donderdag 19 maart 2020

KS Vriendenkring advies aan de Commissie Sociale Zaken, Werk en Pensioenen


Advies aan de Commissie Sociale Zaken, Werk en Pensioenen betreft ondergronds mijnwerkerspensioen. Dit advies van onze werkgroep is heden overgemaakt aan de leden Volksvertegenwoordigers van de Commissie alsook aan de Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Heer Patrick Dewael.

In eerste instantie willen wij alle politieke partijen danken voor de steun die we de voorbije maanden mochten ervaren. De ondergrondse mijnwerkers zijn een grote groep die destijds de “roep” van de regering (1973) gevolg gegeven heeft om hun carrière in de Limburgse ondergrond op te bouwen. Zij hebben hun leven en gezondheid, dag na dag, gegeven om een belangrijke productie steenkolen naar de oppervlakte te brengen. Al hun activiteiten hebben zich afgespeeld op een diepte tussen de 800 en 1100 meter. Dit was nodig om de gevolgen van de oliecrisis in de tachtiger jaren op te vangen en de steenkoolcentrales te voorzien van goedkope steenkolen. Ook de staalindustrie heeft kunnen genieten van deze probleemloze aanvoer van cokeskolen afkomstig van de Limburgse ondergrond. Het zwarte goud dat door de “Eerste Burgers van het land” naar boven gebracht werd in zweet, bloed en tranen.

De mijnwerkers werden naar de steenkolenmijnen “gelokt” met twee belangrijke voordelen: vrijstelling van legerdienst en een loopbaan van 25 jaar ondergronds werk met een pensioen op 30 jaar!

Een Staat die zichzelf respecteert zal haar belofte en wetten ook moeten respecteren.

Wij hebben sinds vele jaren moeten vaststellen, tot onze ergernis, dat de toenmalige afspraken, overeenkomsten en wetten niet correct worden toegepast ! Er zit een tegenstelling in de regelgeving. Zo wordt, volgens het KB van 4 december 1990, de waarde van het supplement nog steeds berekend op het minder gunstige (forfaitair) bedrag van vóór 1955, terwijl de  wet van 20 juli 1990 en het KB van 23 december 1996 beslissen dat het supplement zo groot moet zijn als het pensioenverschil tussen ten minste 25 en 30 gewerkte jaren.

Om dit euvel, uiteindelijk na 30 jaren, definitief op te lossen zijn wij te rade gegaan bij de pensioenspecialisten van ons land. Allen kwamen tot dezelfde bevindingen.

Langs deze weg willen wij vooreerst wijlen de Heer ir. Bernard Soudan, mijningenieur en directielid  van de personeelsdienst van de Kempense Steenkolenmijnen nv, danken om de eerste stappen te zetten in dit moeilijke dossier door onder meer  de nodige officiële documenten ter beschikking te stellen. Daarna gaat onze dank naar al de hogere ambtenaren van de Federale Pensioendienst (FPD), inmiddels met pensioen, die ons hebben bijgestaan door het verstrekken van correcte informatie over interpretatie en uitvoering van wetteksten en reglementaire teksten en pensioenberekeningen van ondergrondse mijnwerkers. Ook danken wij de LRM (Limburgse Reconversie Maatschappij) om de nodige staten van betaling van RSZ bijdrage van de ondergrondse mijnwerkers op te zoeken en ter beschikking te stellen voor inzage. 
20 maart 2020

Vervolgens een dikke proficiat aan specialist inzake Pensioenrecht, Meester Véronique Pertry en haar medewerker Meester François-Xavier Gaudissart, die al deze informatie van academici, ambtenaren en vele adviseurs op een verstaanbare manier hebben geanalyseerd, om vervolgens deze info te toetsen aan de bestaande wetten en tot de vaststelling zijn gekomen, na vele meetings, dat er inderdaad een ongrondwettelijkheid bestaat inzake de berekening van de pensioenen voor ondergrondse mijnwerkers.

Zeker danken wij ook de heer Eddy Kellens, Secretaris ACV Bouw-Industrie en Energie, de heer Jan Staal, Secretaris Algemene Centrale ABVV  en de heer Willy Mariën, ACV zoneverantwoordelijke zone Oost Antwerpse Kempen voor hun medewerking en steun.

Tenslotte dank aan alle mijnwerkers, zowel deze van het Kempens Bekken (Vlaanderen) als deze van het Zuidelijke Bekken (Wallonië), om ons vele duizenden pensioenberekeningen te bezorgen. Mede dankzij deze concrete berekeningen hebben onze professoren een correct beeld kunnen vormen inzake de feitelijke toestand.

Nu is het moment aangebroken voor onze politieke vertegenwoordigers om hun verantwoordelijk op te nemen en deze ongrondwettelijkheid op te heffen!

Wij geloven nog steeds in onze democratie en haar vertegenwoordigers. Dat hopen wij morgen en overmorgen nog te kunnen vaststellen !
In naam van al de ondergrondse mijnwerkers willen wij U allen danken voor de geleverde prestaties.
Hoogachtend,
Michel DYLST Voorzitter