (Onder de Poort, Mommeplas) en Lindeman en organiseert men jongerenwerking via vzw Arktos Men gaat vooral verbindend aan de slag. Jongeren verbinden met zichzelf en met anderen zoals bijvoorbeeld de buurtbewoners en men werkt er aan het positief zelfbeeld van de jongeren.

Ook zijn er wijkvergaderingen met de bewoners en de diensten. Er zijn soms verzuchtingen en die kunnen de bewoners dan kwijt aan de juiste mensen. Een verkeersdeskundige wordt uitgenodigd, iemand van de dienst grondgebiedzaken, het OCMW, de Kantonnale Bouwmaatschappij, de schepen verantwoordelijk voor de wijken, de wijkagent, enzovoort. We werken met de methodiek wijkontwikkeling en gebruiken een grote luchtfoto van het gebied waar de vergadering over gaat. Elk levensdomein heeft een bepaalde kleur, zo staat blauw voor verkeer. Bewoners schrijven de problemen, ideeën op een blauw kaartje en leggen dit op de luchtfoto op de plaats waar het over gaat. Zo zijn er verschillende levensdomeinen en verschillende kleuren. Ideeën, oplossingen worden ter plaatse besproken en iedere deskundige kan onmiddellijk reageren met wat kan en wat niet kan. Zo kunnen we heel erg kort op de bal spelen. Zo komen we tot een wijkplan van 1 of 2 jaar. We maken ook tweemaandelijkse wijkkranten met informatie, maar zeker ook van wat er ondertussen gebeurde met de wijkplannen.

In mei maken we elk jaar een ‘groenkrant’. Dit jaar is het thema afvalvrij leven. We organiseren groenactiedagen met workshops voor de kinderen en de ouders. We organiseren opruimacties in de wijken met de kinderen en eventueel de ouders. We blijven permanent sensibiliseren rond de afvalproblematiek.

Ik sta versteld van wat jullie allemaal doen in het Zebrahuis. Hoe zien jullie de bomen door het bos?

Wij vertrekken altijd van wat er gebeurt in de wijk. De wijkplannen zijn ons vertrekpunt. Wat de taalstimulering met de kinderen betreft zie ik nog steeds dat er veel taalachterstand is. Dertig jaar geleden zijn we hiermee begonnen en spijtig genoeg zijn we nu nog steeds bezig met het stimuleren van de taal. We zien heel veel gezinnen van Turkse origine waar men perfect Nederlands praat, maar bij velen is dat nog spijtig genoeg niet zo en vaak ligt dit aan verschillende factoren. Wonen ze in een wijk met een monocultuur? Wonen de grootouders bij in huis? Spreken de ouders allebei Nederlands? Gaan ze naar een sport- of andere vereniging?... We proberen zoveel mogelijk op dingen in te gaan die er al zijn en die leven in de wijken. Door de jaren heen hebben we gezien dat we het meeste succes oogsten met zaken die gedragen zijn door de bewoners. Zo hebben we in het verleden ooit dingen georganiseerd die niet voldoende aansloten bij de leefwereld van de wijkbewoners.

Hoe zit het met eenzaamheid op de Cité?

Eenzaamheid binnen de Turkse gemeenschap komt weinig voor. Ze verenigen zich op verschillende manieren. Zo heb je bijvoorbeeld de Turkse Gun groepen, dit zijn groepen waar vriendinnen maandelijks samenkomen om samen te eten en telkens aan één iemand van de groep een bepaald geldbedrag geven. Heel wat vrouwen komen ook samen om de Koran te lezen. Er zijn een aantal creagroepen. Heel wat vrouwen gaan regelmatig samen ontbijten op de Koolmijnlaan en dit is ook weer een sociale gebeurtenis. Er zijn ook een aantal heel sterke vrouwen binnen het Turkse verenigingsleven die vrouwengroepen oprichten en hier activiteiten mee doen. Dit zijn allemaal voorbeelden van hoe de Turkse gemeenschap zich verenigd en hoe zij eenzaamheid uitsluiten.

Wat kan jullie rol als wijkcentrum zijn bij dit verenigingsleven van de Allochtone gemeenschap?

Er is een Turkse vrouwengroep van Diyanet, die ook een vestiging heeft op de Koolmijnlaan. Het Turks Belgisch Cultuur- en Ontmoetingscentrum. Samen met hun hebben wij de Babbeldoos opgestart en dit bestaat nog steeds. De Babbeldoos organiseert taalstimulering voor 4-5 jarige kleuters. Ook proberen wij praktische ondersteuning te bieden aan deze groepen. Soms komen ze raad vragen over hoe ze dingen moeten aanpakken.

Na 30 jaar gewerkt te hebben in het Zebrahuis en heel wat ervaring te hebben, stel ik me de vraag of je het, met te weten wat je nu weet, het anders zou aanpakken?

Nee, we zijn heel blij met hoe we het hebben aangepakt. We zijn destijds gaan kijken in Deventer, van daar kwam de methodiek wijkontwikkeling die we vandaag toepassen. Met de informatie die we daar kregen zijn we dan hier er op onze manier mee aan de slag gegaan. We zijn de wijken gaan verkennen. Wie zijn de mensen? Welke problematieken heersen er? Welke werkingen zijn er al? Wat bestaat er al? Stilletjes aan zijn we ons gaan inbedden in al deze werkingen en hebben we een sociale kaart gemaakt. Zo wisten we heel goed wat er leefde in de wijk, welke behoeften er waren en welke dingen gedragen zouden worden door de bewoners van de wijk. Ik denk dat we als Zebrahuis fier mogen zijn op onze positieve inbreng die we steeds hebben gehad in het integratiebeleid in Heusden-Zolder. Ik ben heel blij met wat we hebben verwezenlijkt en kijk uit naar wat er nog gaat komen.



 29 jan'20 In de spreekstoel met Johny Wijnants
Volkstuintjes in Heusden centrum

Volkstuintjes … het blijft me boeien.
Als ik met mijn fiets langs de volkstuintjes rijd dan vraag ik me af wat deze mensen drijft.
Als je hen bezig ziet met spitten, wieden en planten dan lijkt het weleens op een feest op landbouwgrond. Samen tuinieren op een stukje land dat niet aan je huis ligt, Thermossen met koffie en brooddozen met boterhammen op een tuintafel en na het harde tuinwerk samen keuvelen in de zon. Ik wil er alles over weten en ik ga op zoek naar de mensen die zich bezighouden met de volkstuintjes in Heusden-Zolder. Zo kom ik terecht bij Johny Wijnants. Hij zal me alles vertellen over de volkstuintjes in Heusden-Zolder.

Hoe en wanneer hebben de volkstuintjes een start genomen in Heusden-Zolder?

