De SPREEKSTOEL met Linda

12 februari'20
In de spreekstoel met Gulcan Yildirim.
Op zoek naar wie zich in onze gemeente bezig houdt met vrouwen en hun beleving kom ik iemand bijzonder tegen. Gulcan Yildirim. Ze is de bezielster van de Turkse vrouwengroep verbonden aan de Diyanet Moskee. Gulcan is een heel sterke en inspirerende vrouw die anderen weet te motiveren om dingen te doen voor het goede doel. Ik luister naar haar verhaal :

Kan je wat meer over jezelf vertellen?

Ik ben Gulcan Yildirim in ben een mama van 42 jaar. Ik heb een zoon en een dochter. Ik woon 22 jaar in België. Ik ben samen met mijn zussen opgegroeid in Duitsland. Ik ben in België komen wonen na mijn huwelijk met mijn man. Ik werk fulltime als logistieke in woonzorgcentrum Ter Heide. Ik doe mijn werk heel graag. Het geeft me de kans om bezig te zijn met mensen. Ik voel dat ik goed werk doe en ik blijf de Nederlandse taal oefenen. Het geloof is voor mij heel belangrijk. Het geloof is hoe ik mij gedraag, hoe ik mij kleed en wat ik eet maar ook dat ik goede dingen doe voor anderen. Er zijn dus dingen die ik voor mezelf moet doen, maar ook dingen die ik voor de buitenwereld moet doen.

Jij bent in Duitsland naar school geweest en je bent daar ook opgegroeid, dus ik neem aan dat je goed Duits kent. Was dat dan ook makkelijker om Nederlands te leren als je in België kwam wonen?

Eigenlijk niet. Ik verstond het Vlaams ondanks mijn Duitse talenkennis niet. Ik vond dat in het begin ook heel erg moeilijk dat ik de taal niet kende. Ik wilde kost wat kost Nederlands leren. Ik ben dan modules Nederlands gaan volgen eerst in Heusden bij ‘De Koepel’ en daarna in Hasselt. Mijn man spreekt perfect Nederlands. Dus sprak ik Nederlands met hem om te oefenen. Hier staat ook heel vaak Nederlandstalige tv op. Ik ben fier op het feit dat mijn kinderen perfect Nederlands spreken. Ik heb hen ook mijn moedertaal geleerd, want ik vind het natuurlijk ook belangrijk dat ze Turks kunnen spreken met hun familie. Ikzelf sprak perfect het Duits in mijn kindertijd. Ik dacht zelfs in het Duits en als ik kwaad was, was dat in het Duits. Ik heb de Duitse taal graag gesproken. Ik sprak Duits met mijn vriendinnen en met mijn zussen. Het was destijds logisch dat wij Duits spraken en er werd op school geen Turks gesproken. Dat bestond niet.

Jij hebt samen met anderen een Turkse vrouwenvereniging opgericht. Kan je me even zeggen hoe dit in zijn werk ging?

Sinds drie jaar hebben wij een vrouwengroep in Heusden-Zolder. Onze vrouwengroep is verbonden aan de Turkse Moskee Diyanet. Zoals je ook vrouwenverenigingen hebt die verbonden zijn aan de kerk zijn wij verbonden aan deze erkende moskee. De moskee in Heusden-Zolder was immers de eerste erkende Diyanet moskee in België en bestaat al van in de jaren ’60. De Diyanet vrouwen, maar ook de moskee willen een brug slaan tussen de twee culturen door ook Belgische mensen te betrekken in onze werking, zoals bijvoorbeeld tijdens de vredeswake. We hebben ook een Iftar bijeenkomst georganiseerd en Belgische mensen uitgenodigd. Wij moeten kunnen samenleven. Al hebben we over sommige dingen een andere mening.

Hoe heb je de Turkse vrouwenvereniging opgericht?

Ik ben jaren geleden actief geweest in de Turkse vrouwenvereniging, maar dat was niet zo groots. Ik ben er dan ook even mee gestopt, maar het wel vanop afstand blijven volgen en blijven steunen. Op een gegeven moment werd ik aangesproken door een aantal Turkse vrouwen om de Turkse vrouwenvereniging terug leven in te blazen. Men vond dat ik ervaring had om dit te doen. Ik wist dat er me een moeilijke taak op mijn schouders werd gelegd. Maar ik voelde genoeg steun om te starten. We zijn nu met 12 vrouwen.

Van welke leeftijd zijn de vrouwen binnen jullie vrouwengroep?

Ik ben de oudste, de andere vrouwen zijn allemaal jonger dan mij. Maar wij krijgen veel hulp van ‘de ouderen’. We hebben vrouwen die al jaren helpen en nooit nee zeggen. Zoals de eetdagen bijvoorbeeld, daar worden we dan door de oudere vrouwen geholpen.

Welke activiteiten doen jullie als vrouwengroep?

Wij werken vooral voor het goede doel. Wij houden eetdagen, ontbijten, speeldagen. Door deze activiteiten te organiseren zamelen we geld in en dat wordt dan gebruikt om te besteden aan een goed doel. God heeft ons veel gegeven en wij moeten ons hiervan bewust zijn. We moeten niet nog meer willen hebben. Het is goed om wat we hebben te delen. We moeten kunnen geven en dat doen we ook, zelfs als er weinig is. Zo hebben we waterputten geplaatst in Zimbabwe. We hebben voedselpakketten samengesteld voor minderbedeelden in de omgeving, maar ook voor mensen in Afrika. We hebben ook al geld gegeven aan Sint-Vincentius.

Hoe kiezen jullie een goed doel?

Dat komt toevallig naar ons toe. Zo was mijn man een aantal jaar geleden naar een offerfeest in Zimbabwe. Hij was daar als vrijwilliger om te helpen met vlees uit te delen. Hij heeft op dat moment gezien dat de mensen daar niets hebben en toch gelukkig zijn. Toen hij terugkwam uit Zimbabwe vertelde hij me dat mensen geen water hebben. Men doet er één dag over doen om water te gaan halen. De hele dag zijn ze met water bezig. Zo zijn we op het idee gekomen om een waterput te laten boren in dat dorp en dat is gelukt.
Hoe hebben jullie dat dan aangepakt? Want ik vermoed dat dat niet eenvoudig is.

Mijn man heeft sinds zijn bezoek in Zimbabwe wat mensen leren kennen waarmee hij contact heeft gehouden. We sturen het geld via de rekening door naar deze persoon en hij regelt ginder alles. Elke stap die er gezet wordt om de waterput te boren wordt vastgelegd op foto’s. Dus we kunnen alles goed opvolgen van hieruit.
We hebben ook ooit voedselpakketten bezorgd aan de mensen van het dorp. Daar hebben we ook foto’s van. We hebben de pakketten daar laten maken. Dat was een dure onderneming. Het transport bijvoorbeeld is erg duur. Wij hebben voor dat project 10.000 euro betaald. We hebben een aantal eetdagen georganiseerd en zo het geld bijeengekregen. Een put laten boren kost 4500 euro. We willen er dan ook zeker van zijn dat er met goede materialen wordt gewerkt zodat de put er voor lange tijd staat. We kunnen ook al een put laten zetten voor 1000 euro, maar wij willen zeker zijn van de kwaliteit en leggen daarom graag wat meer geld uit. Het heeft geen zin als een put na 3, 4 jaar geen water meer geeft. Water heb je nodig en voor altijd.

Hoe vaak komen jullie samen met de Diyanet vrouwen?

Wij komen spontaan bijeen. Je moet weten dit is vrijwillig werk en alle vrouwen van de groep gaan werken. Wij spreken alles af met whats app berichtjes. Er wordt gebrainstormd, we spreken af welke activiteit we gaan doen en de taken worden verdeeld. Er maakt iemand de affiche. Iemand bespreekt de zaal enzoverder. Het gebeurt weleens dat wij samen komen om de laatste dingen te bespreken.
Laatst hadden wij nog een vrouwenfeest en de zaal was afgeladen vol. We hebben een tombola gedaan. We hebben inkom gevraagd en iets voor het eten en de drank. Daarenboven was het een fijne avond onder vrouwen en dat is ook belangrijk. Want samenkomen met vrouwen is therapie. Je maakt verbinding. Je maakt plezier. Je praat wat met elkaar en je vergeet de alledaagse beslommeringen. Dat is gewoon leuk. Je wil van die momenten genieten en dat lukt ook. Je krijgt daar energie van.

Weet je al welk jullie volgende sponsorproject zal zijn?

