donderdag 4 maart 2021

""Om terug te zien uit H|Z"" Welvaartwinkel Jamers - Plessers


Welvaartwinkel Jamers - Plessers. Toen nr. 48 Guido Gezellelaan met Caroline Plessers in de deuropening. De 'Welvaartwinkel'.
 Tot in de jaren ‟60 was “De Welvaart” een begrip bij de bevolking. In die periode waren er in Heusden drie “Welvaartwinkels”. De uitbaters van deze winkels waren geen “echte” zelfstandigen maar “geranten”. Deze geranten van een ”Welvaartwinkel” waren allen lid van een coöperatieve.

 Daarom werd bijvoorbeeld Carolina Plessers, uitbaatster van een Welvaartwinkel in de Guido
Gezellelaan, meestal gekend als “Carolientje van de Welvaart” of “Carolientje van de Coöperatieve”. Vanaf 1928, op veertienjarige leeftijd, hielp Carolientje reeds in de “Welvaartwinkel” van haar ouders in Hechtel. Na haar huwelijk, in 1936, met Jozef Jamers, verhuisden ze naar Heusden waar ze in een rijtjeshuis in de Guido Gezellelaan, eigendom van tandarts Lemmens, hun eerste “Welvaartwinkel” uitbaatten. Carolienje was de “gerante” maar haar echtgenoot Jef moest na zijn dagtaak in de mijn steeds een handje helpen.

In 1947 verhuisden ze naar hun nieuwe winkel verderop in de Guido Gezellelaan die ze uitbaatten tot Caroline in 1964 om gezondheidsredenen moest stoppen. In de nieuwe winkel was de “etalage” volgens de toenmalige normen reeds tamelijk groot en waren de Welvaartwinkel reeds goed uitgerust. Er waren reeds frigo‟s en elektrische snijmachines voor charcuterie en kaas. Ook werden de bulkgoederen (suiker, bloem e.d.) stilaan vervangen door verpakte waren. In die periode waren openings- en sluitingsuren en -dagen voor alle winkeliers een zeer rekbaar begrip. Van ‟s morgens vroeg tot ‟s avonds laat was de winkel steeds open. Na invoering van de verplichte sluitingsdag in het begin der jaren ‟60, kwamen de klanten dikwijls gewoon langs achter. De Welvaartwinkel was, zoals overal toen, een “volkse plek”. Men kwam er om te kopen, te babbelen en te discussiëren. In die tijd kon men bijvoorbeeld ook nog gaan winkelen zonder onmiddellijk te betalen. “Schrijf maar op” was toen vaak de gewoonte voor vele mensen, en om de veertien dagen werd dan afgerekend. Aangezien de geranten op “percent” werkten was het rendement niet erg hoog. Arm waren ze niet, maar “welvarend” was toch iets anders.
Met veel dank aan De Heemkundige Kring Heusden uit het boek commerce tot einde jaren 60