Eigenlijk leefde het idee van de dorpstuintjes al lang in de dorpsraad van Heusden Centrum en daar heeft het ook zijn ontstaan gevonden. Vooral Julien Maebe, die destijds voorzitter was van de dorpsraad heeft jarenlang geopperd om te starten met volkstuintjes. Daarna kwam er een locatie ter beschikking, namelijk één op de zijstraat van de Schootstraat. We zijn er toen met z’n vieren opgesprongen om het project volkstuintjes te trekken. De werkelijke opstart van de volkstuintjes heeft plaats gevonden in de lente van 2018.


Wat is de bedoeling van de Volkstuintjes?

Eigenlijk gaat het over gezond groenten kweken. We gaan te werk rond de methode van ‘Veld’ of ‘Tuinier’, dit zijn twee organisaties die ons inspireren en die biologisch te werk gaan en niet spuiten met chemicaliën. We willen het perceel opsplitsen in individuele tuintjes van een halve are of een aar en de mensen mogen dan naar hun zin groenten kweken, de enige voorwaarde is niet spuiten. Wat we ook suggereren is het teelplan volgen. Dit wil zeggen dat je het perceeltje best opdeelt in 6 stukken en dat je jaar op jaar opschuift om alzo bepaalde ziekte te voorkomen of te slim af te zijn. Deze informatie krijgen de volkstuiniers door een workshop of door het volgen van vormingsreeksen, die trouwens gratis zijn.

Er bestaan ook handige handboeken die de nodige informatie hieromtrent kunnen geven. Wij willen de mensen die niets van tuinieren kennen en die toch groene kriebels hebben met raad en daad bijstaan om te lukken in hun volkstuintje. Bij de volkstuintjes hebben we ook nog de mogelijkheid om percelen te gebruiken voor gemeenschappelijk gebruik. Het mooie aan deze gemeenschappelijke delen is dat we er geraamtes van serres hebben staan. Daar moet je alleen plastic voor kopen, het erover trekken en dan heb je een serre. In functie van hoeveel mensen zich aanmelden gaan we kijken hoeveel serres we gebruiksklaar kunnen maken om ook eventueel onder plastic te kunnen telen.

Jullie zijn dus in het voorjaar van 2018 begonnen met de volkstuintjes.
Hoeveel mensen hebben zich toen meteen aangemeld om te beginnen met een volkstuintje?

We zijn begonnen destijds met de vier trekkers, in het najaar van 2019 zijn er nog 3 mensen bijgekomen die hun tuintje reeds ingericht hebben voor de lente. Sint Vincentius is eveneens geïnteresseerd om 3 percelen te laten bewerken door mensen die behoefte hebben aan de groentjes en die daar groenten voor hunzelf kunnen kweken. Er zijn ook gesprekken geweest met Het Weyerke om eventueel met bewoners te komen tuinieren onder begeleiding. Verder proberen we nog andere diverse groepen aan te trekken.


Hoeveel percelen zijn er om als volkstuintje aan te bieden?

We kunnen gemakkelijk met 25 individuele tuintjes werken. Het stuk is bijna één hectare groot en we hebben dan ook nog de serres. We zouden het leuk vinden om met 25 mensen op dezelfde golflengte te kunnen staan. 25 mensen op één lijn krijgen, dat is nog mogelijk. Maar 50 mensen, die capaciteit is er ook, maar dat is al moeilijker. Dus laat ons eerst maar eens beginnen met 25, dat lijkt me voor te beginnen genoeg.

Welke troeven heeft het perceel?

Er zijn heel wat troeven. De begeleiding die je krijgt bij het telen van planten is er zeker één. Het perceel heeft een grote hangaar waar de materialen in kunnen opgeborgen worden. Aan deze hangaar is er water en elektriciteit. Op het gezamenlijke stuk zou er kunnen samengewerkt worden aan bijvoorbeeld een bloemenweide, waar er een imker zou kunnen aangetrokken worden of aan een pluktuin van bloemen. We zouden er aan wijnbouw kunnen doen of er frambozen en blauwbessen kunnen kweken. Dit zijn allemaal ideeën die we hebben, maar waar we handen voor nodig hebben en dit zijn ideeën waar de groep moet achter staan. Samen compost maken dat is ook zoiets wat leuk zou zijn om samen te doen.


Je zegt de visie is om biologisch te tuinieren, maar zijn er nog andere dingen waarom de bewoners in Heusden-Zolder een volkstuintje moeten nemen? We proberen ook het bodemleven te respecteren. Door de grond te gaan woelen in plaats van te spitten geven we de beestjes in de grond veel meer kans. Wat ook een doel zou zijn is dat we biologische zaden gaan gebruiken. We willen mensen aanzetten tot gezond leven, niet alleen door biologische groenten eten, maar ook door buiten te komen om in hun tuintje te werken. Bewegen is belangrijk, waarom dan niet in jouw eigen tuin? En wat zeker ook belangrijk is, is het verbinden van mensen. Mensen met verschillende achtergronden samenbrengen in de volkstuintjes om samen iets te doen. Mensen van andere culturen erbij halen om elkaars groenten te leren kennen. We willen het er gezellig maken zodat het een leuke plek wordt om naar toe te komen. Dit zijn allemaal verwachtingen die we moeten proberen waar te maken.
Stel dat ik geïnteresseerd ben in een volkstuintje. Wat gaat mij dat kosten?

Een volkstuintje van een halve aar kost 25 euro per jaar, voor één aar is het dan 50 euro. Daarbij komt dan nog de aankoop van de zaden en een minimum aan materiaal. Er kan altijd gekeken worden welk materiaal door wie aangekocht wordt en dan kunnen materialen ook uitgewisseld worden. Er is ook wel een werkgroep binnen ‘Veld’ die ons leert onze eigen zaden te winnen. Zaden zijn zo duur niet. Vaak is een pakje te veel voor één tuintje en dan kan dat ook uitgewisseld worden.

Hoeveel tijd gaat er in een tuintje van een halve aar?

Het is best dat je het tuintje éénmaal in de week bezoekt en er een uur tot anderhalf uur in werkt. We hebben dan ook nog wel die gezamenlijke momenten, waar we samen komen om compost te maken. De tijd is moeilijk in te schatten want in de lente is het natuurlijk drukker. Als je jezelf eraan houdt om regelmatig wat te komen werken in je tuintje dan heb je zoveel werk niet meer. Het tuintje bijhouden is wel belangrijk, zodat het niet overwoekerd en zodat je de zaden van jouw onkruid niet laat overwaaien naar de buur. We willen niet te veel tijd steken in vergaderen, daar zal niet zoveel tijd aan gespendeerd worden. We willen vooral vooruit met de tuintjes.

Met wie neem je best contact op om je een volkstuintje aan te schaffen?
De contactpersoon voor de volkstuintjes is Julien Maebe. Zijn contactgegevens zijn:
Gsm nummer: 0496522895  Email adres : julienmaebe@gmail.com



22 januari '20
In de spreekstoel met Robert Quintens




Met ‘The Night of the Locals’ in het verschiet spreek ik deze keer af met Robert Quintens hier op de foto met zijn zoon Teun. Robert die nu in Houthalen woont zakt even af naar het buurthuis in Boekt voor een interview. Robert voelt zich dadelijk thuis, want eigenlijk is hij in Boekt opgegroeid. Robert is een creatieveling. Een man met gevoel en verbeelding. Een kunstenaar. Hij vertelt me dat absolute vrijheid de basis is voor een creatieve geest. En daar ben ik het volledig mee eens!