Op nieuwjaarsavond was ik het nieuws aan het kijken en opeens zag ik een nieuwsbericht over hongersnood in Zimbabwe. Net op die avond worden hier duizenden euro’s aan vuurwerk uitgegeven. Dat raakt me dan! Ik heb dan meteen mijn gsm genomen en naar de vrouwen een bericht gedaan: “Kijk eens dames wat ik nu zie, het is weer tijd voor voedselpakketten in Afrika”.
Iedereen doet altijd enthousiast mee. Onze dames in de Diyanet vrouwengroep zijn 1 voor 1 sterke persoonlijkheden. Iedereen heeft een bijzondere kwaliteit.

Is er een structuur in de Diyanet vrouwengroep?

Iedereen heeft zo een beetje zijn taak. Ik kan niet alles zelf doen. Ik ben de Voorzitter en hou ook het geld bij. Ik ben dus ook de penningmeester. Dan is er nog iemand die de administratie doet, iemand die de affiches maakt, een fundraiser en zo heeft iedereen een beetje zijn taak. Het is niet zo dat ik alles beslis. Ik gooi dingen in de groep en we proberen tot een compromis te komen. Vaak stemmen we dingen en de meerderheid wint. Alles wat we beslissen moet gedragen zijn door de groep. Het mooie aan de groep is ook dat we heel open zijn naar mekaar. We kunnen veel tegen mekaar zeggen en er is vertrouwen. Dat werkt heel goed. Openheid en eerlijkheid is belangrijk. Wij zijn zusters en we proberen elkaar te helpen.

Wat wil je nog voor jezelf bereiken?

Ik wil graag nog studeren en bijleren. Ik wil werken gaan. Deel uitmaken van de gemeenschap. Ik ben heel empathisch, ik heb het omgaan met mensen in mij. Mocht ik nog de kans krijgen om een opleiding in die richting te doen, dan zou ik dat met beide handen aannemen.



05 februari'20
In de spreekstoel met Brigitte Thijs

Het Zebrahuis, het witte huisje in de Waterleidingstraat. De zebra, het wilde paard dat afkomstig is uit midden en het zuiden van Afrika en hier staat als symbool voor diversiteit, vind ik een super gekozen dier. Een dier dat naast zijn diversiteit kracht en verbinding uitstraalt. Ik ben weleens benieuwd wat er allemaal gebeurt in dat Zebrahuis. Zo komt het dat ik oog in oog zit met Brigitte Thijs. Ze weet alles over het Zebrahuis, want ze was er van in het begin bij (1990).

Wat beweegt er hier op het moment allemaal onder het dak van het Zebrahuis?

In het Zebrahuis komen heel wat groepen wekelijks samen. Zo hebben we op maandag de creagroep. De vrouwen van de Cité (vooral van Onder de Poort en Mommeplas) komen hier dan samen om te handwerken. Er wordt dan ook thee geschonken en lekkers erbij gegeten. Dit is een open groep en iedereen is welkom. Op dinsdag hebben we de groep Vriend en Taal. Tijdens de ‘Vriend en Taal’ bijeenkomsten kunnen anderstaligen samen met Nederlandstalige vrijwilligers hun Nederlands oefenen. Er zijn vier vrijwilligers die dit draaiende houden.

Op woensdagnamiddag is er taalstimulering voor kinderen van 5 tot 8 jaar. We zijn dan op een speelse manier bezig met de Nederlandse taal.

Op maandag om 17 uur ga ik naar het CVO en daar maken we de kinderkrant ‘Crocodils’. Dit is voor kinderen vanaf 9 jaar en het krantje is voor alle kinderen van de lagere school.

Het kinderkrantje Crocodils is iets wat iedereen kent in Heusden-Zolder. Hoe gaat dit in zijn werk?

Zoals ik al zei ga ik op maandagavond naar het CVO in Zolder. Daar heb ik een groep van 15 kinderen. We leren de kinderen hoe ze rond hun artikel moeten werken en er komt van alles bij kijken zoals het blind typen. Er wordt geïnterviewd en nog zoveel meer. Belangrijk hierbij is dat kinderen met taal bezig zijn. De kinderen mogen zelf hun artikel kiezen. Ze moeten bij interviews zelf hun vragen uittypen, het interview afnemen, de antwoorden opschrijven en dat in een goed artikel gieten. Dit is iets van henzelf, waar ze fier op mogen zijn en wat hun zelfvertrouwen geeft. Alle vaardigheden die nodig zijn om de Nederlandse taal goed te beheersen komen hierbij aan bod. Dinsdag hebben we een groep Crocodils in het Zebrahuis en op woensdag in Halhei. Elke groep bestaat uit maximum 15 kinderen en elke groep maakt 4 kranten per jaar. Vanuit de kinderkrant nemen we ook deel aan activiteiten van Natuur en Wetenschap. Dit zijn uiteraard activiteiten rond de natuur en rond wetenschap.

De jongeren kunnen terecht bij vzw Arktos. In de wijken Cité (Onder de Poort, Mommeplas) en Lindeman en organiseert men jongerenwerking via vzw Arktos Men gaat vooral verbindend aan de slag. Jongeren verbinden met zichzelf en met anderen zoals bijvoorbeeld de buurtbewoners en men werkt er aan het positief zelfbeeld van de jongeren.

Ook zijn er wijkvergaderingen met de bewoners en de diensten. Er zijn soms verzuchtingen en die kunnen de bewoners dan kwijt aan de juiste mensen. Een verkeersdeskundige wordt uitgenodigd, iemand van de dienst grondgebiedzaken, het OCMW, de Kantonnale Bouwmaatschappij, de schepen verantwoordelijk voor de wijken, de wijkagent, enzovoort. We werken met de methodiek wijkontwikkeling en gebruiken een grote luchtfoto van het gebied waar de vergadering over gaat. Elk levensdomein heeft een bepaalde kleur, zo staat blauw voor verkeer. Bewoners schrijven de problemen, ideeën op een blauw kaartje en leggen dit op de luchtfoto op de plaats waar het over gaat. Zo zijn er verschillende levensdomeinen en verschillende kleuren. Ideeën, oplossingen worden ter plaatse besproken en iedere deskundige kan onmiddellijk reageren met wat kan en wat niet kan. Zo kunnen we heel erg kort op de bal spelen. Zo komen we tot een wijkplan van 1 of 2 jaar. We maken ook tweemaandelijkse wijkkranten met informatie, maar zeker ook van wat er ondertussen gebeurde met de wijkplannen.

In mei maken we elk jaar een ‘groenkrant’. Dit jaar is het thema afvalvrij leven. We organiseren groenactiedagen met workshops voor de kinderen en de ouders. We organiseren opruimacties in de wijken met de kinderen en eventueel de ouders. We blijven permanent sensibiliseren rond de afvalproblematiek.

Ik sta versteld van wat jullie allemaal doen in het Zebrahuis. Hoe zien jullie de bomen door het bos?

Wij vertrekken altijd van wat er gebeurt in de wijk. De wijkplannen zijn ons vertrekpunt. Wat de taalstimulering met de kinderen betreft zie ik nog steeds dat er veel taalachterstand is. Dertig jaar geleden zijn we hiermee begonnen en spijtig genoeg zijn we nu nog steeds bezig met het stimuleren van de taal. We zien heel veel gezinnen van Turkse origine waar men perfect Nederlands praat, maar bij velen is dat nog spijtig genoeg niet zo en vaak ligt dit aan verschillende factoren. Wonen ze in een wijk met een monocultuur? Wonen de grootouders bij in huis? Spreken de ouders allebei Nederlands? Gaan ze naar een sport- of andere vereniging?... We proberen zoveel mogelijk op dingen in te gaan die er al zijn en die leven in de wijken. Door de jaren heen hebben we gezien dat we het meeste succes oogsten met zaken die gedragen zijn door de bewoners. Zo hebben we in het verleden ooit dingen georganiseerd die niet voldoende aansloten bij de leefwereld van de wijkbewoners.

Hoe zit het met eenzaamheid op de Cité?

Eenzaamheid binnen de Turkse gemeenschap komt weinig voor. Ze verenigen zich op verschillende manieren. Zo heb je bijvoorbeeld de Turkse Gun groepen, dit zijn groepen waar vriendinnen maandelijks samenkomen om samen te eten en telkens aan één iemand van de groep een bepaald geldbedrag geven. Heel wat vrouwen komen ook samen om de Koran te lezen. Er zijn een aantal creagroepen. Heel wat vrouwen gaan regelmatig samen ontbijten op de Koolmijnlaan en dit is ook weer een sociale gebeurtenis. Er zijn ook een aantal heel sterke vrouwen binnen het Turkse verenigingsleven die vrouwengroepen oprichten en hier activiteiten mee doen. Dit zijn allemaal voorbeelden van hoe de Turkse gemeenschap zich verenigd en hoe zij eenzaamheid uitsluiten.

