dinsdag 3 december 2019

Sint Baar zal in Brussel gevierd worden met een betoging voor de pensioenregeling!

De ex mijnwerkers dreigen met een betoging in Brussel op woensdag 04 december met de feestdag Sint Barbara. De allerlaatste betoging van de mijnwerkers in Brussel is al geleden van 1991, maar daar zal snel verandering in komen. Volgens de Vriendenkring van KS wordt het pensioen berekend op 25|30ste en niet op 30|30ste zoals de wet heeft voorgeschreven. Woensdag zullen de mijnwerkers dus de trein opstappen om naar Brussel te trekken, en er een protestmanifestatie houden. Waarna Sint Barbara zal gevierd worden aan de Zuidertoren
KLIK HIER om de berichtgeving staatsblad te lezen
Hieronder kan je dan ook heel deze wetgeving nalezen

Persmededeling “KS Vriendenkring” en studie- en documentatiecentrum “Mijnwerkers voor Werk”
Naar aanleiding van een artikel in Het Belang van Limburg en een vraag van het persbureau Belga.
Na verschillende gesprekken met zowel administratieve, vakbondsorganisaties als professoren en onze eigen studies van het studie- en documentatiecentrum “Mijnwerkers voor Werk” zijn wij na verschillende klachten van individuele ondergrondse mijnwerkers tot de conclusie gekomen dat de wetgeving omtrent het mijnwerkerspensioen voor ondergrondse mijnwerkers afwijkt van de vroegere ministeriële besluiten, uitgeschreven via Koninklijke besluiten en duidelijk verschenen in het Belgisch Staatsblad.

Deze KB ’s werden herbevestigd in de nieuwe wet van 26 april 2012 van de Minister Van Quickenborne die duidelijk stelde hoofdstuk 3 afdeling 1 (artikelen 5 tot en met 9). “De Regering respecteert aldus de beslissingen die werden genomen bij de sluiting van de Kempense Steenkoolmijnen. De Regering waarborgt via dit KB voor ondergrondse en bovengrondse mijnwerkers al hun opgebouwde rechten.”

Na interne gesprekken bij het Ministerie van Pensioenen blijkt dat wij juridisch gelijk hebben.

Daarna hebben wij de visie van de adviseurs van het Ministerie van Pensioenen besproken met specialisten en professoren pensioen- en arbeidsrecht over verschillende universiteiten heen. Allen zijn ze het eens met de stelling van het Koninklijk Besluit van 1996:” Dat supplement is gelijk aan het verschil tussen het bedrag van het rustpensioen dat hij zou bekomen hebben indien hij daadwerkelijk gedurende dertig kalenderjaren gewoonlijk en hoofdzakelijk in de ondergrond van voormelde ondernemingen zou hebben gewerkt” (en bevestigt in de Wet van art5 §6 van het KB 23-12-1996).

Dit wil concreet zeggen dat in feite het laatste jaar van de ondergrondse activiteit in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het pensioen voor ondergrondse mijnwerkers in 30/30ste .

Na besprekingen met de adviseurs-generaal van de Federale Pensioendienst (FDP) komen zij tot dezelfde vaststelling.

Een pensioen wordt berekent afhankelijk van de sociale bijdrage. Door de Kempense steenkoolmijnen, de Vlaamse regering, het Ministerie van Economische zaken, de EGKS en de ondergrondse mijnwerkers werd bijgedragen aan de sociale zekerheid voor 30 jaren alsof de mijnen waren opengebleven en zoals de verschillende wetten voorschrijven. Bijdragen die additioneel hoger waren dan voor andere werknemers en die in percentage toenamen naarmate men van 30 naar 27 naar 25 jaren loopbaan (door de Minister beslist) zijn overgegaan. Ook heeft de begroting in 1972-75 bij de afbouw van loopbaanjaren extra bijdragen betaald om de plotse schok op te vangen. De bijdragen door de ondergrondse mijnwerkers gedurende hun ganse loopbaantijd 30 jaar, in verhoogde percentages % in valuta van de jaren van tewerkstelling.

Het supplement is ingevoerd door een veroordeling van de EEG. Door een constructie van de FDP werd in 1990 met ingang van 1 januari 1991 een constructie opgesteld met een Supplement. Hierdoor krijgen de buitenlandse mijnwerkers recht op 30/30ste , door een beslissing van het Europees Hof arrest Conti zaak C-143/97 Arrest van het Hof (Eerste Kamer) 22 Oktober 1998).

Ondergrondse mijnwerkers moeten geen cadeaus in de vorm van “een supplement”. Een mijnwerkersloopbaan van 30/30 ste is gestemd in het parlement en zijn verschenen in het staatsblad. Na 25 jaar ondergrondse arbeid of gelijkgesteld te berekenen in 30/30ste zoals de wetgeving van 1972 en 1975 voorziet.

De ondergrondse mijnwerkers loopbaan is door de Minister, de KB ’s van 26 juni 1972 op 27 jaar en het KB van 28 maart 1975 op 25 jaar gebracht. Met als doel een volledig mijnwerkerspensioen te verlenen ongeacht hun leeftijd. In het verslag in de commissie Kamer van Volksvertegenwoordigers zitting van 31 mei 1972 betreffende het Wetsvoorstel, het rustpensioen van ondergrondse mijnwerkers meldt de minister het volgende (Blz. 10):” In antwoord op een opmerking wijst de minister erop dat het ontwerp niet bepaald dat de bijkomende jaren van vóór 1955 bijkomende jaren zijn, maar wel dat die bijkomende jaren, ingevolge een juridische fictie, op dezelfde gronden in aanmerking komen als de jaren van vóór 1955, m.a.w. dat ze worden geacht jaren te zijn waarin gewoonlijk een hoofdzakelijk arbeid is verricht en die in aanmerking komen op grond van het forfaitair loon dat van toepassing is voor de jaren van de loopbaan vóór 1955.

De essentie van het verhaal is:

Mijnwerkersloopbaan wordt 25/30ste , de ondergrondse mijnwerkers, het bedrijf KS dragen extra sociale bijdragen af om hun pensioenberekening in 30/30ste . Waarvan de minister in de kamer van 31 mei 1972 zei dat de jaren geacht worden als gewoonlijk en hoofdzakelijk arbeid is verricht.

Sociale bijdrage betalen voor 30/30ste en een pensioen van 25/30ste.

De kost van de NV KS van 30/25 is 1miljard 79 miljoen BFR en de besparing van de Belgische staat is 4 miljard 582 miljoen 600.000 bfr. (getallen 1976-77 zie verslag Kamer 6 februari 1975)

In bijlage het KB van 26 juni 1972 en de zitting van de kamer van 31 mei 1972. KB van 28 maart 1975 en verslag van de Kamer van Volksvertegenwoordigers 6 februari 1975.

Namens KS Vriendenkring en studie- en documentatiecentrum “Mijnwerkers voor Werk” Robert Coens Eddy Melis Secretaris KS Vriendenkring