 Mijn nieuwsgierigheid achterna, ga ik op zoek naar de innerlijke kracht die deze man gebracht heeft waar hij nu staat. Ik kreeg zijn bijzonder verhaal te horen … Robert is een specialist in publiciteitsschilderwerken. Hij begon in het begin van zijn carrière met het beschilderen van reclamewanden op voetbalvelden. Hij is daarna via, via terecht gekomen in de formule 1 wereld en hij is daar nu een gewaardeerd en onvervangbaar publiciteitsschilder.

Kan je een beetje duiden wat je doet op zo een formule 1 circuit?

Ik maak publiciteitsschilderingen op de grond. Op het racecircuit of erlangs. Ik krijg mijn opdrachten via plannetjes van de sponsors met een aantal logo’s. Daarna ga ik kijken hoe groot de tekst moet zijn. Er zijn plaatsen geweest waar de tekst 80 meter lang was en 20 meter hoog. Om het overzicht te bewaren over zo een groot project moet ik dan gebruik maken van stretchen, maar ik teken vooral alles zelf uit. Vaak krijg ik een logo op A4 formaat, ik doe alles maal zoveel en dan begin ik met mijn houten lat alles uit te tekenen en te plakken.

Hoe ben je ertoe gekomen om dit werk te gaan doen?

Als klein kind tekende ik erg graag. Op heel wat tekenwedstrijden behaalde ik prijzen en mijn ouders werden steeds gestimuleerd om mij naar de kunstacademie te laten gaan. Maar onze pa, van den oude stempel, vond dat ik ne stiel moest gaan leren. Ik ben dan in de vakschool in Beringen afgestudeerd in een technische richting, metaalbewerking. Ik heb daar echter nooit werk in gezocht. Dat was niet wat ik graag deed. Ik ben daarna wat gaan werken op fabrieken aan de band en ik ben ook heel lang werkloos geweest tot er een publiciteitskantoor in Hasselt me vroeg of ik voor hen wat publiciteit wilde gaan schilderen op wanden. Zo is het dus begonnen. Stilaan kwam ik dan in de wereld van de formule 1 terecht.

In die ‘wereld’ terecht komen lijkt me niet eenvoudig. Heb je daar speciale dingen voor moeten doen?

Nee helemaal niet. Het toeval kwam zo uit. Ik heb op het circuit van Zolder ook een aantal schilderingen gemaakt en men vond goed wat ik deed. Men heeft me echt gekozen omdat ik goed ben in wat ik doe. Men apprecieerde mijn werk en ik werd daar zelfzeker door. Zo ben ik gegroeid. Mijn droom was altijd de wereld te kunnen zien. En door mijn job kan ik dat. Ik vind het zo leuk wat ik doe.

Naar welk formule 1 event kijk je speciaal uit in het buitenland?

Japan vind ik heel leuk. Het is een prachtig landschap en de mensen zijn er bijzonder vriendelijk. Ook Singapore kan ik wel appreciëren. Naar Australië ga ik dit jaar voor het eerst, dus dat moet ik nog ervaren. Behalve in Monaco en Australië ben ik overal geweest. Nederland en Vietnam komen er dit jaar bij. Maleisië valt weg. Het seizoen begint vanaf 15 maart in Australië en eindigt op 29 november in Abu Dhabi.

Hoeveel dagen blijf je op één plek om jouw werk te doen?
Ik verblijf op elke plek een week. Ik vertrek gewoonlijk op een zondag en ik mag pas terug vertrekken op het moment dat de race start. Soms komt de opdrachtgever op het laatste moment nog met een logo van een sponsor die er nog even bij moet. Dat kan op de meest onmogelijke uren zijn, bijvoorbeeld ’s nachts om 3 uur, nog voor de wedstrijd begint. Zo kan ik een anekdote vertellen van een opdracht in Italië, Monza, daar was een kunstenaar begonnen aan een schildering van een kunstwerk voor Ferrari en die kreeg dat niet af. Toen zijn ze mij komen halen met een scootertje om de kunstenaar te helpen. Uiteindelijk, voor de wedstrijd begon was het kunstwerk in 2 verschillende stijlen af. Het bovenste stuk door de kunstenaar en het onderste stuk van mij.

Je bent niet alleen publiciteitsschilder voor formule 1, maar je bent ook de vader van ‘The Night of the Locals’ in Zolder die weer plaats vindt aanstaande zaterdag. Hoe lang bestaat dit event?

Dit jaar is de 23ste keer dat we het organiseren. 23 jaar geleden besloot ik met mijn vriend Ludo Hulsmans een festival te organiseren in de winter. Het was de bedoeling om lokale muzikanten samen te brengen om alzo groepjes te vormen en samen te spelen. Het moesten geen vast groepjes zijn, dat was aanvankelijk niet de bedoeling. Het is dan nu wel uitgegroeid naar een evenement waar bandjes komen optreden. Bandjes krijgen een podium, het materiaal en het publiek en komen dan hun ding doen. De muzikanten treden vrijwillig op en nemen hun aanhang mee. De inkom bedraagt 7 euro en die prijs kunnen we zo laag houden net omdat de bands niet hoeven betaald te worden. Dit jaar staan er 7 groepen op het programma.

De Locals is nu uitgegroeid tot een groot volksfeest. Mensen hebben elkaar lang niet meer gezien, komen naar de Locals en zien elkaar weer eens terug. Dit is een vorm van verbinden en dat is belangrijk. Zelf speel ik op ‘The Night of the Locals’ met mijn eigen band, The Locals Band. Muziek is een passie. Ik heb het schilderen mezelf aangeleerd, maar ook het gitaar spelen.

Hoe maak je een selectie in de bands die zich aanmelden?
Maak je een keuze naar kwaliteit of heb je andere strategieën? Nee hoor, als het vol zit, zit het vol. Wij hoopten wat meer jongeren aan te trekken. Deze moeten we vaak overtuigen. ‘The Night of the Locals’ is ook niet alleen bedoeld voor groepen. Er zou er daar perfect iemand een ‘one man-show’ mogen komen geven, maar dat is nog niet gebeurd. We trekken deze mensen op dit moment ook niet aan. Er komen vooral rockbandjes. Ik droom ervan om meer variatie te krijgen op de volgende Locals.

Waar droom jij verder nog van? Ik zou het niet weten. Ik heb alles waar ik van droomde verwezenlijkt. Ik wil zo nog doorgaan, want ik ben al serieus over de 60 en ik hoop dat mijn gezondheid het toelaat nog heel lang door te gaan. Het werk heeft me jong gehouden. Werk wat je graag doet houdt je jong! Ik heb zo mooie plekjes op de wereld mogen zien. Ik ben een tevreden mens.

Wat wil je nog kwijt aan de mensen van Heusden-Zolder?