Wat kan jullie rol als wijkcentrum zijn bij dit verenigingsleven van de Allochtone gemeenschap?

Er is een Turkse vrouwengroep van Diyanet, die ook een vestiging heeft op de Koolmijnlaan. Het Turks Belgisch Cultuur- en Ontmoetingscentrum. Samen met hun hebben wij de Babbeldoos opgestart en dit bestaat nog steeds. De Babbeldoos organiseert taalstimulering voor 4-5 jarige kleuters. Ook proberen wij praktische ondersteuning te bieden aan deze groepen. Soms komen ze raad vragen over hoe ze dingen moeten aanpakken.

Na 30 jaar gewerkt te hebben in het Zebrahuis en heel wat ervaring te hebben, stel ik me de vraag of je het, met te weten wat je nu weet, het anders zou aanpakken?

Nee, we zijn heel blij met hoe we het hebben aangepakt. We zijn destijds gaan kijken in Deventer, van daar kwam de methodiek wijkontwikkeling die we vandaag toepassen. Met de informatie die we daar kregen zijn we dan hier er op onze manier mee aan de slag gegaan. We zijn de wijken gaan verkennen. Wie zijn de mensen? Welke problematieken heersen er? Welke werkingen zijn er al? Wat bestaat er al? Stilletjes aan zijn we ons gaan inbedden in al deze werkingen en hebben we een sociale kaart gemaakt. Zo wisten we heel goed wat er leefde in de wijk, welke behoeften er waren en welke dingen gedragen zouden worden door de bewoners van de wijk. Ik denk dat we als Zebrahuis fier mogen zijn op onze positieve inbreng die we steeds hebben gehad in het integratiebeleid in Heusden-Zolder. Ik ben heel blij met wat we hebben verwezenlijkt en kijk uit naar wat er nog gaat komen.



 29 jan'20 In de spreekstoel met Johny Wijnants
Volkstuintjes in Heusden centrum

Volkstuintjes … het blijft me boeien.
Als ik met mijn fiets langs de volkstuintjes rijd dan vraag ik me af wat deze mensen drijft.
Als je hen bezig ziet met spitten, wieden en planten dan lijkt het weleens op een feest op landbouwgrond. Samen tuinieren op een stukje land dat niet aan je huis ligt, Thermossen met koffie en brooddozen met boterhammen op een tuintafel en na het harde tuinwerk samen keuvelen in de zon. Ik wil er alles over weten en ik ga op zoek naar de mensen die zich bezighouden met de volkstuintjes in Heusden-Zolder. Zo kom ik terecht bij Johny Wijnants. Hij zal me alles vertellen over de volkstuintjes in Heusden-Zolder.

Hoe en wanneer hebben de volkstuintjes een start genomen in Heusden-Zolder?

Eigenlijk leefde het idee van de dorpstuintjes al lang in de dorpsraad van Heusden Centrum en daar heeft het ook zijn ontstaan gevonden. Vooral Julien Maebe, die destijds voorzitter was van de dorpsraad heeft jarenlang geopperd om te starten met volkstuintjes. Daarna kwam er een locatie ter beschikking, namelijk één op de zijstraat van de Schootstraat. We zijn er toen met z’n vieren opgesprongen om het project volkstuintjes te trekken. De werkelijke opstart van de volkstuintjes heeft plaats gevonden in de lente van 2018.


Wat is de bedoeling van de Volkstuintjes?

Eigenlijk gaat het over gezond groenten kweken. We gaan te werk rond de methode van ‘Veld’ of ‘Tuinier’, dit zijn twee organisaties die ons inspireren en die biologisch te werk gaan en niet spuiten met chemicaliën. We willen het perceel opsplitsen in individuele tuintjes van een halve are of een aar en de mensen mogen dan naar hun zin groenten kweken, de enige voorwaarde is niet spuiten. Wat we ook suggereren is het teelplan volgen. Dit wil zeggen dat je het perceeltje best opdeelt in 6 stukken en dat je jaar op jaar opschuift om alzo bepaalde ziekte te voorkomen of te slim af te zijn. Deze informatie krijgen de volkstuiniers door een workshop of door het volgen van vormingsreeksen, die trouwens gratis zijn.

Er bestaan ook handige handboeken die de nodige informatie hieromtrent kunnen geven. Wij willen de mensen die niets van tuinieren kennen en die toch groene kriebels hebben met raad en daad bijstaan om te lukken in hun volkstuintje. Bij de volkstuintjes hebben we ook nog de mogelijkheid om percelen te gebruiken voor gemeenschappelijk gebruik. Het mooie aan deze gemeenschappelijke delen is dat we er geraamtes van serres hebben staan. Daar moet je alleen plastic voor kopen, het erover trekken en dan heb je een serre. In functie van hoeveel mensen zich aanmelden gaan we kijken hoeveel serres we gebruiksklaar kunnen maken om ook eventueel onder plastic te kunnen telen.

Jullie zijn dus in het voorjaar van 2018 begonnen met de volkstuintjes.
Hoeveel mensen hebben zich toen meteen aangemeld om te beginnen met een volkstuintje?

We zijn begonnen destijds met de vier trekkers, in het najaar van 2019 zijn er nog 3 mensen bijgekomen die hun tuintje reeds ingericht hebben voor de lente. Sint Vincentius is eveneens geïnteresseerd om 3 percelen te laten bewerken door mensen die behoefte hebben aan de groentjes en die daar groenten voor hunzelf kunnen kweken. Er zijn ook gesprekken geweest met Het Weyerke om eventueel met bewoners te komen tuinieren onder begeleiding. Verder proberen we nog andere diverse groepen aan te trekken.


Hoeveel percelen zijn er om als volkstuintje aan te bieden?

We kunnen gemakkelijk met 25 individuele tuintjes werken. Het stuk is bijna één hectare groot en we hebben dan ook nog de serres. We zouden het leuk vinden om met 25 mensen op dezelfde golflengte te kunnen staan. 25 mensen op één lijn krijgen, dat is nog mogelijk. Maar 50 mensen, die capaciteit is er ook, maar dat is al moeilijker. Dus laat ons eerst maar eens beginnen met 25, dat lijkt me voor te beginnen genoeg.

Welke troeven heeft het perceel?

Er zijn heel wat troeven. De begeleiding die je krijgt bij het telen van planten is er zeker één. Het perceel heeft een grote hangaar waar de materialen in kunnen opgeborgen worden. Aan deze hangaar is er water en elektriciteit. Op het gezamenlijke stuk zou er kunnen samengewerkt worden aan bijvoorbeeld een bloemenweide, waar er een imker zou kunnen aangetrokken worden of aan een pluktuin van bloemen. We zouden er aan wijnbouw kunnen doen of er frambozen en blauwbessen kunnen kweken. Dit zijn allemaal ideeën die we hebben, maar waar we handen voor nodig hebben en dit zijn ideeën waar de groep moet achter staan. Samen compost maken dat is ook zoiets wat leuk zou zijn om samen te doen.


Je zegt de visie is om biologisch te tuinieren, maar zijn er nog andere dingen waarom de bewoners in Heusden-Zolder een volkstuintje moeten nemen? We proberen ook het bodemleven te respecteren. Door de grond te gaan woelen in plaats van te spitten geven we de beestjes in de grond veel meer kans. Wat ook een doel zou zijn is dat we biologische zaden gaan gebruiken. We willen mensen aanzetten tot gezond leven, niet alleen door biologische groenten eten, maar ook door buiten te komen om in hun tuintje te werken. Bewegen is belangrijk, waarom dan niet in jouw eigen tuin? En wat zeker ook belangrijk is, is het verbinden van mensen. Mensen met verschillende achtergronden samenbrengen in de volkstuintjes om samen iets te doen. Mensen van andere culturen erbij halen om elkaars groenten te leren kennen. We willen het er gezellig maken zodat het een leuke plek wordt om naar toe te komen. Dit zijn allemaal verwachtingen die we moeten proberen waar te maken.
Stel dat ik geïnteresseerd ben in een volkstuintje. Wat gaat mij dat kosten?

Een volkstuintje van een halve aar kost 25 euro per jaar, voor één aar is het dan 50 euro. Daarbij komt dan nog de aankoop van de zaden en een minimum aan materiaal. Er kan altijd gekeken worden welk materiaal door wie aangekocht wordt en dan kunnen materialen ook uitgewisseld worden. Er is ook wel een werkgroep binnen ‘Veld’ die ons leert onze eigen zaden te winnen. Zaden zijn zo duur niet. Vaak is een pakje te veel voor één tuintje en dan kan dat ook uitgewisseld worden.

Hoeveel tijd gaat er in een tuintje van een halve aar?

Het is best dat je het tuintje éénmaal in de week bezoekt en er een uur tot anderhalf uur in werkt. We hebben dan ook nog wel die gezamenlijke momenten, waar we samen komen om compost te maken. De tijd is moeilijk in te schatten want in de lente is het natuurlijk drukker. Als je jezelf eraan houdt om regelmatig wat te komen werken in je tuintje dan heb je zoveel werk niet meer. Het tuintje bijhouden is wel belangrijk, zodat het niet overwoekerd en zodat je de zaden van jouw onkruid niet laat overwaaien naar de buur. We willen niet te veel tijd steken in vergaderen, daar zal niet zoveel tijd aan gespendeerd worden. We willen vooral vooruit met de tuintjes.

Met wie neem je best contact op om je een volkstuintje aan te schaffen?
De contactpersoon voor de volkstuintjes is Julien Maebe. Zijn contactgegevens zijn:
Gsm nummer: 0496522895  Email adres : julienmaebe@gmail.com



22 januari '20
In de spreekstoel met Robert Quintens



Met ‘The Night of the Locals’ in het verschiet spreek ik deze keer af met Robert Quintens hier op de foto met zijn zoon Teun. Robert die nu in Houthalen woont zakt even af naar het buurthuis in Boekt voor een interview. Robert voelt zich dadelijk thuis, want eigenlijk is hij in Boekt opgegroeid. Robert is een creatieveling. Een man met gevoel en verbeelding. Een kunstenaar. Hij vertelt me dat absolute vrijheid de basis is voor een creatieve geest. En daar ben ik het volledig mee eens!

 Mijn nieuwsgierigheid achterna, ga ik op zoek naar de innerlijke kracht die deze man gebracht heeft waar hij nu staat. Ik kreeg zijn bijzonder verhaal te horen … Robert is een specialist in publiciteitsschilderwerken. Hij begon in het begin van zijn carrière met het beschilderen van reclamewanden op voetbalvelden. Hij is daarna via, via terecht gekomen in de formule 1 wereld en hij is daar nu een gewaardeerd en onvervangbaar publiciteitsschilder.

Kan je een beetje duiden wat je doet op zo een formule 1 circuit?

Ik maak publiciteitsschilderingen op de grond. Op het racecircuit of erlangs. Ik krijg mijn opdrachten via plannetjes van de sponsors met een aantal logo’s. Daarna ga ik kijken hoe groot de tekst moet zijn. Er zijn plaatsen geweest waar de tekst 80 meter lang was en 20 meter hoog. Om het overzicht te bewaren over zo een groot project moet ik dan gebruik maken van stretchen, maar ik teken vooral alles zelf uit. Vaak krijg ik een logo op A4 formaat, ik doe alles maal zoveel en dan begin ik met mijn houten lat alles uit te tekenen en te plakken.

Hoe ben je ertoe gekomen om dit werk te gaan doen?

Als klein kind tekende ik erg graag. Op heel wat tekenwedstrijden behaalde ik prijzen en mijn ouders werden steeds gestimuleerd om mij naar de kunstacademie te laten gaan. Maar onze pa, van den oude stempel, vond dat ik ne stiel moest gaan leren. Ik ben dan in de vakschool in Beringen afgestudeerd in een technische richting, metaalbewerking. Ik heb daar echter nooit werk in gezocht. Dat was niet wat ik graag deed. Ik ben daarna wat gaan werken op fabrieken aan de band en ik ben ook heel lang werkloos geweest tot er een publiciteitskantoor in Hasselt me vroeg of ik voor hen wat publiciteit wilde gaan schilderen op wanden. Zo is het dus begonnen. Stilaan kwam ik dan in de wereld van de formule 1 terecht.

In die ‘wereld’ terecht komen lijkt me niet eenvoudig. Heb je daar speciale dingen voor moeten doen?

Nee helemaal niet. Het toeval kwam zo uit. Ik heb op het circuit van Zolder ook een aantal schilderingen gemaakt en men vond goed wat ik deed. Men heeft me echt gekozen omdat ik goed ben in wat ik doe. Men apprecieerde mijn werk en ik werd daar zelfzeker door. Zo ben ik gegroeid. Mijn droom was altijd de wereld te kunnen zien. En door mijn job kan ik dat. Ik vind het zo leuk wat ik doe.

Naar welk formule 1 event kijk je speciaal uit in het buitenland?

Japan vind ik heel leuk. Het is een prachtig landschap en de mensen zijn er bijzonder vriendelijk. Ook Singapore kan ik wel appreciëren. Naar Australië ga ik dit jaar voor het eerst, dus dat moet ik nog ervaren. Behalve in Monaco en Australië ben ik overal geweest. Nederland en Vietnam komen er dit jaar bij. Maleisië valt weg. Het seizoen begint vanaf 15 maart in Australië en eindigt op 29 november in Abu Dhabi.

Hoeveel dagen blijf je op één plek om jouw werk te doen?
Ik verblijf op elke plek een week. Ik vertrek gewoonlijk op een zondag en ik mag pas terug vertrekken op het moment dat de race start. Soms komt de opdrachtgever op het laatste moment nog met een logo van een sponsor die er nog even bij moet. Dat kan op de meest onmogelijke uren zijn, bijvoorbeeld ’s nachts om 3 uur, nog voor de wedstrijd begint. Zo kan ik een anekdote vertellen van een opdracht in Italië, Monza, daar was een kunstenaar begonnen aan een schildering van een kunstwerk voor Ferrari en die kreeg dat niet af. Toen zijn ze mij komen halen met een scootertje om de kunstenaar te helpen. Uiteindelijk, voor de wedstrijd begon was het kunstwerk in 2 verschillende stijlen af. Het bovenste stuk door de kunstenaar en het onderste stuk van mij.

Je bent niet alleen publiciteitsschilder voor formule 1, maar je bent ook de vader van ‘The Night of the Locals’ in Zolder die weer plaats vindt aanstaande zaterdag. Hoe lang bestaat dit event?

Dit jaar is de 23ste keer dat we het organiseren. 23 jaar geleden besloot ik met mijn vriend Ludo Hulsmans een festival te organiseren in de winter. Het was de bedoeling om lokale muzikanten samen te brengen om alzo groepjes te vormen en samen te spelen. Het moesten geen vast groepjes zijn, dat was aanvankelijk niet de bedoeling. Het is dan nu wel uitgegroeid naar een evenement waar bandjes komen optreden. Bandjes krijgen een podium, het materiaal en het publiek en komen dan hun ding doen. De muzikanten treden vrijwillig op en nemen hun aanhang mee. De inkom bedraagt 7 euro en die prijs kunnen we zo laag houden net omdat de bands niet hoeven betaald te worden. Dit jaar staan er 7 groepen op het programma.

De Locals is nu uitgegroeid tot een groot volksfeest. Mensen hebben elkaar lang niet meer gezien, komen naar de Locals en zien elkaar weer eens terug. Dit is een vorm van verbinden en dat is belangrijk. Zelf speel ik op ‘The Night of the Locals’ met mijn eigen band, The Locals Band. Muziek is een passie. Ik heb het schilderen mezelf aangeleerd, maar ook het gitaar spelen.

Hoe maak je een selectie in de bands die zich aanmelden?
Maak je een keuze naar kwaliteit of heb je andere strategieën? Nee hoor, als het vol zit, zit het vol. Wij hoopten wat meer jongeren aan te trekken. Deze moeten we vaak overtuigen. ‘The Night of the Locals’ is ook niet alleen bedoeld voor groepen. Er zou er daar perfect iemand een ‘one man-show’ mogen komen geven, maar dat is nog niet gebeurd. We trekken deze mensen op dit moment ook niet aan. Er komen vooral rockbandjes. Ik droom ervan om meer variatie te krijgen op de volgende Locals.

Waar droom jij verder nog van? Ik zou het niet weten. Ik heb alles waar ik van droomde verwezenlijkt. Ik wil zo nog doorgaan, want ik ben al serieus over de 60 en ik hoop dat mijn gezondheid het toelaat nog heel lang door te gaan. Het werk heeft me jong gehouden. Werk wat je graag doet houdt je jong! Ik heb zo mooie plekjes op de wereld mogen zien. Ik ben een tevreden mens.

Wat wil je nog kwijt aan de mensen van Heusden-Zolder?