Probeer je doel na te streven. Als je echt wil dan kan je je dromen waar maken. Gebruik jouw talenten, dan moet je geen moeite doen om perfect te zijn in dat wat je doet. Ik word stil van deze wijze raad van Robert. Geen enkel filosoof zou het beter kunnen zeggen. Robert is een open en eigenzinnig man, die altijd probeert het beste uit zichzelf te halen. Wij mogen fier zijn op zo een Heusden-Zolderaar.
https://www.facebook.com/nightofthelocals/




15 januari 2020,
 In de spreekstoel met Paul Coolen,




Vanavond trek ik naar Berkenbos. Ik heb daar een afspraak met Paul Coolen. Paul is vooral bekend als “De Apotheker”. Sinds enkele jaren heeft Paul zijn apothekersjas aan de haak gehangen om zich met andere dingen bezig te houden. Paul zet zich graag in voor mens en omgeving en werd zo voorzitter van De Koepel en van de fietsersbond Heusden-Zolder. Paul geeft aan dat hij nog heviger bezig is dan vroeger, maar dan met de dingen die hij echt graag doet. Door ecologisch te leven beweert hij nog meer tijd te hebben, gezonder te zijn en meer energie te hebben om alles wat hij wil doen samen met anderen te verwezenlijken.
Ik luister naar zijn verhaal …

Wat was de insteek om te beginnen met een fietsersbond in HZ?

Paul beantwoordt mijn eerste vraag met een vraag aan mij:
” Hoeveel mensen die rijden op de Koolmijnlaan zijn lokaal vervoer en hoeveel rijden er door Heusden-Zolder om naar een andere gemeente te gaan?”
Ik probeer me de situatie voor te stellen, want ook ik sta vaak met mijn auto aan te schuiven op de Koolmijnlaan. Ik antwoord Paul met het cijfer 10%. Volgens mij zijn 10 % van de autorijders op de Koolmijnlaan mensen die een rit doen van minder dan 7 km.
Paul corrigeert me en zegt het zijn er 20% en zegt dat ik er verdomd dicht bij zit, maar ja wat wil je … aan mezelf ken ik de hele wereld en toch weet ik dat Paul gelijk heeft. Ik laat hem verder mijn vraag beantwoorden …

We willen allemaal een zuivere lucht, een veilige omgeving, minder file, minder geluidsoverlast, een betere gezondheid, niet?
Wel als je weet dat het autoverkeer in onze gemeente zeker voor meer dan 50% zuiver lokaal verkeer is van minder dan 3km dan weet je genoeg. Op de Koolmijnlaan, Brugstraat en Guido Gezellelaan rijdt slechts 20% van het autoverkeer door Heusden zonder te stoppen. Zo weet je wie de files veroorzaakt, wijzelf. Onze kinderen laten we niet gemakkelijk alleen met de fiets naar school rijden want er zijn te veel auto’s. We zijn te bezorgd voor onze kinderen. Dit vormt een vicieuze cirkel.

Welnu, ons hoofddoel is de inwoners te motiveren meer met de fiets of te voet te gaan. Als fietsersbond willen wij samen met de gemeente het autoverkeer doen dalen met minstens 25% tegen 2025, het einde van dit gemeentebestuur, actie 25/25 dus.
Ik neem mijn fiets altijd voor afstanden van minder dan 7 km. Natuurlijk hebben we ook een (elektrische) wagen maar die laten we liefst staan. Heusden-Zolder op de fiets krijgen lijkt me niet zo een eenvoudige opdracht. Op welke manier denk je mensen te kunnen inspireren om vaker de fiets te nemen?
Dit is inderdaad niet eenvoudig.

We hebben een sterke stuurgroep binnen de Fietsersbond, we werken goed samen met de gemeente, we communiceren veel… Dit helpt maar zelf het goede voorbeeld geven nog meer.
Wist je dat het slechts 7-8% van de tijd regent in Vlaanderen?
Het is dus bijna altijd droog. Ook in de winter krijg je het spontaan warm door aangepaste kleding en de beweging zelf. Verder heb je veel meer sociaal contact en geniet je van de omgeving. Ik zou hierbij alle burgers van Heusden-Zolder willen oproepen om zoveel mogelijk de wagen te laten staan voor de korte afstanden en de fiets te nemen of te voet te gaan.

Ook voor de winkels zou dit een goede zaak zijn want elke fietser is een auto minder. Je gaat toch geen brood van 500g halen met een wagen van 1,5 ton?
Als we met de fiets gaan is er geen uitstoot en we moeten niet parkeren. We zouden het STOP-principe in gedachte moeten houden, nadenken over onze verplaatsingen, eerst gaan we stappen, dan gaan we trappen, dan nemen we het openbaar vervoer en pas dan nemen we onze personenwagen. Ikzelf heb een elektrische wagen, maar een elektrische wagen is een goede wagen als je er niet mee rijdt.
Een voorbeeld hiervan is de actie tegen zwerfafval. Er worden heel veel acties rond zwerfvuil opgezet, denk aan de World Cleanup Day of de Mooimakers en die hebben succes, omdat ze gedragen zijn. Een papiertje weggooien dat doe je zomaar niet meer. Maar hiertegenover staat het zwerfstof dat wij dagelijks uitstoten via onze uitlaatpijp van de wagen. Daar heeft niemand last van maar daar weegt dat papiertje dat op de grond ligt niet tegen op want dat kan je oprapen en in de vuilbak gooien. Tegen zwerfstof doe je niets. Dat is niet op te vangen en we zijn gedoemd om het in te ademen.

Welke fietsreizen heb je tot nu toe gemaakt?
Welk was de meest opmerkelijkste fietsreis? Wat zit nog in de pijplijn of weet je al wat het volgend jaar zal worden?

Dit zijn er al heel wat geweest: de meeste landen van Europa, onlangs nog van Kopenhagen tot Istanboel. Buiten Europa: Turkije, Palestina, USA (2x), Zuid-Amerika, Cuba, Oman-India-Nepal, Thailand-Cambodjia-Vietnam-Laos…
De laatste Kopenhagen-Istanboel door 13 landen, vele talen en culturen vond ik fascinerend.
Misschien van hier aan de kerk tot in Moskou, dat wil ik ook nog weleens doen.

Hoe kom je jezelf tegen op zo een fietsreis?
Ik veronderstel dat er op die momenten veel tijd is voor meditatie?
7 uur per dag gemiddeld op de fiets geeft inderdaad heel wat tijd om na te denken, te observeren en ook te ontmoeten. Echt meditatie zou ik het niet noemen maar wel alleen, niet eenzaam, nadenken over jezelf, de omgeving, het leven… het nodigt uit tot het krijgen van ideeën en creativiteit.

Is er een plek waar je graag opnieuw naartoe wil en waarom?
Europa heeft nog veel in petto. De Donauroute is een aanrader, mooi en niet zwaar. De meeste dramatische streek was Palestina met Israël, de Westbank en Jordanië met heel zijn politieke problematiek. Teruggaan hoeft niet echt, nieuwe dingen ontdekken lijkt me beter.