Probeer je doel na te streven. Als je echt wil dan kan je je dromen waar maken. Gebruik jouw talenten, dan moet je geen moeite doen om perfect te zijn in dat wat je doet. Ik word stil van deze wijze raad van Robert. Geen enkel filosoof zou het beter kunnen zeggen. Robert is een open en eigenzinnig man, die altijd probeert het beste uit zichzelf te halen. Wij mogen fier zijn op zo een Heusden-Zolderaar.
https://www.facebook.com/nightofthelocals/




15 januari 2020,
 In de spreekstoel met Paul Coolen,



Vanavond trek ik naar Berkenbos. Ik heb daar een afspraak met Paul Coolen. Paul is vooral bekend als “De Apotheker”. Sinds enkele jaren heeft Paul zijn apothekersjas aan de haak gehangen om zich met andere dingen bezig te houden. Paul zet zich graag in voor mens en omgeving en werd zo voorzitter van De Koepel en van de fietsersbond Heusden-Zolder. Paul geeft aan dat hij nog heviger bezig is dan vroeger, maar dan met de dingen die hij echt graag doet. Door ecologisch te leven beweert hij nog meer tijd te hebben, gezonder te zijn en meer energie te hebben om alles wat hij wil doen samen met anderen te verwezenlijken.
Ik luister naar zijn verhaal …

Wat was de insteek om te beginnen met een fietsersbond in HZ?

Paul beantwoordt mijn eerste vraag met een vraag aan mij:
” Hoeveel mensen die rijden op de Koolmijnlaan zijn lokaal vervoer en hoeveel rijden er door Heusden-Zolder om naar een andere gemeente te gaan?”
Ik probeer me de situatie voor te stellen, want ook ik sta vaak met mijn auto aan te schuiven op de Koolmijnlaan. Ik antwoord Paul met het cijfer 10%. Volgens mij zijn 10 % van de autorijders op de Koolmijnlaan mensen die een rit doen van minder dan 7 km.
Paul corrigeert me en zegt het zijn er 20% en zegt dat ik er verdomd dicht bij zit, maar ja wat wil je … aan mezelf ken ik de hele wereld en toch weet ik dat Paul gelijk heeft. Ik laat hem verder mijn vraag beantwoorden …

We willen allemaal een zuivere lucht, een veilige omgeving, minder file, minder geluidsoverlast, een betere gezondheid, niet?
Wel als je weet dat het autoverkeer in onze gemeente zeker voor meer dan 50% zuiver lokaal verkeer is van minder dan 3km dan weet je genoeg. Op de Koolmijnlaan, Brugstraat en Guido Gezellelaan rijdt slechts 20% van het autoverkeer door Heusden zonder te stoppen. Zo weet je wie de files veroorzaakt, wijzelf. Onze kinderen laten we niet gemakkelijk alleen met de fiets naar school rijden want er zijn te veel auto’s. We zijn te bezorgd voor onze kinderen. Dit vormt een vicieuze cirkel.

Welnu, ons hoofddoel is de inwoners te motiveren meer met de fiets of te voet te gaan. Als fietsersbond willen wij samen met de gemeente het autoverkeer doen dalen met minstens 25% tegen 2025, het einde van dit gemeentebestuur, actie 25/25 dus.
Ik neem mijn fiets altijd voor afstanden van minder dan 7 km. Natuurlijk hebben we ook een (elektrische) wagen maar die laten we liefst staan. Heusden-Zolder op de fiets krijgen lijkt me niet zo een eenvoudige opdracht. Op welke manier denk je mensen te kunnen inspireren om vaker de fiets te nemen?
Dit is inderdaad niet eenvoudig.

We hebben een sterke stuurgroep binnen de Fietsersbond, we werken goed samen met de gemeente, we communiceren veel… Dit helpt maar zelf het goede voorbeeld geven nog meer.
Wist je dat het slechts 7-8% van de tijd regent in Vlaanderen?
Het is dus bijna altijd droog. Ook in de winter krijg je het spontaan warm door aangepaste kleding en de beweging zelf. Verder heb je veel meer sociaal contact en geniet je van de omgeving. Ik zou hierbij alle burgers van Heusden-Zolder willen oproepen om zoveel mogelijk de wagen te laten staan voor de korte afstanden en de fiets te nemen of te voet te gaan.

Ook voor de winkels zou dit een goede zaak zijn want elke fietser is een auto minder. Je gaat toch geen brood van 500g halen met een wagen van 1,5 ton?
Als we met de fiets gaan is er geen uitstoot en we moeten niet parkeren. We zouden het STOP-principe in gedachte moeten houden, nadenken over onze verplaatsingen, eerst gaan we stappen, dan gaan we trappen, dan nemen we het openbaar vervoer en pas dan nemen we onze personenwagen. Ikzelf heb een elektrische wagen, maar een elektrische wagen is een goede wagen als je er niet mee rijdt.
Een voorbeeld hiervan is de actie tegen zwerfafval. Er worden heel veel acties rond zwerfvuil opgezet, denk aan de World Cleanup Day of de Mooimakers en die hebben succes, omdat ze gedragen zijn. Een papiertje weggooien dat doe je zomaar niet meer. Maar hiertegenover staat het zwerfstof dat wij dagelijks uitstoten via onze uitlaatpijp van de wagen. Daar heeft niemand last van maar daar weegt dat papiertje dat op de grond ligt niet tegen op want dat kan je oprapen en in de vuilbak gooien. Tegen zwerfstof doe je niets. Dat is niet op te vangen en we zijn gedoemd om het in te ademen.

Welke fietsreizen heb je tot nu toe gemaakt?
Welk was de meest opmerkelijkste fietsreis? Wat zit nog in de pijplijn of weet je al wat het volgend jaar zal worden?

Dit zijn er al heel wat geweest: de meeste landen van Europa, onlangs nog van Kopenhagen tot Istanboel. Buiten Europa: Turkije, Palestina, USA (2x), Zuid-Amerika, Cuba, Oman-India-Nepal, Thailand-Cambodjia-Vietnam-Laos…
De laatste Kopenhagen-Istanboel door 13 landen, vele talen en culturen vond ik fascinerend.
Misschien van hier aan de kerk tot in Moskou, dat wil ik ook nog weleens doen.

Hoe kom je jezelf tegen op zo een fietsreis?
Ik veronderstel dat er op die momenten veel tijd is voor meditatie?
7 uur per dag gemiddeld op de fiets geeft inderdaad heel wat tijd om na te denken, te observeren en ook te ontmoeten. Echt meditatie zou ik het niet noemen maar wel alleen, niet eenzaam, nadenken over jezelf, de omgeving, het leven… het nodigt uit tot het krijgen van ideeën en creativiteit.

Is er een plek waar je graag opnieuw naartoe wil en waarom?
Europa heeft nog veel in petto. De Donauroute is een aanrader, mooi en niet zwaar. De meeste dramatische streek was Palestina met Israël, de Westbank en Jordanië met heel zijn politieke problematiek. Teruggaan hoeft niet echt, nieuwe dingen ontdekken lijkt me beter.

Wat wil je kwijt aan niet-fietsend Heusden-Zolder?
Zoals een bekend sportmerk declameert: “Just do it!”. Onze gemeente en jijzelf zullen er beter door worden! Met “Just Do It” bedoel ik dat we moeten ophouden met zeuren. De ”Ja Maar” moeten we verbannen. Het is niet alleen de “Just do it”, maar ook de “You can do it”.
Ik wil ook nog benadrukken dat ik echt geloof in burgerparticipatie. Als het beleid burgerparticipatie wil toestaan dan is dat een win win voor de gemeente, want het betrekken van uw inwoners in projecten binnen de gemeente leidt tot vrijwillige hulp en dit leidt alweer tot die gedragenheid die ik toch zo hoog in het vaandel draag. Ik heb een open brief naar alle beleidsmensen gestuurd waarin ik vraag om iedereen te inspireren met een pleidooi voor burgerparticipatie. Burgers zijn ook wijs en ga dan op weg met 1000 participatieve burgers, met al hun kennis en wijsheid kan je heel wat nobele doelen bereiken. Nog een tip van Paul : Bezoek onze website www.fietsenvanHtotZ.be en onze Facebookpagina: FietsenvanHtotZ
Dank je Paul voor dit open gesprek. Ik hoop dat je ons kan blijven inspireren vaker de fiets te nemen en zo tijd te winnen, want wie wil daar nu niet ten volle voor gaan.
Linda Graulus.


08 januari 2020
In de spreekstoel met Maarten Verlinden



Op 2 januari heb ik met Maarten Verlinden een afspraak in de bibliotheek van Heusden-Zolder. Na de officiële opening van zijn overzicht van het jaar in LEGO-stad zoeken we een spreekstoel en hebben we een leuk en warm gesprek. Maarten is een open, warme en zonnige persoonlijkheid.
Men heeft het de laatste tijd heel erg gehad over Maarten Verlinden en zijn LEGO. Je hebt daar heel veel persaandacht voor gekregen. Hoe heeft dit zo een vaart kunnen nemen?