Wat wil je kwijt aan niet-fietsend Heusden-Zolder?
Zoals een bekend sportmerk declameert: “Just do it!”. Onze gemeente en jijzelf zullen er beter door worden! Met “Just Do It” bedoel ik dat we moeten ophouden met zeuren. De ”Ja Maar” moeten we verbannen. Het is niet alleen de “Just do it”, maar ook de “You can do it”.
Ik wil ook nog benadrukken dat ik echt geloof in burgerparticipatie. Als het beleid burgerparticipatie wil toestaan dan is dat een win win voor de gemeente, want het betrekken van uw inwoners in projecten binnen de gemeente leidt tot vrijwillige hulp en dit leidt alweer tot die gedragenheid die ik toch zo hoog in het vaandel draag. Ik heb een open brief naar alle beleidsmensen gestuurd waarin ik vraag om iedereen te inspireren met een pleidooi voor burgerparticipatie. Burgers zijn ook wijs en ga dan op weg met 1000 participatieve burgers, met al hun kennis en wijsheid kan je heel wat nobele doelen bereiken. Nog een tip van Paul : Bezoek onze website www.fietsenvanHtotZ.be en onze Facebookpagina: FietsenvanHtotZ
Dank je Paul voor dit open gesprek. Ik hoop dat je ons kan blijven inspireren vaker de fiets te nemen en zo tijd te winnen, want wie wil daar nu niet ten volle voor gaan.
Linda Graulus.


08 januari 2020
In de spreekstoel met Maarten Verlinden



Op 2 januari heb ik met Maarten Verlinden een afspraak in de bibliotheek van Heusden-Zolder. Na de officiële opening van zijn overzicht van het jaar in LEGO-stad zoeken we een spreekstoel en hebben we een leuk en warm gesprek. Maarten is een open, warme en zonnige persoonlijkheid.
Men heeft het de laatste tijd heel erg gehad over Maarten Verlinden en zijn LEGO. Je hebt daar heel veel persaandacht voor gekregen. Hoe heeft dit zo een vaart kunnen nemen?

Ik ben een heel grote fan van jaaroverzichten. Voor mij is een jaaroverzicht een goed middel om het totaaloverzicht te kunnen zien en de wereld te kunnen begrijpen. Ik wil in mijn jaaroverzicht ook mijn mening niet kwijt, ik wil dingen aanreiken om over na te denken. Dit is de vierde keer dat ik een jaaroverzicht maak en het is ieder jaar anders. Dit jaar is de pers er razendsnel opgesprongen, eerst via Radio 2 en toen Radio 1 en daarna Karrewiet. Toen het eens op Karrewiet geweest was had ik zo een twee interviews per dag. Zo snel kan het dus gaan.

Maarten Verlinden achter de LEGO is diegene die heel veel doet voor RIKOLTO (vredeseilanden). Hoe ben je daar eigenlijk bij gekomen?
Ik ben iemand die heel graag sport. Ik fiets graag. Ik heb dan jaren geleden een fietstocht georganiseerd om zo geld bijeen te zamelen voor een goed doel. Ik vond me inzetten voor een goed doel en de centjes bijeen verzamelen door een sportevenement een mooie combinatie die me wel lag en waar ik voor wilde gaan.

Waar is het mee gestart?


Met de fietstocht?
Of met het goede doel?

Ik had bij de organisatie van mijn eerste fietstocht nog geen goed doel voor ogen. Er waren connecties met broederlijk delen. Maar dan leerde ik mijn vriendin kennen en die liet me weten dat er nog een andere organisatie was die min of meer hetzelfde werk deed en dat was toen Vredeseilanden (nu RIKOLTO). Rikolto organiseerde fietsreizen naar Africa, Azië en midden Amerika voor mensen die 3000 euro hebben ingezameld voor hun projecten. Als je deze 3000 inzamelt krijg je het privilege om deel te nemen aan de Rikolto Classics. Omdat mijn partner en ik samen wilden gaan moesten we 6000 euro inzamelen. De fietstocht en de quiz die we jaarlijks organiseren zorgen voor die 6000 euro. Daarnaast betalen we voor onze reis dat ook geld in het laadje brengt voor Rikolto. We willen daar ook heel transparant in zijn. De reizen die we maken staan helemaal los van de inzamelingen en worden volledig door onszelf bekostigd.
De 3000 euro die we hebben ingezameld wordt geïnvesteerd in projecten rond boeren. Rikolto zorgt ervoor dat je door het land kan fietsen, van boer naar boer, van project naar project. Je overnacht er en zo krijgt je een mooi overzicht van wat er allemaal gebeurt met het ingezameld geld. Zo mocht ik dan deelnemen aan vier reizen naar Benin, Tanzania, Indonesië en Vietnam. We gaan niet ieder jaar op reis, maar we proberen de 6000 euro per jaar wel iedere keer bij elkaar te krijgen voor Ricolto en door te storten. We waren dit jaar van plan om met Rikolto naar Ecuador te gaan, maar met de strubbelingen daar zal dat waarschijnlijk niet door gaan. De classics zijn daardoor ook “on hold” gezet, maar we zien wel. Je kan ook niet onvoorbereid naar de Classics gaan, want je fietst tijdens zo een Classic zes- à zevenhonderd kilometer op zes dagen, dat is 100 kilometer per dag en dit op niet eenvoudige wegen. Daar moet je dus wel een beetje voor geoefend hebben.



Rikolto werkt vooral met boeren.
Wat is nu juist hun missie in de hulp die zij geven aan boeren in het buitenland?

 probeert om eerlijke voeding bij ons op tafel te krijgen. Zij spelen daarom in op projecten in het buitenland bij de boer zelf, maar ook op de verwerking, de distributie en de marketing hier bij ons. Ze doen dit om hun producten te verduurzamen. Ook hier steunen ze boeren om biologisch te gaan werken. De combinatie van deze vele facetten maakt het ook zo interessant om Rikolto te steunen. Rikolto blijft ook naar hefbomen zoeken om die duurzaamheid te verwezenlijken. Dat kan gaan om nieuwe besproeiingstechnieken of nieuwe zaden of andere teelmanieren om meer duurzaamheid te bereiken. Vaak ligt het ook aan de consument. Het is goed om na te denken wat je eet. Niet altijd voor het goedkoopste te gaan en een betere productkeuze kan ook bepalend zijn (en dit geldt niet alleen voor voeding). In mijn LEGO-stad kom ik daar ook op terug, want ik heb daar een megaboerderij uitgewerkt, palmolieplantages die grootschalig worden gesteund door Europa en de USA om palmolie te vervaardigen om hier op allerlei manieren in te zetten. Dit is nu net wat Rikolto niet wil, ze gaan kiezen voor kleinschaligere familiebedrijven die beter zijn voor de natuur. Massa consumptie en massaproductie klagen ze aan.

Wanneer zal de volgende mountainbiketocht doorgaan ten voordele van Rikolto?