Ik ben een heel grote fan van jaaroverzichten. Voor mij is een jaaroverzicht een goed middel om het totaaloverzicht te kunnen zien en de wereld te kunnen begrijpen. Ik wil in mijn jaaroverzicht ook mijn mening niet kwijt, ik wil dingen aanreiken om over na te denken. Dit is de vierde keer dat ik een jaaroverzicht maak en het is ieder jaar anders. Dit jaar is de pers er razendsnel opgesprongen, eerst via Radio 2 en toen Radio 1 en daarna Karrewiet. Toen het eens op Karrewiet geweest was had ik zo een twee interviews per dag. Zo snel kan het dus gaan.

Maarten Verlinden achter de LEGO is diegene die heel veel doet voor RIKOLTO (vredeseilanden). Hoe ben je daar eigenlijk bij gekomen?
Ik ben iemand die heel graag sport. Ik fiets graag. Ik heb dan jaren geleden een fietstocht georganiseerd om zo geld bijeen te zamelen voor een goed doel. Ik vond me inzetten voor een goed doel en de centjes bijeen verzamelen door een sportevenement een mooie combinatie die me wel lag en waar ik voor wilde gaan.

Waar is het mee gestart?


Met de fietstocht?
Of met het goede doel?

Ik had bij de organisatie van mijn eerste fietstocht nog geen goed doel voor ogen. Er waren connecties met broederlijk delen. Maar dan leerde ik mijn vriendin kennen en die liet me weten dat er nog een andere organisatie was die min of meer hetzelfde werk deed en dat was toen Vredeseilanden (nu RIKOLTO). Rikolto organiseerde fietsreizen naar Africa, Azië en midden Amerika voor mensen die 3000 euro hebben ingezameld voor hun projecten. Als je deze 3000 inzamelt krijg je het privilege om deel te nemen aan de Rikolto Classics. Omdat mijn partner en ik samen wilden gaan moesten we 6000 euro inzamelen. De fietstocht en de quiz die we jaarlijks organiseren zorgen voor die 6000 euro. Daarnaast betalen we voor onze reis dat ook geld in het laadje brengt voor Rikolto. We willen daar ook heel transparant in zijn. De reizen die we maken staan helemaal los van de inzamelingen en worden volledig door onszelf bekostigd.
De 3000 euro die we hebben ingezameld wordt geïnvesteerd in projecten rond boeren. Rikolto zorgt ervoor dat je door het land kan fietsen, van boer naar boer, van project naar project. Je overnacht er en zo krijgt je een mooi overzicht van wat er allemaal gebeurt met het ingezameld geld. Zo mocht ik dan deelnemen aan vier reizen naar Benin, Tanzania, Indonesië en Vietnam. We gaan niet ieder jaar op reis, maar we proberen de 6000 euro per jaar wel iedere keer bij elkaar te krijgen voor Ricolto en door te storten. We waren dit jaar van plan om met Rikolto naar Ecuador te gaan, maar met de strubbelingen daar zal dat waarschijnlijk niet door gaan. De classics zijn daardoor ook “on hold” gezet, maar we zien wel. Je kan ook niet onvoorbereid naar de Classics gaan, want je fietst tijdens zo een Classic zes- à zevenhonderd kilometer op zes dagen, dat is 100 kilometer per dag en dit op niet eenvoudige wegen. Daar moet je dus wel een beetje voor geoefend hebben.



Rikolto werkt vooral met boeren.
Wat is nu juist hun missie in de hulp die zij geven aan boeren in het buitenland?

 probeert om eerlijke voeding bij ons op tafel te krijgen. Zij spelen daarom in op projecten in het buitenland bij de boer zelf, maar ook op de verwerking, de distributie en de marketing hier bij ons. Ze doen dit om hun producten te verduurzamen. Ook hier steunen ze boeren om biologisch te gaan werken. De combinatie van deze vele facetten maakt het ook zo interessant om Rikolto te steunen. Rikolto blijft ook naar hefbomen zoeken om die duurzaamheid te verwezenlijken. Dat kan gaan om nieuwe besproeiingstechnieken of nieuwe zaden of andere teelmanieren om meer duurzaamheid te bereiken. Vaak ligt het ook aan de consument. Het is goed om na te denken wat je eet. Niet altijd voor het goedkoopste te gaan en een betere productkeuze kan ook bepalend zijn (en dit geldt niet alleen voor voeding). In mijn LEGO-stad kom ik daar ook op terug, want ik heb daar een megaboerderij uitgewerkt, palmolieplantages die grootschalig worden gesteund door Europa en de USA om palmolie te vervaardigen om hier op allerlei manieren in te zetten. Dit is nu net wat Rikolto niet wil, ze gaan kiezen voor kleinschaligere familiebedrijven die beter zijn voor de natuur. Massa consumptie en massaproductie klagen ze aan.

Wanneer zal de volgende mountainbiketocht doorgaan ten voordele van Rikolto?

De fietstocht gaat door het eerste weekend van Augustus. Vorig jaar hadden we 1000 inschrijvingen en we starten aan de kantine van Ubbersel. De opzet van de quiz vond ik ook heel knap. Iedereen neemt daar een cadeautje mee voor een ander.

Hoe kom je erbij om dit zo te doen?
Op de foto links "" Rand van de afgrond "" wint de 6de editie van de Rikolto-Quiz "".

Ik snap het eigenlijk niet, maar wij doen dit al zes jaar en er is nergens in heel Limburg heeft een quiz hetzelfde idee gehad of die dit overgenomen heeft. Iedereen koopt zijn eigen cadeaus en iedereen weet dat ook dat wij dit zo doen. Nochtans heb je heel wat dingen die er thuis liggen die je om kan toveren tot een cadeau. De gedachte bij ons is te vermijden om nieuwe rommel te produceren en het hergebruik aan te moedigen. Ook proberen we geen partysnacks aan te bieden, maar een groenteschotel en gezonde hapjes.

Wat wil jij nog kwijt aan Heusden-Zolder?

Ik heb heel wat reacties gekregen op het onderwerp van de brandweermannen in mijn LEGO-stad. Ik ben blij dat ik daar nog een bijdrage aan heb kunnen leveren. Er kan nog eens over nagedacht worden. De media heeft in dat feit ook veel invloed gehad. Soms is dat goed, maar soms kan dit ook negatieve neveneffecten hebben. Soms is het gewoon teveel. De media maakt keuzes, heeft een enorme verantwoordelijkheid en ze hebben een enorme impact.

Als je iets wil organiseren in Heusden-Zolder krijg je heel veel kansen. Je krijgt geen financiële steun, maar men is altijd bereid om open te staan voor je project zoals nu bijvoorbeeld de BIB met de tentoonstelling van het LEGO-jaarverslag. Ze hebben dat allemaal direct geregeld en dat was fijn. Er is plaats voor cultuur in Heusden-Zolder. Alhoewel dat we hier geen groot museum hebben word je toch gesteund. Als je een idee hebt, probeer daar iets mee te doen, dat is echt niet zo moeilijk.
Ik dank Maarten om in zijn zonnige wereld te mogen kijken. Maarten heeft een klare blik op de dingen en laat ons daar op een positieve manier op terug kijken.
Met dank aan Linda Graulus


01 januari 2020
In de spreekstoel met Jos Tielens.

Als je spreekt over de Dorpsraad in Boekt, dan spreek je ook over Jos Tielens. Jos Tielens was jaren voorzitter van de dorpsraad. Onlangs heeft hij het voorzitterschap doorgegeven aan Kurt Van Heecke en ik wilde weleens weten hoe Jos al die jaren als voorman van Boekt had ervaren en ging naar hem op zoek. Die zoektocht was niet moeilijk, want overal op Boektse wegen kom je Jos Tielens tegen.

Hoe lang was je voorzitter van Boekt?
Van 1990 met een kleine onderbreking tot onlangs was ik 23 jaar voorzitter van de dorpsraad van Boekt. Tussenin ben ik even 3 jaar geen voorzitter geweest. Ik was toen wel nog steeds bij het dagelijks bestuur als penningmeester. De dorpsraad heeft me altijd bezig gehouden en dat is nu toch al 29 jaar.

Wat was de drijfveer die ervoor gezorgd heeft dat je iets wilde doen voor Boekt?
We hebben voorheen voor mijn werk in Antwerpen gewoond en daarna zijn we weer naar Heusden-Zolder verhuisd. Mijn buurman André Olieslaegers was de grote man van het folkfestival JEFA. Mijn hobby nummer 1 was muziek maken en in dat folkfestival heb ik meegedraaid. In de jaren 80 is dat folkfestival gestopt. Daarna heb ik nog even meegedraaid in De Pretrel en toen dat stopte heb ik tegen mezelf gezegd dat ik me niet meer zou inzetten voor een festival of een muziekevenement maar voor de mensen om ons heen en dan heb ik mij aangesloten bij de Bond van Grote gezinnen. Snel voelde ik dat dit niet was waar ik me goed mee voelde.

Toen kwam men met het idee om een ACW op te richten in Boekt. Er was niets in Boekt wat maar een beetje op een verenigingsleven leek en het ACW was daar een antwoord op. Ik ben daar toen voorzitter geworden. En daar hebben we met een paar mensen beslist om iets voor de jeugd te doen.

Er was daarvoor al een project geweest met de pastoor omtrent de Chiro lokalen en het idee ontsproot om eetdagen te organiseren voor nieuwe Chiro Lokalen. Op deze manier kwam ik in contact met de mensen van de Chiro en dan zijn we aan het vergaderen gegaan rond de Chirolokalen. We gingen naar de pastoor om onze plannen met hem te bespreken. Frans had het geld van de papierslag en ik had het geld van de eetdagen. De pastoor vroeg ons toen om het geld waar wij goed voor gewerkt hadden op zijn rekening te storten en hij zou dan de bouw coördineren en financieren. Frans en ik gingen buiten bij de Pastoor en we zeiden tegen elkaar dat het zo niet zou werken.

 We kregen toen het idee naar de dorpsraad te stappen. Toen er contact was met de dorpsraad voelden we dadelijk de dynamiek. We waren daar ook dadelijk vertrokken en vanaf dan is het alleen maar vooruitgegaan. Ik had nog maar 2 maal een dorpsraad bijgewoond, toen plots Marcel Vandeput, toenmalige voorzitter vertrok naar het buitenland. Omdat we toen al ver zaten in de onderhandeling rond de Chiro Lokalen vonden we dat we moesten gaan voor het voorzitterschap. Ik heb mijn nek toen uitgestoken en mij kandidaat gesteld. Eigenlijk ook met de motivatie dat ik me heel goed voelde in de dorpsraad en omdat er zo een dynamiek zat in die groep van mensen. Vanaf dan ben ik er ook niet meer uitgeraakt en heb ik alles zien groeien in Boekt.
Dit is zo dankbaar geweest.
Misschien is niet alles gelopen zoals ik wilde, maar het meeste toch wel.

De tennisclub groeide, de Chiro lokalen kwamen er, de kermis werd verplaatst, de schuttersgilde kwam naar de Ubbelstraat en de petanqueclub deed zijn opmars. Ik was zo gelukkig dat Boekt groeide en bloeide. Ik heb er altijd veel plezier in gehad en heb het voorzitterschap nooit ervaren als een last, integendeel zelfs … de Dorpsraad was mijn vreugde en geluk. Ik heb zelf een ongelofelijke jeugd gehad door mijn sociale leven waar ik woonde met mijn ouders in Heusden. Dus als ik terugkeek naar wat mij gelukkig maakte in mijn jeugd, was dat het opgroeien in een buurt waar er van alles te beleven viel. En dat juist heb ik op die manier hier in Boekt kunnen terugvinden. Onze pa zei altijd : “uw thuis is niet alleen het huis waar je woont, maar ook de omgeving waarin je woont. Je moet zorgen voor buurtschap”.

Vorig jaar is Kurt Van Hecke voorzitter geworden van de dorpsraad in Boekt.



Hoe voelde je daarbij?
Ik had al 1 jaar op voorhand aangekondigd dat ik geen voorzitter meer wilde zijn. Ik was altijd voorzitter geweest samen met Frans die ondervoorzitter was en we vonden het tijd om de fakkel door te geven. We waren ook heel blij toen dat er goede opvolging kwam. Toekomstgericht was beter dat er jongere opvolging kwam. Ik ben heel content van de opvolging. Ik ben wel in het dagelijks bestuur gebleven.

Als voorzitter van de dorpsraad Boekt heb je steeds gestreefd naar de herkenbaarheid en de uitstraling van Boekt.
Wat is voor jou de kers op de taart geweest?

Het is een hele kersentaart. De jeugdlokalen met alles erop en eraan en eigenlijk de Ubbelvelden in zijn hoedanigheid is echt wel dé kers op de taart. Dan is het buurthuis gekomen dat één domein vormt met de Ubbelvelden en dat is toch fantastisch.
De zwarte bladzijde is het niet laten doorgaan van de bouw van de sporthal.
Op dat moment lag de dorpsraad bijna op zijn gat. 15 jaar lang was er constant vergaderd over de bouw van nieuwe sporthal in Boekt. Er was zelfs een 1ste steenlegging geweest … en toen, na het opstarten van een nieuwe legislatuur werden de plannen gewoon van de baan geveegd. Dat was een harde noot om te kraken. Ik heb toen echt gevreesd voor de ondergang van de dorpsraad, maar ik kreeg het advies zo snel mogelijk een nieuw doel te zoeken en dat werd toen de bouw van het nieuwe buurthuis. De burgemeester destijds wilde wel iets goed maken voor Boekt. Uit bevragingen naar verenigingen in Boekt in verband met de noden is toen het buurthuis ontsproten, zoals het nu is.

Wat zijn de dingen die je in Boekt nog verwezenlijkt wil zien?
Het verder bestaan van de dorpsraad. Het zou ook heel mooi zijn moest die zonder mij ook kunnen doorgaan.
Meer vrouwen in de dorpsraad, dat is ook een droom.
 De dorpskernvernieuwing in Boekt dat wil ik nog meemaken.
Onderhandelingen hierrond zijn gestart. Heel voorzichtig is er een visie uitgewerkt. Ik hoop dat het iets meer zal worden dan aanleg van een riolering, een waterleiding en elektriciteit … dat zou ik jammer vinden. Ik hoop ook dat er hierover een overlegstructuur wordt opgericht met mensen uit de omgeving om hun ideeën te bundelen en om zo tot een “geluk plekje” te komen, eventueel in fasen met een degelijk plan.

Buiten de dorpsraad ben je bezig met muziek. Kan je daar wat meer over vertellen?
Mijn groep heet Botswing. Een Botswing is een grote schommel waar je op kan zitten en is eigenlijk een Heusdens woord voor dat speeltuig. Botswing is een Keltische folklore groep. Wij zijn een gezellige groep folk freaks, die met volle teugen genieten van het maken van muziek.

Wat wil je nog kwijt aan de mensen in de dorpskernen in Heusden-Zolder?

Weet dat jouw thuis niet stopt aan de drempel van jouw deur. Jouw thuis is ook de omgeving, het verenigingsleven, de buurt en alles daarrond. Heel veel dank aan Jos Tielens voor dit warme gesprek. Linda Graulus.
Met dank aan Joseph Bams voor de foto's samen met Linda
Hieronder enkele foto's van het Folkfestival jaren '80 aan de Jefa Heusden






25 december 2019 
In de spreekstoel met Ghislaine Bergen.



Vandaag ben ik met mijn spreekstoel naar de Koolmijnlaan getrokken. Ik had daar een afspraak met Ghislaine Bergen. Ik werd er verwelkomd in het mooiste Kersthuis van Heusden-Zolder en omstreken. Allemaal zelfgemaakt, vertelt Jos me, de man van Ghislain. De Kerstlichtjes werden allemaal voor me aangestoken, zodat ik willens nillens voor mijn interview met Thriller auteur, Ghislaine Bergen, helemaal in Kerstsfeer vertoefde.

Toch vuurde ik mijn vragen op haar af, want achter deze wonderbaarlijke Kerstvrouw zit er een schrijfster met zoveel fantasie en ideeën om spannende boeken te schrijven. Vanaf wanneer ben je geboeid geraakt door het boek?
Ik was nog heel jong. Op vierjarige leeftijd ben ik beginnen lezen. Lezen werd ook gestimuleerd bij ons in het gezin. Vooral mijn moeder was daar een krak in. Ik heb heel mijn leven gelezen.

Wanneer ben je dan zelf beginnen schrijven?
Wist je dadelijk welk genre je zou gaan schrijven en hoe is dit in zijn werk gegaan?
Ook weer gestimuleerd door mijn moeder bracht ik in 2007 mijn eerste boekje uit. Politie MENSEN is een verhalenbundel over het leven achter de politie. Mijn insteek was vooral mensen te laten weten dat de mens achter de politie net zo is zoals wij, met dezelfde bekommernissen en dezelfde problemen. Er staat een verhaal in over een politieman die begeesterd is van dieren en die discuteert met zijn vrouw over het al dan niet aanschaffen van dieren. Dit boekje heb ik uitgegeven via een drukkerij, onder eigen beheer. Maar hieruit leerde ik dat de kostprijs van zo’n boekje uiteindelijk te hoog was.