De fietstocht gaat door het eerste weekend van Augustus. Vorig jaar hadden we 1000 inschrijvingen en we starten aan de kantine van Ubbersel. De opzet van de quiz vond ik ook heel knap. Iedereen neemt daar een cadeautje mee voor een ander.

Hoe kom je erbij om dit zo te doen?
Op de foto links "" Rand van de afgrond "" wint de 6de editie van de Rikolto-Quiz "".

Ik snap het eigenlijk niet, maar wij doen dit al zes jaar en er is nergens in heel Limburg heeft een quiz hetzelfde idee gehad of die dit overgenomen heeft. Iedereen koopt zijn eigen cadeaus en iedereen weet dat ook dat wij dit zo doen. Nochtans heb je heel wat dingen die er thuis liggen die je om kan toveren tot een cadeau. De gedachte bij ons is te vermijden om nieuwe rommel te produceren en het hergebruik aan te moedigen. Ook proberen we geen partysnacks aan te bieden, maar een groenteschotel en gezonde hapjes.

Wat wil jij nog kwijt aan Heusden-Zolder?

Ik heb heel wat reacties gekregen op het onderwerp van de brandweermannen in mijn LEGO-stad. Ik ben blij dat ik daar nog een bijdrage aan heb kunnen leveren. Er kan nog eens over nagedacht worden. De media heeft in dat feit ook veel invloed gehad. Soms is dat goed, maar soms kan dit ook negatieve neveneffecten hebben. Soms is het gewoon teveel. De media maakt keuzes, heeft een enorme verantwoordelijkheid en ze hebben een enorme impact.

Als je iets wil organiseren in Heusden-Zolder krijg je heel veel kansen. Je krijgt geen financiële steun, maar men is altijd bereid om open te staan voor je project zoals nu bijvoorbeeld de BIB met de tentoonstelling van het LEGO-jaarverslag. Ze hebben dat allemaal direct geregeld en dat was fijn. Er is plaats voor cultuur in Heusden-Zolder. Alhoewel dat we hier geen groot museum hebben word je toch gesteund. Als je een idee hebt, probeer daar iets mee te doen, dat is echt niet zo moeilijk.
Ik dank Maarten om in zijn zonnige wereld te mogen kijken. Maarten heeft een klare blik op de dingen en laat ons daar op een positieve manier op terug kijken.
Met dank aan Linda Graulus


01 januari 2020
In de spreekstoel met Jos Tielens.

Als je spreekt over de Dorpsraad in Boekt, dan spreek je ook over Jos Tielens. Jos Tielens was jaren voorzitter van de dorpsraad. Onlangs heeft hij het voorzitterschap doorgegeven aan Kurt Van Heecke en ik wilde weleens weten hoe Jos al die jaren als voorman van Boekt had ervaren en ging naar hem op zoek. Die zoektocht was niet moeilijk, want overal op Boektse wegen kom je Jos Tielens tegen.

Hoe lang was je voorzitter van Boekt?
Van 1990 met een kleine onderbreking tot onlangs was ik 23 jaar voorzitter van de dorpsraad van Boekt. Tussenin ben ik even 3 jaar geen voorzitter geweest. Ik was toen wel nog steeds bij het dagelijks bestuur als penningmeester. De dorpsraad heeft me altijd bezig gehouden en dat is nu toch al 29 jaar.

Wat was de drijfveer die ervoor gezorgd heeft dat je iets wilde doen voor Boekt?
We hebben voorheen voor mijn werk in Antwerpen gewoond en daarna zijn we weer naar Heusden-Zolder verhuisd. Mijn buurman André Olieslaegers was de grote man van het folkfestival JEFA. Mijn hobby nummer 1 was muziek maken en in dat folkfestival heb ik meegedraaid. In de jaren 80 is dat folkfestival gestopt. Daarna heb ik nog even meegedraaid in De Pretrel en toen dat stopte heb ik tegen mezelf gezegd dat ik me niet meer zou inzetten voor een festival of een muziekevenement maar voor de mensen om ons heen en dan heb ik mij aangesloten bij de Bond van Grote gezinnen. Snel voelde ik dat dit niet was waar ik me goed mee voelde.

Toen kwam men met het idee om een ACW op te richten in Boekt. Er was niets in Boekt wat maar een beetje op een verenigingsleven leek en het ACW was daar een antwoord op. Ik ben daar toen voorzitter geworden. En daar hebben we met een paar mensen beslist om iets voor de jeugd te doen.

Er was daarvoor al een project geweest met de pastoor omtrent de Chiro lokalen en het idee ontsproot om eetdagen te organiseren voor nieuwe Chiro Lokalen. Op deze manier kwam ik in contact met de mensen van de Chiro en dan zijn we aan het vergaderen gegaan rond de Chirolokalen. We gingen naar de pastoor om onze plannen met hem te bespreken. Frans had het geld van de papierslag en ik had het geld van de eetdagen. De pastoor vroeg ons toen om het geld waar wij goed voor gewerkt hadden op zijn rekening te storten en hij zou dan de bouw coördineren en financieren. Frans en ik gingen buiten bij de Pastoor en we zeiden tegen elkaar dat het zo niet zou werken.

 We kregen toen het idee naar de dorpsraad te stappen. Toen er contact was met de dorpsraad voelden we dadelijk de dynamiek. We waren daar ook dadelijk vertrokken en vanaf dan is het alleen maar vooruitgegaan. Ik had nog maar 2 maal een dorpsraad bijgewoond, toen plots Marcel Vandeput, toenmalige voorzitter vertrok naar het buitenland. Omdat we toen al ver zaten in de onderhandeling rond de Chiro Lokalen vonden we dat we moesten gaan voor het voorzitterschap. Ik heb mijn nek toen uitgestoken en mij kandidaat gesteld. Eigenlijk ook met de motivatie dat ik me heel goed voelde in de dorpsraad en omdat er zo een dynamiek zat in die groep van mensen. Vanaf dan ben ik er ook niet meer uitgeraakt en heb ik alles zien groeien in Boekt.
Dit is zo dankbaar geweest.
Misschien is niet alles gelopen zoals ik wilde, maar het meeste toch wel.

De tennisclub groeide, de Chiro lokalen kwamen er, de kermis werd verplaatst, de schuttersgilde kwam naar de Ubbelstraat en de petanqueclub deed zijn opmars. Ik was zo gelukkig dat Boekt groeide en bloeide. Ik heb er altijd veel plezier in gehad en heb het voorzitterschap nooit ervaren als een last, integendeel zelfs … de Dorpsraad was mijn vreugde en geluk. Ik heb zelf een ongelofelijke jeugd gehad door mijn sociale leven waar ik woonde met mijn ouders in Heusden. Dus als ik terugkeek naar wat mij gelukkig maakte in mijn jeugd, was dat het opgroeien in een buurt waar er van alles te beleven viel. En dat juist heb ik op die manier hier in Boekt kunnen terugvinden. Onze pa zei altijd : “uw thuis is niet alleen het huis waar je woont, maar ook de omgeving waarin je woont. Je moet zorgen voor buurtschap”.