Hoeveel publicaties jou van kwamen er reeds op de markt en wat zit er nog in de pijplijn?

Mijn eerste publicatie was dus Politie MENSEN. Daarna is het een tijdje stil geweest. Mijn fulltime werk belemmerde me op dat moment om nog zin te hebben in schrijven als ik ’s avonds thuiskwam. Maar daarna schreef ik Levende Engelen (2008). Dit was ook een boek gebaseerd op het leven van een politieman. Dit was mijn eerste volledig verhaal. Het gaat over lotsbestemmingen. De hoofdfiguur heeft de sleutel van de poort tussen goed en kwaad en moet deze bewaken. Hij wil zijn herinneringen begraven en gaat aan de drank. Dit boek leunt aan bij het genre fantasie. Na het schrijven van dit boek voelde ik aan dat dit niet mijn bestemming was. Ik moest iets anders gaan schrijven. Daarna bracht ik “Het Santiago Team” uit. Dit was een Thriller bestaande uit twee verhalen, De Luis en Magistratenvuur. De Luis gaat over een tweeling van een gemengd koppel waar het ene kind zwart geboren wordt en de andere blank. Het verhaal klaagt het onevenwichtige aan in het leven van deze twee kinderen die uit dezelfde vader en dezelfde moeder geboren zijn.

Magistratenvuur gaat over criminelen met geld in het buitenland.

Moeten sommige delinquenten nog vrijkomen?
Wat doen ze met hun geld na het leven in de gevangenis?
Na het “Santiago Team bracht ik ook weer print on demand “Schaduwen” uit. Schaduwen gaat over een ontvoering van 2 meisjes waar er één dood wordt teruggevonden, het andere blijft spoorloos. Schaduwen is nu opgepikt door een uitgever alsook mijn laatste boek “MANEKI NEKO”. Beide boeken zullen binnenkort bij uitgeverij Ambilicius van de pers rollen. “De Stille Dood” zit nog in de pen. Dit is een boek in zes delen, waar er ondertussen vier van geschreven zijn. De setting van dit boek is Terlamen en gezien ik een aantal locaties vernoem in het boek, moeten hier goedkeuringen voor gegeven worden. Dit zet ook een beetje de rem op het schrijven omdat er toch een aantal families waren die hun toestemming niet gegeven hebben.

Heb je nog een boodschap voor lezend Heusden-Zolder?

Heusden-Zolder, wordt eens wakker!
Begin terug te lezen en beleef jouw eigen cultuur.
In Heusden-Zolder wonen mensen met talent.








18 december 2019
Interview met Mieke Donders rond haar project "" VEERKRACHT in Boekt





In oktober konden we in Boekt op allerlei etalages mooie spreuken lezen. Het bleek om een actie rond veerkracht te gaan die jij gedragen hebt : "Spreuken in het straatbeeld".

Hoe ben je op deze actie gekomen?
Waarom spreuken?
Wat zit er achter?

Mieke, ik heb deze actie niet zelf bedacht. Ik leerde de actie kennen via mijn werk bij Logo Limburg vzw. (Loco-Regionaal Gezondheidsoverleg). De actie kaderde in de 10-daagse van de Geestelijke Gezondheid en werd ontwikkeld door de Vlaamse Logo's, Te Gek, Gezond Leven en het Steunpunt Geestelijke Gezondheid. Heel wat Vlaamse gemeenten deden aan de actie mee. De actie wil op een positieve manier oproepen om te werken rond je eigen veerkracht of te ondersteunen naar anderen die het even moeilijk hebben. Veerkracht is de kracht in jezelf die ervoor zorgt dat je bij tegenslagen er sterker uit komt en je niet in een neerwaartse spiraal laat meetrekken. Dit is niet altijd even gemakkelijk. Maar we mogen niet vergeten dat veerkracht trainbaar is. Soms hebben we gewoon een kleine reminder of een lieve vriend(in) nodig.

Op de volksvergadering in Boekt deed je een oproep naar inwoners van Boekt om mee te werken aan een gelijkaardig project voor 2020.
Wat wordt van hen verwacht?

Mieke, we willen de volgende jaren meerdere acties doen om de inwoners van Boekt zo gezond mogelijk te laten leven. Dit omvat niet alleen acties naar veerkracht, maar ook naar gezonde voeding, voldoende bewegen, valpreventie enz. Door de actie "Spreuken in het straatbeeld" merkten we heel wat gedragenheid in Boekt om rond veerkracht na te denken en bezig te zijn. Omwille van de vele positieve feedback willen we daarom eerst verder denken rond veerkracht, maar de andere thema's willen we zeker ook verder uitwerken in Boekt.

Hoe vaak per jaar moeten vrijwilligers beschikbaar zijn om deel te nemen aan het project?

Mieke, we willen een drie- tot viertal keer per jaar samenkomen.
We willen samen brainstormen en kleine taakjes onder meerdere mensen verdelen zodat niemand over zijn eigen grenzen gaat. De vrijwilligers die zich aansloten hebben zelf ook een druk leven en nemen dit engagement er immers nog extra bij. Nu...door je in te zetten voor anderen... krijg je zelf ook een gevoel van voldoening en zelfontplooiing. Het opnemen van een sociaal engagement heeft ook een positief effect op je eigen veerkracht!

Waar kunnen potentiële vrijwilligers terecht voor nog meer informatie?
Waar kunnen ze zich aanmelden?

Mieke, geïnteresseerden mogen zich aanmelden via de website of facebookpagina van de dorpsraad van Boekt of via miekedonders@hotmail.com. Ik probeer dan binnen de week een antwoord op hun vragen te geven!
22 januari '20 In de spreekstoel met Robert Quintens
Hoe zie je het project in de toekomst hier In Boekt?
Wat zijn jouw dromen rond preventieve gezondheid in Boekt?

Mieke, ik droom altijd groots, maar ik zou al heel blij zijn als ik jaarlijks één duurzame actie zou kunnen uitwerken om zo op een toffe manier aan te zetten tot een gezondere levensstijl. Gezond zijn draagt bij tot gelukkig zijn en gelukkig zijn tot gezond zijn. Mijn droom is dat verenigingen, leerkrachten, ouders, senioren of buren in Boekt zelf ook de reflectie zouden maken hoe zij de gezonde keuze de gemakkelijke keuze of leuke keuze kunnen maken voor hun omgeving. Ik zou het geweldig vinden om een gezond pleintje in Boekt uit te werken.

Een pleintje dat kinderen uitnodigt tot beweging en tot sociaal contact terwijl ouders even bijkletsen en de batterijtjes terug kunnen opladen. Een plein waar wekelijkse gezondheidswandelingen vertrekken en waar senioren of mensen die eenzaam zijn, in contact komen en uitgenodigd worden tot lokale events. Een pleintje waar vers fruit geplukt kan worden en natuur een mooie plaats krijgt. Begrijp me niet verkeerd... ik heb zelf nog heel wat ongezonde gewoonten, maar iedere dag probeer ik op 1 ding te letten. En het helpt gewoon als je omgeving de gezonde keuze de gemakkelijke keuze laat zijn.
Met veel dank aan Linda Graulus voor het interview met Mieke Donders

17 december 2019 

Met Linda Graulus in De Spreekstoel.

Heusden-Zolder is een bijzondere gemeente. Daar kom je achter als je ziet wat er in onze gemeente beweegt. In al die beweging kom je bijzondere mensen tegen. Mensen die je doen wakker liggen. Mensen die door de dingen die ze doen voor hun omgeving opvallen en daarvoor ook eens in de bloemen mogen worden gezet. Bij het Nieuws Heusden-Zolder dachten we eraan om hen eens aan het woord te laten, hen een bijzonder moment terug te geven waarbij ze in de kijker worden gezet.

De Spreekstoel wordt een rubriek waar Linda Graulus tijdens een gezellige babbel te weten komt wat hen beweegt. Woensdag 18 december verschijnt het eerste deel waar we een gesprek hebben met Mieke Donders over haar ideeën en initiatieven rond preventieve en geestelijke gezondheid in Heusden-Zolder, Boekt. Linda Graulus kan je steeds bereiken via rozekwartsje@hotmail.com  mocht je iemand kennen die zich met hart en ziel inzet voor iets of iemand zodat Linda met die persoon eens op gesprek kan gaan.