Vorig jaar is Kurt Van Hecke voorzitter geworden van de dorpsraad in Boekt.



Hoe voelde je daarbij?
Ik had al 1 jaar op voorhand aangekondigd dat ik geen voorzitter meer wilde zijn. Ik was altijd voorzitter geweest samen met Frans die ondervoorzitter was en we vonden het tijd om de fakkel door te geven. We waren ook heel blij toen dat er goede opvolging kwam. Toekomstgericht was beter dat er jongere opvolging kwam. Ik ben heel content van de opvolging. Ik ben wel in het dagelijks bestuur gebleven.

Als voorzitter van de dorpsraad Boekt heb je steeds gestreefd naar de herkenbaarheid en de uitstraling van Boekt.
Wat is voor jou de kers op de taart geweest?

Het is een hele kersentaart. De jeugdlokalen met alles erop en eraan en eigenlijk de Ubbelvelden in zijn hoedanigheid is echt wel dé kers op de taart. Dan is het buurthuis gekomen dat één domein vormt met de Ubbelvelden en dat is toch fantastisch.
De zwarte bladzijde is het niet laten doorgaan van de bouw van de sporthal.
Op dat moment lag de dorpsraad bijna op zijn gat. 15 jaar lang was er constant vergaderd over de bouw van nieuwe sporthal in Boekt. Er was zelfs een 1ste steenlegging geweest … en toen, na het opstarten van een nieuwe legislatuur werden de plannen gewoon van de baan geveegd. Dat was een harde noot om te kraken. Ik heb toen echt gevreesd voor de ondergang van de dorpsraad, maar ik kreeg het advies zo snel mogelijk een nieuw doel te zoeken en dat werd toen de bouw van het nieuwe buurthuis. De burgemeester destijds wilde wel iets goed maken voor Boekt. Uit bevragingen naar verenigingen in Boekt in verband met de noden is toen het buurthuis ontsproten, zoals het nu is.

Wat zijn de dingen die je in Boekt nog verwezenlijkt wil zien?
Het verder bestaan van de dorpsraad. Het zou ook heel mooi zijn moest die zonder mij ook kunnen doorgaan.
Meer vrouwen in de dorpsraad, dat is ook een droom.
 De dorpskernvernieuwing in Boekt dat wil ik nog meemaken.
Onderhandelingen hierrond zijn gestart. Heel voorzichtig is er een visie uitgewerkt. Ik hoop dat het iets meer zal worden dan aanleg van een riolering, een waterleiding en elektriciteit … dat zou ik jammer vinden. Ik hoop ook dat er hierover een overlegstructuur wordt opgericht met mensen uit de omgeving om hun ideeën te bundelen en om zo tot een “geluk plekje” te komen, eventueel in fasen met een degelijk plan.

Buiten de dorpsraad ben je bezig met muziek. Kan je daar wat meer over vertellen?
Mijn groep heet Botswing. Een Botswing is een grote schommel waar je op kan zitten en is eigenlijk een Heusdens woord voor dat speeltuig. Botswing is een Keltische folklore groep. Wij zijn een gezellige groep folk freaks, die met volle teugen genieten van het maken van muziek.

Wat wil je nog kwijt aan de mensen in de dorpskernen in Heusden-Zolder?

Weet dat jouw thuis niet stopt aan de drempel van jouw deur. Jouw thuis is ook de omgeving, het verenigingsleven, de buurt en alles daarrond. Heel veel dank aan Jos Tielens voor dit warme gesprek. Linda Graulus.
Met dank aan Joseph Bams voor de foto's samen met Linda
Hieronder enkele foto's van het Folkfestival jaren '80 aan de Jefa Heusden






25 december 2019 
In de spreekstoel met Ghislaine Bergen.



Vandaag ben ik met mijn spreekstoel naar de Koolmijnlaan getrokken. Ik had daar een afspraak met Ghislaine Bergen. Ik werd er verwelkomd in het mooiste Kersthuis van Heusden-Zolder en omstreken. Allemaal zelfgemaakt, vertelt Jos me, de man van Ghislain. De Kerstlichtjes werden allemaal voor me aangestoken, zodat ik willens nillens voor mijn interview met Thriller auteur, Ghislaine Bergen, helemaal in Kerstsfeer vertoefde.

Toch vuurde ik mijn vragen op haar af, want achter deze wonderbaarlijke Kerstvrouw zit er een schrijfster met zoveel fantasie en ideeën om spannende boeken te schrijven. Vanaf wanneer ben je geboeid geraakt door het boek?
Ik was nog heel jong. Op vierjarige leeftijd ben ik beginnen lezen. Lezen werd ook gestimuleerd bij ons in het gezin. Vooral mijn moeder was daar een krak in. Ik heb heel mijn leven gelezen.

Wanneer ben je dan zelf beginnen schrijven?
Wist je dadelijk welk genre je zou gaan schrijven en hoe is dit in zijn werk gegaan?
Ook weer gestimuleerd door mijn moeder bracht ik in 2007 mijn eerste boekje uit. Politie MENSEN is een verhalenbundel over het leven achter de politie. Mijn insteek was vooral mensen te laten weten dat de mens achter de politie net zo is zoals wij, met dezelfde bekommernissen en dezelfde problemen. Er staat een verhaal in over een politieman die begeesterd is van dieren en die discuteert met zijn vrouw over het al dan niet aanschaffen van dieren. Dit boekje heb ik uitgegeven via een drukkerij, onder eigen beheer. Maar hieruit leerde ik dat de kostprijs van zo’n boekje uiteindelijk te hoog was.

Hoeveel publicaties jou van kwamen er reeds op de markt en wat zit er nog in de pijplijn?

Mijn eerste publicatie was dus Politie MENSEN. Daarna is het een tijdje stil geweest. Mijn fulltime werk belemmerde me op dat moment om nog zin te hebben in schrijven als ik ’s avonds thuiskwam. Maar daarna schreef ik Levende Engelen (2008). Dit was ook een boek gebaseerd op het leven van een politieman. Dit was mijn eerste volledig verhaal. Het gaat over lotsbestemmingen. De hoofdfiguur heeft de sleutel van de poort tussen goed en kwaad en moet deze bewaken. Hij wil zijn herinneringen begraven en gaat aan de drank. Dit boek leunt aan bij het genre fantasie. Na het schrijven van dit boek voelde ik aan dat dit niet mijn bestemming was. Ik moest iets anders gaan schrijven. Daarna bracht ik “Het Santiago Team” uit. Dit was een Thriller bestaande uit twee verhalen, De Luis en Magistratenvuur. De Luis gaat over een tweeling van een gemengd koppel waar het ene kind zwart geboren wordt en de andere blank. Het verhaal klaagt het onevenwichtige aan in het leven van deze twee kinderen die uit dezelfde vader en dezelfde moeder geboren zijn.

Magistratenvuur gaat over criminelen met geld in het buitenland.

Moeten sommige delinquenten nog vrijkomen?
Wat doen ze met hun geld na het leven in de gevangenis?
Na het “Santiago Team bracht ik ook weer print on demand “Schaduwen” uit. Schaduwen gaat over een ontvoering van 2 meisjes waar er één dood wordt teruggevonden, het andere blijft spoorloos. Schaduwen is nu opgepikt door een uitgever alsook mijn laatste boek “MANEKI NEKO”. Beide boeken zullen binnenkort bij uitgeverij Ambilicius van de pers rollen. “De Stille Dood” zit nog in de pen. Dit is een boek in zes delen, waar er ondertussen vier van geschreven zijn. De setting van dit boek is Terlamen en gezien ik een aantal locaties vernoem in het boek, moeten hier goedkeuringen voor gegeven worden. Dit zet ook een beetje de rem op het schrijven omdat er toch een aantal families waren die hun toestemming niet gegeven hebben.

Heb je nog een boodschap voor lezend Heusden-Zolder?

Heusden-Zolder, wordt eens wakker!
Begin terug te lezen en beleef jouw eigen cultuur.
In Heusden-Zolder wonen mensen met talent.








18 december 2019
Interview met Mieke Donders rond haar project "" VEERKRACHT in Boekt





In oktober konden we in Boekt op allerlei etalages mooie spreuken lezen. Het bleek om een actie rond veerkracht te gaan die jij gedragen hebt : "Spreuken in het straatbeeld".

Hoe ben je op deze actie gekomen?
Waarom spreuken?
Wat zit er achter?

Mieke, ik heb deze actie niet zelf bedacht. Ik leerde de actie kennen via mijn werk bij Logo Limburg vzw. (Loco-Regionaal Gezondheidsoverleg). De actie kaderde in de 10-daagse van de Geestelijke Gezondheid en werd ontwikkeld door de Vlaamse Logo's, Te Gek, Gezond Leven en het Steunpunt Geestelijke Gezondheid. Heel wat Vlaamse gemeenten deden aan de actie mee. De actie wil op een positieve manier oproepen om te werken rond je eigen veerkracht of te ondersteunen naar anderen die het even moeilijk hebben. Veerkracht is de kracht in jezelf die ervoor zorgt dat je bij tegenslagen er sterker uit komt en je niet in een neerwaartse spiraal laat meetrekken. Dit is niet altijd even gemakkelijk. Maar we mogen niet vergeten dat veerkracht trainbaar is. Soms hebben we gewoon een kleine reminder of een lieve vriend(in) nodig.

Op de volksvergadering in Boekt deed je een oproep naar inwoners van Boekt om mee te werken aan een gelijkaardig project voor 2020.
Wat wordt van hen verwacht?

Mieke, we willen de volgende jaren meerdere acties doen om de inwoners van Boekt zo gezond mogelijk te laten leven. Dit omvat niet alleen acties naar veerkracht, maar ook naar gezonde voeding, voldoende bewegen, valpreventie enz. Door de actie "Spreuken in het straatbeeld" merkten we heel wat gedragenheid in Boekt om rond veerkracht na te denken en bezig te zijn. Omwille van de vele positieve feedback willen we daarom eerst verder denken rond veerkracht, maar de andere thema's willen we zeker ook verder uitwerken in Boekt.

Hoe vaak per jaar moeten vrijwilligers beschikbaar zijn om deel te nemen aan het project?

Mieke, we willen een drie- tot viertal keer per jaar samenkomen.
We willen samen brainstormen en kleine taakjes onder meerdere mensen verdelen zodat niemand over zijn eigen grenzen gaat. De vrijwilligers die zich aansloten hebben zelf ook een druk leven en nemen dit engagement er immers nog extra bij. Nu...door je in te zetten voor anderen... krijg je zelf ook een gevoel van voldoening en zelfontplooiing. Het opnemen van een sociaal engagement heeft ook een positief effect op je eigen veerkracht!

Waar kunnen potentiële vrijwilligers terecht voor nog meer informatie?
Waar kunnen ze zich aanmelden?

Mieke, geïnteresseerden mogen zich aanmelden via de website of facebookpagina van de dorpsraad van Boekt of via miekedonders@hotmail.com. Ik probeer dan binnen de week een antwoord op hun vragen te geven!
22 januari '20 In de spreekstoel met Robert Quintens
Hoe zie je het project in de toekomst hier In Boekt?
Wat zijn jouw dromen rond preventieve gezondheid in Boekt?

Mieke, ik droom altijd groots, maar ik zou al heel blij zijn als ik jaarlijks één duurzame actie zou kunnen uitwerken om zo op een toffe manier aan te zetten tot een gezondere levensstijl. Gezond zijn draagt bij tot gelukkig zijn en gelukkig zijn tot gezond zijn. Mijn droom is dat verenigingen, leerkrachten, ouders, senioren of buren in Boekt zelf ook de reflectie zouden maken hoe zij de gezonde keuze de gemakkelijke keuze of leuke keuze kunnen maken voor hun omgeving. Ik zou het geweldig vinden om een gezond pleintje in Boekt uit te werken.

Een pleintje dat kinderen uitnodigt tot beweging en tot sociaal contact terwijl ouders even bijkletsen en de batterijtjes terug kunnen opladen. Een plein waar wekelijkse gezondheidswandelingen vertrekken en waar senioren of mensen die eenzaam zijn, in contact komen en uitgenodigd worden tot lokale events. Een pleintje waar vers fruit geplukt kan worden en natuur een mooie plaats krijgt. Begrijp me niet verkeerd... ik heb zelf nog heel wat ongezonde gewoonten, maar iedere dag probeer ik op 1 ding te letten. En het helpt gewoon als je omgeving de gezonde keuze de gemakkelijke keuze laat zijn.
Met veel dank aan Linda Graulus voor het interview met Mieke Donders

17 december 2019 

Met Linda Graulus in De Spreekstoel.

Heusden-Zolder is een bijzondere gemeente. Daar kom je achter als je ziet wat er in onze gemeente beweegt. In al die beweging kom je bijzondere mensen tegen. Mensen die je doen wakker liggen. Mensen die door de dingen die ze doen voor hun omgeving opvallen en daarvoor ook eens in de bloemen mogen worden gezet. Bij het Nieuws Heusden-Zolder dachten we eraan om hen eens aan het woord te laten, hen een bijzonder moment terug te geven waarbij ze in de kijker worden gezet.

De Spreekstoel wordt een rubriek waar Linda Graulus tijdens een gezellige babbel te weten komt wat hen beweegt. Woensdag 18 december verschijnt het eerste deel waar we een gesprek hebben met Mieke Donders over haar ideeën en initiatieven rond preventieve en geestelijke gezondheid in Heusden-Zolder, Boekt. Linda Graulus kan je steeds bereiken via rozekwartsje@hotmail.com  mocht je iemand kennen die zich met hart en ziel inzet voor iets of iemand zodat Linda met die persoon eens op gesprek kan gaan.